Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Verfrissend dat er op het Holland Festival weer eens hartgrondig boeh! werd geroepen

Cultuur

Sander Hiskemuller

Crash Park- La vie d’une île. © Martin Argyroglo
Theaterrecensie

THEATER
Philip Quesne
Crash Park – La vie d’une île
★★★☆☆

Na afloop van een voorstelling in het Holland Festival wordt doorgaans keurig geapplaudisseerd, ook al was de voorstelling matig. Het was dan ook van een verfrissende heerlijkheid dat er na afloop van ‘Crash Park – La vie d’une île’ van de Franse theatermaker Philippe Quesne weer eens hartgrondig boeh! werd geroepen. Verwarring: waar hadden we in hemelsnaam naar gekeken?

Lees verder na de advertentie

Waarschijnlijk is het Quesne helemaal niet te doen om het theaterpluche op te schudden. Hij bouwt gewoon lekker voort aan een oeu­vre van theatrale microkosmossen, waarin geen samenhangend woord wordt gesproken en de performers ogenschijnlijk maar een beetje aanklooien. Zoals kleuters doen in de speeltuin, de ene situatie leidt tot de andere. Zand, schepje, houtje-touwtje.

Eerder stuurde Quesne zijn performers als hardrockers uit kamperen, waaruit een anarchistische mini-Efteling ontstond. Nu laat hij ze crashen bij een onbewoond eiland: een reuzendraaimolen van piepschuim en bordkartonnen palmen. Eerder zagen we hen op video al schudden in de turbulentie, met identieke slaapmaskertjes op. De acht gestrandenen kruipen uit een brokstuk van het vliegtuig, midden in een podiumvullend waterbassin. Enthousiast storten ze zich in hun nieuwe wereld, waarin niets is terug te voeren op menselijke orde of rede. Het eiland is een blanco canvas met onbegrensde mogelijkheden en als kinderen in een snoepwinkel vult men die in met waterglijpartijen en malle rondedansjes.

Dat het allemaal zonder consequentie blijft, is soms niet te harden

De verschillende scènes spatten uit elkaar van de utopische levenslust, de lichte Jacques Tati-achtige toon maakt het heerlijk onschuldig. Dat het allemaal zonder consequentie blijft, is soms niet te harden. Een skelet duikt op, iemand confisqueert met een bordje ‘privéterrein’ een deel van het piepkleine eiland. Het blijft wonderlijk onbeantwoord. Een ontwaakte vulkaan blijkt de perfecte locatie voor een raveparty, verstoord door de verschijning van een octopus. Als die is overwonnen én opgepeuzeld, gaat men slapen. Het eiland is getransformeerd in een ruimteschip dat rondjes draait tot in de oneindigheid. Voilà.

‘Crash Park’ is een kijk- en speeldoos tegelijk, in de meest letterlijke zin: zie de mens spartelen en boven komen. Quesne verpakt zijn bonte avond in een doorgeassocieerde beeldentaal, waarvoor hij put uit films (‘Robinson Crusoë’) en mythologie (‘Odyssee’). Het is en blijft een groteske kinderfantasie, ook al schreeuwt de premisse om actie of een doel. Geen ‘Lord of the Flies’-achtige situaties, terwijl er toch bombastische actiefilmmuziek klinkt. Geen overlevingsdrang à la Tom Hanks in ‘Cast Away’, ook al suggereert Quesne iets van oerinstinct waardoor de mens kunst is gaan maken. Het is de kracht én zwakte van deze voorstelling: het dwingt door te denken. Maar waarover eigenlijk?

Een overzicht van de nieuwste recensies van pop, klassiek, wereldmuziek en optredens vindt u hier.

Deel dit artikel

Dat het allemaal zonder consequentie blijft, is soms niet te harden