Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Vertrekkend directeur Bimhuis: 'De scene is nu braver'

Cultuur

Mischa Andriessen

Foto: Werry Crone

Na veertig jaar neemt artistiek directeur Huub van Riel afscheid van dé jazztempel van Nederland. 'Het Bimhuis was een spil. Tot diep in de nacht werd er doorgezakt.'

Huub van Riel bladert aandachtig door het programmaboekje van het Bimhuis. "Dat wordt heel spannend. Daar verwacht ik veel van." De scheidend artistiek directeur ziet meerdere concerten waar hij reikhalzend naar uitkijkt. Hij heeft ze goeddeels zelf geboekt, maar het zijn de laatste uit zijn koker. Van Riel zal de komende tijd wat lopende zaken afhandelen en dan is hij echt met Bimhuispensioen. Zijn opvolger Mijke Loeven is al begonnen. Meer dan veertig jaar heeft Van Riel de artistieke koers van de Amsterdamse jazztempel bepaald.

Lees verder na de advertentie

In vier decennia is veel veranderd, terwijl ook veel hetzelfde bleef. Om met dat laatste te beginnen: nog altijd is het Bimhuis een plek waar met name buitenlandse muzikanten overweldigd of zelfs ontroerd raken door de faciliteiten waarover ze de beschikking krijgen, maar vooral het respect waarmee ze bejegend worden. De enorme betrokkenheid, grote kennis en de oprechte interesse van de medewerkers.

Vooruitstrevende muziek 

Daarnaast is het Bimhuis nog altijd een podium waar vooruitstrevende muziek de ruimte krijgt. Dat blijft, hoewel de tijden in dat opzicht wel veranderd zijn. Er is meer aandacht voor pr en bezoekersaantallen, hoewel die nog altijd niet bepalend zijn. Toen het Bimhuis in 1974 werd gesticht door musici onder wie Hans Dulfer, Willem Breuker, Han Bennink en Misha Mengelberg, realiseerden zij daarmee een podium voor hun eigen vernieuwende en tegendraadse muziek, maar zeker ook voor die van anderen. Van begin af aan was het Bimhuis meer dan een concertzaal. Van Riel: "Het Bimhuis was een spil. Musici die elders een optreden hadden, kwamen daarna doorgaans naar de Oudeschans, de vorige locatie. Tot diep in de nacht werd doorgezakt en vervolgens stapten ze in de auto. Dat is nu onvoorstelbaar."

Zeker na de verhuizing naar de huidige locatie op de Piet Heinkade is het Bimhuis minder een hangout voor muzikanten. Van Riel: "De verhuizing heeft daarin misschien een rol gespeeld, maar ik denk dat het vooral de tijd is. De hele scene is anders. Het is een gevaarlijke generalisatie, maar over het algemeen is het nu allemaal wat zakelijker en ook braver. Het Bimhuis trekt nu een meer divers publiek. Dat heeft met een bredere programmering te maken, maar niet alleen, want in de jaren zeventig brachten we al andere stijlen dan jazz."

Muzikanten die nu volle zalen trekken, hebben ooit voor een handvol toeschouwers in het Bimhuis gespeeld

Huub van Riel

Nauwelijks publiek, legendarische verhalen

Van Riel heeft eerder gezegd dat concerten op drie manieren succesvol kunnen zijn. Eén: artistiek. Twee: commercieel. En sóms drie: allebei. Er zijn legendarische verhalen over concerten met nauwelijks publiek. Zo tekende schrijver en jazzliefhebber Bernlef ooit op dat hij de enige bezoeker was bij een solo-optreden van cellist Tristan Honsinger. Van Riel: "Misschien heb ik dit al te vaak gezegd, maar muzikanten die nu volle zalen trekken, hebben ooit voor een handvol toeschouwers in het Bimhuis gespeeld. Saxofonist Joe Lovano bijvoorbeeld, of gitarist Bill Frisell."

Tekst gaat verder onder de foto 

Ik heb vooral vanuit intuïtie gewerkt

Huub van Riel

© Werry Crone

Dat raakt aan een belangrijk punt. Hoe is het Van Riel gelukt om veertig jaar lang bij de tijd te blijven en niet zelden een vooruitziende blik te hebben? Hij haalt zijn schouders op: "Ik heb vooral vanuit intuïtie gewerkt en natuurlijk heb ik ook het nodige over het hoofd gezien. Maar zolang je nieuwsgierig blijft en goed luistert naar wat musici en andere insiders tippen, kom je een heel eind."

Bescheiden trots

Borstklopperij lijkt Van Riel vreemd. Toch schemert er bescheiden trots door wanneer hij vertelt over projecten die hij heeft geïnstigeerd. Zoals het BBG-trio, waarin de onverwachte combinatie van pianist Michiel Borstlap met bassist Ernst Glerum en Han Bennink op drums bijzonder goed bleek te werken en jarenlang podia over de hele wereld aandeed. Ander voorbeeld: uit de October Meeting van vorig jaar zijn meerdere groepen ontstaan, omdat een aantal muzikanten inderdaad zo goed bij elkaar bleek te passen als Van Riel had bedacht.

En dan komt uit die ontzagwekkende lijst van 10.000 optredens ineens een hoogtepunt bovendrijven in zijn herinnering: de reünie van de baanbrekende pianist Cecil Taylor met de meesterlijke maar vaak met zichzelf overhoop liggende drummer Sunny Murray. Van Riel: "Het Bimhuis bewoog, zo'n zinderend optreden was dat."

Van Riel weet niet zo snel waar dat aan ligt, het uitdenken van bijzondere bezettingen of het bij elkaar brengen van verwante geesten die dat nog niet van elkaar weten. Een kwestie van talent, zo lijkt het, om onbevangen te blijven, misschien zelfs een tikkeltje nonchalant. In elk geval heeft Van Riel goed gezien dat het podium er voor de muzikanten is, dat zij daar de verantwoordelijkheid dragen. Hij schonk ze vertrouwen, maar zag van de controle af.

Invalkracht

Dan zijn we bij het begin. Hoe Van Riel als invalkracht bij het Bimhuis binnenkwam en al die jaren bleef. Hoe hij daarvoor wat zoekend was, voor een gulden Blue Note-singles kocht op het Waterlooplein en door de concerten die Hans Dulfer eind jaren zestig in Paradiso organiseerde, gewonnen werd voor de jazz. Nog een belangrijke herinnering: in 1965 draaide eminent jazzkenner Michiel de Ruyter de vooruitstrevende lp 'Ascension' van John Coltrane integraal op de radio.

Van Riel: "Hij zei aan het eind van die uitzending: 'Ik heb misschien niet iedereen hiermee een plezier gedaan, maar ik vond dat u deze plaat moest horen'. Ik was geschokt, zelfs een beetje boos, maar het heeft me op het spoor gezet van de nieuwste jazz en me enorm geïnspireerd. Later ben ik weleens kwaad geworden op mensen die schoolconcerten en dergelijke organiseren. 'De kinderen snappen het niet,' zeiden ze dan, of 'ze vinden het niet leuk'. Ze hoeven het ook niet te snappen of leuk te vinden. Het moet ze onrustig maken, nieuwsgierig en doordringen van het besef: er is zoveel dat ik niet weet of ken."

Drie keer legendarisch in het Bimhuis

Vooral toen het Bimhuis nog op de Amsterdamse Oudeschans zat, bemoeide het publiek zich soms flink met de concerten. Mede daardoor werd een verder niet erg opmerkelijk concert van saxofonist Archie Shepp in 1994 toch onvergetelijk. Shepp had een jonge kornettist meegenomen die zich blijkbaar niet naar wens had gedragen, want hij werd niet meer op het podium teruggevraagd. Toen al de tweede toegift gaande was, besefte de jongeling dat het nu moest gebeuren. Hij stond op, maar aarzelde nog. Het publiek zag het en joeg hem als het ware de planken op, waar hij speelde alsof zijn leven op het spel stond.

In jazztournees ontbreekt vaak logica. Musici reizen van Amsterdam naar Zuid- of Oost-Europa om twee dagen later maar net op tijd terug in Nederland te zijn voor een volgend concert. Rietblazer Joe McPhee had niet geslapen, arriveerde vlak voor zijn optreden in het Bimhuis, sloeg een whisky achterover aan de bar en betrad het podium. Met zijn trio speelde hij die avond in maart 2006 een zeldzaam intense set, blies noten waar hij nauwelijks nog de kracht voor had, fluisterde vanuit zijn tenen. Direct na de toegift rende het drietal naar de taxi die hen naar het vliegveld bracht. Op naar Litouwen.

Vrijwel alle groten in de jazz hebben het Bimhuis meermaals aangedaan. Niets is mooier dan zo'n held in optimale vorm aan het werk te zien. Wat dat aangaat, waren alle concerten die ik van pianist Andrew Hill in het Bimhuis hoorde, legendarisch. Die ene keer in mei 2006 speelde hij met zijn kwintet zo'n voortreffelijk concert dat de jonge blazers elkaar nog op het podium voldaan in de armen vielen. In retrospectief werd het optreden nog indrukwekkender. Een dag later in Rotterdam speelde Hill geen noot hetzelfde. Het concert in het Bimhuis was een onvergetelijke improvisatieles.

Mijke Loeven © RV

Mijke Loeven

Per 1 september is Mijke Loeven is dienst getreden als algemeen directeur van het Bimhuis. Voorheen was ze directeur van Jazz International Rotterdam.

Voor Loeven is één ding volkomen duidelijk: "Huub van Riel is van onschatbare waarde geweest voor de ontwikkeling van de vrije muziek in Nederland en het profiel van het Bimhuis. De focus op avontuurlijke muziek blijft dan ook onveranderd."



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Muzikanten die nu volle zalen trekken, hebben ooit voor een handvol toeschouwers in het Bimhuis gespeeld

Huub van Riel

Ik heb vooral vanuit intuïtie gewerkt

Huub van Riel