Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Van Vlijmen bewerkt maagdelijke 'Kunst der Fuge'

Cultuur

door Anthony Fiumara

Review

Het Bachjaar. Concerten, cd's, biografieën, balletten, toneelstukken, tentoonstellingen en curiosa - 250 jaar na zijn dood wordt de componist der componisten alom geëerd en geprezen. Aflevering 1 van een wekelijkse rubriek over alles wat met Bach te maken heeft: Jan van Vlijmen.

Hoewel hij al een tijdje niet meer als directeur aan het Holland Festival verbonden is, heeft Jan van Vlijmen (1935) het nog net zo druk als voorheen. Na zijn pensioen heeft hij zich weer met volle overgave in het componeren gestort. Sinds enkele jaren schrijft Van Vlijmen het ene na het andere stuk. Zo gingen pas geleden de koordelen uit zijn nieuwe opera 'Thyestes' in première en klinkt komende zaterdag in het Amsterdamse Concertgebouw -eveneens voor het eerst- zijn bewerking van Bachs 'Kunst der Fuge'. Van Vlijmen was al langer van plan om dit oorspronkelijk voor toetsinstrument geschreven meesterwerk te instrumenteren, maar zijn organisatorische werkzaamheden verhinderden dat tot nu toe.

,,Bach speelde altijd al een belangrijke rol in mijn muzikale leven,'' verklaart Van Vlijmen zijn fascinatie voor 'Die Kunst der Fuge'. ,,Ik speel vrijwel dagelijks afwisselend 'Das Wohltemperierte Klavier', de 'Goldberg Vatiationen' of 'Die Kunst der Fuge' op mijn vleugel en raak daar nooit op uitgekeken.'' Ook in Van Vlijmens eigen composities prevaleert het contrapunt boven de samenklank. Die eigenschap is mede terug te voeren op zijn affiniteit met de Tweede Weense School van Schönberg, Berg en Webern.

Waarom juist dit werk van Bach? ,,'Die Kunst der Fuge' intrigeert me meer dan het 'Musikalisches Opfer'. Na Anton Weberns orkestbewerking uit 1935 van het Ricercare uit het 'Musikalisches Opfer' kon ik dat niet overdoen. Bovendien heeft de 'Kunst der Fuge' iets maagdelijks.''

Maagdelijk of niet, Jan van Vlijmen is zeker niet de eerste die Bachs wereldberoemde fuga-reeks bewerkte. Kwam in de Bach-rubriek al eerder de versie van het Nederlandse rietkwintet Calefax ter sprake, zo maakte het Amsterdam Loeki Stardust Quartet vorig jaar een bewerking voor blokfluiten, en zijn er instrumentaties voor onder andere saxofoonkwartet (Berliner Saxophonquartet) en strijkkwartet (Juilliard Quartet). Anders dan de meeste anderen ging Van Vlijmen echter niet uit van de inmiddels als autoriteit geldende verworvenheden van Gustav Leonhardt.

Van Vlijmen: ,,Ik heb me gebaseerd op het onderzoek van Wolfgang Graeser uit 1923. Graeser was een eigenaardig genie, die zijn Bach-bevindingen op zeventienjarige leeftijd in een editie vastlegde. Hij beroofde zichzelf een paar jaar later van het leven. Van alle versies vond ik dit de meest bevredigende, hoewel Graesers bewerking nogal afwijkt van de versie van Leonhardt. In tegenstelling tot de laatste beschouwt Graeser 'Die Kunst der Fuge' bijvoorbeeld als onuitvoerbaar op toetsinstrument, en is hij er van overtuigd dat de onvoltooide fuga aan het slot moet worden gespeeld.''

Ook in andere opzichten is Van Vlijmens bewerking anders. De componist vertelt dat hij in ieder geval niet zo-maar-een-instrumentatie wilde maken waarin iedere stem uit Bachs origineel een eigen instrument toebedeeld zou krijgen. ,,Ik heb voor elk deel een eigen bezetting bedacht. In totaal spelen er veertien instrumenten: zes blazers, vijf strijkers en drie tokkelinstrumenten. Mijn instrumentatie is, zoals de eerder genoemde van Webern, een analytische. Ik heb mezelf de moeilijkheid opgelegd dat ik voor iedere stem minstens twee instrumenten moest kiezen.'' Bijzondere toevoegingen in Van Vlijmens solistische, orkestachtige bezetting zijn de tokkelinstrumenten mandoline, harp en gitaar: instrumenten die knipogend verwijzen naar de klank van het klavecimbel.

De merite van Van Vlijmens benadering is dat die het werk ontsluit voor de luisteraar. Dit uitlichten van de verschillende klankkleuren, motieven en articulaties legt de vorm van de delen op meerdere vlakken bloot. Een instrumentatie als een klinkende röntgenfoto. ,,Veel mensen beschouwen 'Die Kunst der Fuge' als voer voor specialisten of musicologen. Zeker als het op klavecimbel of orgel wordt uitgevoerd. In mijn instrumentatie wilde ik het werk toegankelijker maken, en ik denk dat me dat is gelukt.''

Deel dit artikel