Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Verwelkte apartheid

Cultuur

Annemarié van Niekerk

Review

Vóór 1994 schreef je als Zuid-Afrikaanse schrijver over, ofbeter tégen de apartheid. Toen Mandela aantrad, kregenschrijvers opeens alle vrijheid. Marlene van Niekerk, bekend van'Triomf' (1994), kijkt in haar nieuwe roman tóch terug op hetverval van de blanke macht. In haar roman 'Agaat', die zichafspeelt op het Zuid-Afrikaanse platteland, zijn dehoofdpersonen vrouwen. De zwarte bediende 'Agaat' neemt machtén moederschap van haar bazin over.

Schrijven in het Afrikaans is zich verhouden tot de apartheid.Zeker vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw was daar geenontkomen aan. Wie zich niet liet inspireren door politiekengagement, zoals Breyten Breytenbach en André Brink, deed nietmee. En maakte geen kans op een internationaal publiek.

Aan het begin van de jaren negentig brokkelde hetapartheidssysteem af en in 1994 vonden de eerste democratischeverkiezingen plaats. Maar te midden van de euforie over detotstandkoming van Nelson Mandela's regenboognatie vroegen veelauteurs zich af waarover nog te schrijven viel, nu de strijdtegen onderdrukking en apartheid gewonnen was.

Uitgerekend in 1994 verscheen Marlene van Niekerks alombejubelde roman 'Triomf'; de dag van de verkiezingen, 26 april,vervult erin een prominente rol. De schrijfster rekende eronverbiddelijk af met een aan lager wal geraakt blank gezin. Hetverhaal van de ontmaskerde Benades, die gehuisvest zijn in eenbuurt waar voor de apartheid zwarten mochten wonen, gunt ons eenblik op de verschrikkingen ten tijde van de apartheid - en ophet einde ervan. Het is een roman in de geest van van deWaarheids- en Verzoeningscommissie, waarover Antjie Krognaderhand zou schrijven in 'Country of My Skull' ('De kleur vanje hart', 2000).

Na het succes van 'Triomf' zweeg Marlene van Niekerk. Wist ookzij geen keuze te maken uit de vele thema's die schrijvers nuopeens ter beschikking stonden? Hoe het ook zij, haar tweederoman 'Agaat' verscheen pas tien jaar later. Toch confronteertook deze roman de lezer hardhandig met het Afrikanerdom en zijngeschiedenis gedurende de afgelopen vijftig jaar, al gebeurt datditmaal wel vanuit een andere optiek.

Net als verschillende andere schrijvers die hun pen hanteerdenals wapen in de strijd tegen de apartheid keert Van Niekerk terugnaar het oude en vertrouwde onderwerp. In dit verband is hetpassend te citeren uit Oek de Jongs onlangs verschenen dagboek'De wonderen van de heilbot': “Je moet het lied van een tijdperkin al zijn variaties, herhalingen en bewerkingen tot het eindetoe zingen, tot het vanzelf verstomt. Ook het verval moetgedragen worden.“

'Triomf' speelde in de stad, 'Agaat' stamt uit deZuid-Afrikaanse traditie van de 'plaasroman', een genre dat perdefinitie is gesitueerd op het platteland. Maar 'Agaat' behelstgeen voortzetting-zonder-meer. De verheerlijkende nostalgie diede plattelandsliteratuur van oudsher aankleeft, is hier ver tezoeken. Marlene van Niekerk sluit zich aan bij Etienne vanHeerdens 'De betoverde berg' en J.M. Coetzee's 'In ongenade',twee romans die reflecteren op schuld en verantwoordelijkheid.

Terwijl de conventionele plaasroman de patriarchalehiërarchie op de boerderij bevestigt, kiest Van Niekerk voortwee vrouwelijke hoofdpersonen, de blanke Milla en de bruineAgaat. Milla's man, die volgens het beproefde schema de baas zoumoeten zijn, is een onbenullige figuur. En ook de naam van deboerderij, 'Grootmoedersdrift', geeft aan wie eigenlijk detouwtjes in handen heeft.

Agaat, geboren in 1949, het jaar dat het stelsel van apartheidwerd ingevoerd, wordt grootgebracht door de aanvankelijkkinderloze Milla. Toch groeit het kind geleidelijk in de rol vanbediende en daarmee blijven de bestaande rassenverhoudingenonaangetast. Maar nadat Milla door een aandoening van hetzenuwstelsel is getroffen, alleen nog met oogbewegingen kancommuniceren en geheel van Agaat afhankelijk wordt, zijn derollen omgedraaid. Dat Milla's ziekte zich openbaart bij de startvan het nieuwe Zuid-Afrika, lijkt een zinnebeeld voor deondergang van de blanke macht.

Agaat krijgt steeds meer controle over Milla, die niet meerkan praten en een langzame dood tegemoet gaat. Ze leest haar oudebazin aan het ziebed haar dagboeken voor, maar laat sommigepassages weg en herhaalt andere, waardoor Milla's woorden eenheel andere betekenis krijgen. In dit spel met geheugen engeschiedenis grijpen vorm en inhoud, verteltechniek en strekking,buitengewoon knap en effectief in elkaar. Agaat leest voor envertegenwoordigt daarmee in zekere zin de alwetende verteller.Maar het is Milla die op haar beurt Agaat observeert,interpreteert en - zonder hardop te kunnen spreken - van eentegenstem voorziet.

Aan dit geraffineerde spel van perspectieven en vertelstemmenneemt ook Milla's zoon Jakkie deel: na het doodsbericht van zijnmoeder komt hij over uit Canada. De roman begint met de stroomaan jeugdherinneringen die dit bericht teweegbrengt. Zo wijst hetbegin naar het einde en omgekeerd.

De twee verstrengelde vrouwenlevens en hun stoelendans om demacht weerspiegelen de politieke omwenteling van de jarennegentig. De bezinning die de veranderingen bij blankeZuid-Afrikanen hebben veroorzaakt, loopt parallel met Milla'sbezinning op haar eigen bestaan, vooral wanneer ze in deogenblikken van haar sterven een mystieke verbondenheid met demensheid en de kosmos ervaart en zich aldus verlost weet.

Uiteindelijk wordt Agaat baas op Grootmoedersdrift en vervultde rol van moeder voor Jakkie. De suggestie dat ze net zoheerszuchtig zal worden als haar blanke voorgangers isonmiskenbaar. En dus klemt de vraag of de hoop op een ontsnappinguit de spiraal van machtswellust gewettigd is. Is de wareverlossing wellicht niet meer dan een louter persoonlijkeervaring?

Vermoedelijk zal de Zuid-Afrikaanse literatuur nog langverstrikt blijven in het verleden en blijven worstelen mettalloze vragen, die misschien niet eens te beantwoorden zijn. Ofis er een antwoord gelegen in de smeekbede die Milla tot Agaatricht? “Gooi ze niet weg. Onze paarsblauwe hortensia's. Je moetjezelf niet weggooien, en mij ook niet. Houd ons nog een tijdjevast. Er is ook schoonheid aan bloemen die verwelken. Hun laatsteuur is het overdenken waard.“

Deel dit artikel