Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Vergeer en panterjong in moeras gezonken

Cultuur

Bara van Pelt

Review

Verzoener, pacifist, feminist, eigenzinnige rabbi: met het Nieuwe Testament als getuige kun je over Jezus bijna alles beweren. Maar hoe uiteenlopend ook de exegese, uiteindelijk kan men zich vinden in het beeld van iemand die wars van conventies op vreedzame wijze een totaal eigen boodschap voor de wereld verkondigde. In Nederland probeert Charles Vergeer dit vreedzame beeld aan gruzelementen te schieten. Volgens hem was Jezus de leider van een groep opstandige vromen die vergeefs hebben geprobeerd Galilea tot rebellie aan te zetten.

Het meeste Jezus-onderzoek hoeft bij Vergeer niet op applaus te rekenen: ,,Wie zich Jezus' gewelddadige zuivering van de tempel voorstelt als een solo-optreden, hooguit ondersteund door de twaalf apostelen, is een vreemde in Jeruzalem en als wetenschapper een bizarre fantast.''

Vergeer bekijkt de tekst vanuit zijn sterke intuïtie en met een fors vooroordeel. Dat kan iets heel verrassends en verhelderends opleveren en dat deed het ook in Vergeers vorige boek, 'Een nameloze', met een spannende dag-voor-dag-reconstructie van de lijdensweek en een boeiend portret van Petrus. Tegenover Kajafas de hogepriester zet hij Kefas (Aramees voor Petrus) als de anti-hogepriester. Een originele exegese, maar de woorden Kefas en Kajafas hebben niets met elkaar van doen. Vergeer schiet wetenschappelijk tekort, en dat is pijnlijk voor iemand met wetenschappelijke pretentie, die traditionelere geesten voor 'bizarre fantast' uitmaakt.

Vorige week verscheen 'Het Panterjong'. Hierin werkt Vergeer verder aan de stelling dat Jezus niet de zoon van een timmerman is maar een echte nazaat van koning David. De mededeling van Paulus, dat Jezus naar den vleze uit het geslacht van David is, dient naast de verwijzingen in de evangeliën zoals de balseming, het rijke graf tot en met wierook, mirre en het goud, als aanwijzing. Dat Jezus uit het huis van David zou zijn, is voor een historicus een naïeve stelling. Natuurlijk wil de Bijbel ons dat doen geloven. Dit voor feit aannemen vereist een een historische onderbouwing die die naïviteit overstijgt. In het boek is die niet te vinden. Daarnaast probeert Vergeer echter ook nog vanuit buitenbijbelse bronnen aan te tonen dat Jezus' stamboom via zijn vader Jozef (en ook zijn moeder Maria) tot David leidt en dat zij allen getooid zijn met de titel Panthera. Om dit te staven wil hij de lezer eerst bewijzen dat Jozef, Jezus' vader, al in de oudste tekst, die van Marcus te vinden is. De tweede genoemde zoon van Maria heet Joses en Vergeer meent dat we hier met een verkleinwoordje van de naam Jozef te maken hebben; Jozefje dus. Zo'n Jozefje valt op en suggereert dat er nog een levende, grote Jozef in de familie is. Maar Joses ís geen verkleinwoord, waarmee een van de twee pijlers onder zijn stelling inzakt.

De andere pijler is een geslachtslijst waaruit zou blijken dat Jezus lid was van een echt Davidisch koningshuis, dat als titel de naam Pantheros heeft. Dat Jezus iets met de naam Pantheros te maken heeft, staat niet in de evangeliën zelf; Celsus schreef in 178 in zijn aanval op de christenen dat Jezus in werkelijkheid de zoon was van een soldaat, die Pantheros heette. Het geschrift hierover is verloren gegaan, maar zijn verhaal is te vinden in het tegengeschrift, 'Contra Celsum', van Origines in 248. Vergeer hierover: ,,Het citaat van Celsus door Origenes werd ook pas drie eeuwen (sic! twee bvp) ná het leven van Jezus opgeschreven. Het is laat, te laat opgeschreven om veel waarde te hebben.''

Vergeer wil nu bewijzen dat Jozef echter de Bar Panthera, zoon van de panter is en dat dit een davidische titel is. Nu verwacht je dat er materiaal gaat komen waaruit blijkt dat deze titel al in oeroude geslachtslijsten van David voorkomt -maar hier stokt het verhaal. Vergeer roept als eerste getuige Johannes Damascenus op. Achtste eeuw! Als een getuige uit de derde eeuw laat genoemd wordt, wat moeten we dan wel niet denken van een achtste eeuwer als het gaat om het overleveren van een betrouwbare geslachtslijst?

Hiermee zakt de stelling van Vergeer en de titel van zijn boek 'Het Panterjong' in een diep moeras. Boude stellingen, gezochte woordverdraaiingen en bizar moeilijk te volgen. Er wordt gestrooid met technische termen, Latijnse en Griekse zinnen, deels onvertaald. Maar het meest valt dit boek aan te rekenen dat het onbetrouwbaar is. Veel feitenmateriaal klopt eenvoudigweg niet. Voor wie wat op heeft met de intuïtieve vondsten van Vergeer -zoals ikzelf- zijn er nog best wat aardige inzichten in dit boek te vinden. Maar dat rechtvaardigt geenszins de aanschaf.

Deel dit artikel