Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Vergeten filmdiva en haar intense eenzaamheid

Cultuur

Hanny Alkema

Review

'Hij hield zielsveel van mij, maar mijn leven was voorbij.'In dit zinnetje ligt alle tragiek besloten van Neerlands eerste echte filmdiva Annie Bos (1886-1975).

In tien jaar tijd speelde zij de hoofdrol in 49 films, was populair en vermaard tot ver over de grenzen, maar werd tegen 1920 plotseling afgedankt.

'Far too old', oordeelden de nieuwe Britse partners van haar filmmaatschappij. En haar vaste regisseur, Maurits Binger, zweeg.

Het huwelijk met ene notaris Loeff redde haar in zekere zin uit het dode gat, maar dwong haar tegelijk tot een rol die zij nooit geambieerd had.

De gepassioneerde actrice moest onopvallend, doorsnee worden, anders accepteerde het milieu haar niet. Na tien jaar roem volgde vijftig jaar in de burgerlijke kantlijn.

Nu wordt de pittige Annie Bos even aan de vergetelheid ontrukt in een retrospectieve (26-1/8-2 in Amsterdamse Filmmuseum) en een toneelstuk dat losjes gebaseerd is op artikelen en correspondentie van een Australische filmkenner, die Bos in de jaren zeventig een aantal bezoeken bracht.

Al treedt hij niet werkelijk op, ook in het stuk is sprake van zo'n bezoeker, die de bejaarde Bos verlokt tot uitspraken over haar carrière en speelstijl. Bos wordt vertolkt door Willeke van Ammelrooy. Een interessante keus.

Niet alleen omdat haar uitstraling als filmvedette vergelijkbaar is en zij Bos met 47 films (nog net niet) naar de kroon steekt.

Maar ook om het feit, dat zij al zolang - bij mijn weten vijfentwintig jaar - niet meer op het toneel heeft gestaan.

Zo'n gebrek aan podiumervaring houdt een zekere onwennigheid in, een gegeven dat Van Ammelrooy, in plaats van te overspelen, juist gebruikt. Er hangt een intense eenzaamheid om haar heen, wat fijntjes kleurt met de situatie van Bos, die al zolang niet meer in de schijnwerpers heeft gestaan.

De momenten waarop zij opeens heel levendig reageert op de op gaasdoek vertoonde filmfragmenten laten als contrast mooi doorschemeren hoeveel het acteren voor Annie Bos betekende.

Wat 'Toen het licht verdween' boeiend maakt is de kijk op de aard en de specifieke problemen van de stomme film met soms verrassend moderne opvattingen.

Geen taal, alleen je lichaam en mimiek hebben om de ziel van je personage te tonen.

En dan in conflict komen met je regisseur, die dat dubbel en dwars wil zien, terwijl Bos juist meende dat minder overdrijving, 'underacting' zeg maar, een expressie ten goede kwam.

En geen tranen kunnen produceren? Geen nood, een paar seconden in de felle filmlampen blikken en daar stroomden ze al. Het leverde Annie Bos sneeuwblindheid op, waardoor ze de rest van haar leven een donkere bril moest dragen.

'Toen het licht verdween' had een juweeltje kunnen zijn, als schrijfster Linssen en regisseur Oomen zich voor een aantal kunstmatigheden hadden behoed.

Waarom bijvoorbeeld Van Ammelrooy laten praten tegen een niet aanwezige bezoeker? Waarom die telkens weer rinkelende telefoon? Waarom dat verfoeilijke wangmicrofoontje dat elke stem onnatuurlijk doet klinken?

Met een uit eigen gedachtes voortvloeiende monoloog hadden zij Van Ammelrooy meer ruimte als actrice gegeven en het naturel van haar spel kunnen uitbuiten.

Deel dit artikel