Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

VOC bracht klederdracht voor Spakenburg mee

Cultuur

Haro Hielkema

Review

Vierhonderd jaar geleden werd de VOC opgericht. Ter gelegenheid daarvan organiseren twee musea één jubileumtentoonstelling over de kleurrijke wereld van de Compagnie: de ene helft is te zien in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam, de andere helft in het Rotterdamse Maritiem Museum. Blikvanger op de tentoonstelling in Amsterdam is een bijzonder diorama, bij toeval ontdekt in een Chinees antiquariaat in Londen, dat een nieuw licht werpt op de activiteiten van de VOC. Prins Willem-Alexander verrichtte gistermiddag de opening in Amsterdam.

Twee mannen staan te keuvelen op de kade van Canton in China -hoed op, beste pak aan en wandelstok in de hand. Het zijn kooplieden uit Europa, ze hangen wat rond bij een paar handelsposten die aan de vlaggen te zien verschillende Europese landen vertegenwoordigen. Maar behalve de beide mannen en de vlaggen is het tafereel compleet Chinees.

De kooplui vormen een wereldvreemd detail op een enorm (20 x 3,5 meter) behangsel uit omstreeks 1780. De tere wandbekleding van Chinese makelij hangt sinds gisteren in het Nederlands Scheepvaartmuseum in Amsterdam en is de blikvanger van de nationale jubileumexpositie 'De kleurrijke wereld van de VOC'. Het is een heel bijzonder diorama, door de samenstellers van de tentoonstelling bij toeval ontdekt in een Chinees antiquariaat in Londen. Het lag daar op losse rollen en de kunsthandelaar vond het wel geschikt voor de VOC-uitstalling.

Het behangsel moet op bestelling zijn gemaakt in China en heeft als papieren wandkleed gediend voor de damessalon in het Schotse Strathallan Castle. Het is lang niet het enige attribuut van Chinese decoratie. In Nederland zijn bijvoorbeeld nog enkele vertrekken met Chinees behang bewaard gebleven in Oud-Amelisweerd en kasteel Heeswijk. Daar gaat het vooral om handgeschilderde afbeeldingen uit de exotische flora en fauna van Azië.

Het behangsel in het Scheepvaartmuseum is zo bijzonder omdat het een heel ander licht werpt op de activiteiten van de VOC. De Compagnie is vooral bekend geworden als multinational uit de 17de en 18de eeuw, een handelsorganisatie die grof geld verdiende aan het transport van peper, kruidnagelen en andere specerijen en daarbij het gebruik van bruut geweld niet schuwde. Het was een machtig imperium, dat het volgens een gechargeerd beeld overal in Azië voor het zeggen had.

Het tafereel van Canton laat zien dat de VOC in deze handelsplaats aan de Parelrivier maar een zeer bescheiden rol speelde. Het is zelfs nog maar de vraag of die twee mannetjes wel kooplui van de VOC waren; langs de Parelrivier wapperen immers ook de vlaggen van Denemarken, Triëst, Frankrijk, Zweden en Engeland. Dat duidt op vreedzame samenwerking (terwijl de moordende concurrentie tussen de verschillende handelsnaties ons bekender in de oren klinkt). Bovendien zijn het maar twee potsierlijke Europeaantjes op een reusachtige wandbekleding, waar de Chinese bedrijvigheid van afspettert. Overal zie je arbeiders sjouwen, laden en lossen, rondpeddelen op hun bootjes. Er zitten mensen aan de thee onder een parasol, elders zijn twee mannen verdiept in een bordspel, er loopt een jongleur, je ziet een Chinees porselein verkopen, er ligt een grote Chinese jonk voor de wal en in dat gekrioel dobbert een bloemenboot met vier hoertjes.

De knipoog van de schilder is duidelijk. In China werden de westerse kooplui gedoogd, maar hun rol was bescheiden (hetzelfde gold ook voor Japan en India). Ze hadden heel weinig in de melk te brokkelen en waren volstrekt afhankelijk van Chinese koelies, Chinese handelaren en Chinese bemiddelaars. En dat alles in een vreedzaam tafereel.

Het klassieke beeld van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie krijgt maar heel summier aandacht in de jubileumtentoonstelling ter gelegenheid van de 400ste geboortedag van de VOC. Dat verhaal is elders al genoeg verteld. De expositie toont de minder bekende invloeden van de Compagnie op onze hedendaagse samenleving. Zo is onze keuken niet alleen gekruid door specerijen, maar hebben we ook de cola, ketchup en donut aan de VOC te danken. En de gezichtsmaskers: in de tijd van de Compagnie werd kaneel al gebruikt als medicijn tegen kloofjes.

Ook de Japanse kimono is in de Republiek geïntroduceerd door de VOC en werd snel populair bij de mannelijke elite in hun tochtige zeventiende-eeuwse huizen (in andere landen overigens niet): menig schilderij toont Nederlandse mannen die in een gewatteerde zijden 'Japonse rok' in hun werkkamer met de handel bezig waren, studeerden of een preek maakten. De westerse interieurs pronkten met oosterse meubilair, zoals de Japanse lakwerkkast en met parelmoer ingelegd meubels. De kennis van de cartografie, botanie en antropologie was nooit zo snel vooruitgegaan zonder de inbreng van de VOC.

De Indiase sits werd in de 18de eeuw in ons land een razendpopulaire kledingstof voor hoeden, kappen en rokken: van keukenmeid tot madame tooide zich ermee. De klederdracht waarin nog steeds sommige Markers en Spakenburgers, barst van de Indiase motieven. En in het vroeger zo rijke Hindeloopen droegen vrouwen wentkes van kostbare sits over hun dagelijkse kloffie -in verschillende kleuren, al naar gelang de persoonlijke omstandigheden.

'De kleurrijke wereld van de VOC' is te zien op twee plaatsen tegelijk: de ene helft in het Scheepvaartmuseum, de andere in het Maritiem Museum in Rotterdam. Amsterdam is meer gericht op India en China, Rotterdam op Japan, Indonesië en Ceylon. Amsterdam stelt de planten en de dieren centraal, Rotterdam de kaarten, de sterren en de mensen. Aan de Maas is een keuken met ongelooflijk veel VOC-gerechten ingericht, aan het IJ krijgt de thee-cultuur extra aandacht.

'De kleurrijke wereld van de VOC' is in het Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam en het Maritiem Museum Rotterdam tot 27 oktober dagelijks behalve maandag te zien van 10 tot 17 uur. Beide exposities zijn totaal verschillend maar vullen elkaar aan; aankoop van een entreekaart in het ene museum geeft recht op 25 procent korting in het andere. Rondom het thema worden op beide locaties evenementen, lezingen en kinderactiviteiten georganiseerd. Het kleurrijke jubileumboek bij de expositie is te koop vanaf 17,90 euro.

Deel dit artikel