Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Van Bladel liet zich als een jochie op pad sturen

Cultuur

JOOP BOUMA

Review

Het had iets ingewikkelds, de verhouding tussen Maria Krol, gevangene in Singapore, en Guus van Bladel, vrijwillig bezoeker. De veeleisende Krol - opgepakt met 1,6 kilo heroïne - en de sloeber Van Bladel, die zich om boodschappen liet sturen, onbeperkt geduld oefende met de narrige vrouw en maar bleef komen naar de sobere bezoekersruimte van Changi Prison.

Bijna een vol jaar lang bezocht Van Bladel wekelijks Maria Krol, nadat zij in april 1991 door de narcoticabrigade op haar hotelkamer was opgepakt. Ze was toen 57 jaar. Niemand geloofde haar toen ze verklaarde dat ze niet wist dat er heroïne zat in de machine-onderdelen die ze voor een vage kennis zou meenemen naar Nigeria, waar ze woonde en werkte. De vooruitzichten voor Maria Krol waren ronduit bedreigend: in Singapore is het bezit van 15 gram heroïne al genoeg voor de strop.

Vrijwel gelijktijdig met de zaak-Krol speelde in Singapore de zaak tegen de Nederlander Johannes van Damme. Hij kreeg voor heroïnesmokkel de doodstraf en werd op 23 september 1994 opgehangen. Zo liep het met Krol niet af, zij werd op 29 oktober 1993 vrijgesproken omdat de rechter geloofde dat ze van niets wist. Ze kon een dag later terug naar haar kinderen in Nederland.

Guus van Bladel stond ook Van Damme bij in de bange maanden voor zijn executie. Hij schreef daarover een boek ('Tussenstop Singapore'). Nu, na vier jaar, heeft Van Bladel zijn belevenissen met Maria Krol op schrift gesteld. 'Verloren jaren, verloren levens. De zaak Maria Krol', luidt de ondertitel.

Hij zegt het boek vooral te hebben geschreven als bijdrage “aan de discussie in Nederland over de gevaren van drugs in onze moderne maatschappij”. Maar het is toch vooral een boek geworden over de lotgevallen van een vrouw in doodsnood, die - ook al zat ze in een weinig benijdenswaardige positie - door wat Van Bladel beschrijft weinig sympathie kan oproepen.

Het is ook een vlees-noch-vis-boek, dat niet zal bijdragen aan de discussie over drugs in Nederland. In feite is het een betrekkelijk monotone verslaglegging van de talloze bezoeken die Van Bladel aan Krol aflegde. Er gebeurde niet zo vreselijk veel bijzonders tijdens de eenzame detentie van Maria Krol.

Van Bladel fileert Krol genadeloos tot een doodsbange, ontevreden, nukkige en mopperende gevangene, 'een vreselijk mens', zoals de medewerkster van de Nederlandse ambassade al had gewaarschuwd. Hij meldt alle details, tot en met de cupmaten van de bh's die hij voor Krol moet kopen, maar vermijdt tussen die ontboezemingen zorgvuldig iets van zichzelf prijs te geven. Hij maakt Krol kwetsbaar, maar weigert zichzelf zo op te stellen. Dat valt op, omdat het boek is uitgegeven zonder toestemming van de hoofdpersoon. In een recent radio-interview vertelde Van Bladel dat het om die reden zelfs moeilijk was een uitgever te vinden, schuw als ze waren voor even- tuele claims.

De voormalige werknemer van het chemiebedrijf Hoechst werkt sinds 1978 in Singapore als vrijwillig en onbezoldigd reclasseringsmedewerker voor het ministerie van National Development. Van Bladel begeleidt ex-heroïneverslaafden voor de Singaporese Anti Narcotic Association 'Sana'. Het is indrukwekkend om te lezen hoe hij zonder dat er iets tegenover staat, gevangenen bezoekt en in het geval-Krol zich als een schooljochie op pad laat sturen.

Krol heeft bij elk bezoek een lijstje klaarliggen. Leesboeken en voedsel, daar draait alles om. “Ik wil dat je in Plaza Singapura een King James bijbel voor me gaat kopen. Ik wil dat je een blikje 'Golden Horn Butter' voor me meebrengt. Ik wil geen Frankfurter worstjes meer, die je altijd meebrengt. Ik wil de Chinese Lup Cheong worstjes in blik. Ik wil dat je voortaan alleen maar varkenspaté meebrengt. Geen boerenpaté of champignonpaté. Waar blijft mijn Indiase kookboekje Step by Step van Jackey Pasmore? Daar heb ik al weken geleden om gevraagd! Je weet toch dat in elke boekwinkel dat boekje te koop is?”

Wat al opviel in Van Bladels boek over Van Damme, valt ook nu weer op: de vrijwilliger heeft een moeizame relatie met de Nederlandse ambassade te Singapore. De contacten zijn vluchtig, oppervlakkig en eindigen soms zelfs in regelrechte ruzie. Na de vrijlating van Krol vliegen Van Bladel en de ambassademedewerkster elkaar op de luchthaven van Singapore bijna letterlijk in de haren, als blijkt dat Van Bladel wil bemiddelen in een interview met Krol voor een camera van het NOS-Journaal. Komt niks van in, schreeuwt de ambassade-dame, alsof zij daar ook maar iets over te zeggen zou hebben. Krol is vrij, ze mag zelf bepalen wat ze doet, briest Van Bladel en het vraaggesprekje gaat gewoon door.

Van Bladel ontvangt kort daarop een fax van de ambassadeur met de mededeling dat Buitenlandse zaken in Den Haag opdracht had gegeven de zaak-Krol zoveel mogelijk buiten de pers te houden. Maar goed, zo'n rechtszaak trekt dan ook een zware wissel op een ambassade. Niemand kon in de zomer van '93 op de Nederlandse vertegenwoordiging te Singapore op vakantie. De ambassadeur die in Nepal op ganzen zou gaan jagen had zijn vakantie zelfs al moeten verplaatsen naar het najaar. Het is een zwaar leven ginds.

Als Krol eenmaal veilig terug is Nederland, is Van Bladel nog lang niet van haar af. Lang na haar vrijlating ontvangt hij in Singapore nog faxen waarin ze hem allerlei opdrachten geeft. Als ze ontevreden is over de uitkering die ze in Nederland krijgt, moet Van Bladel vanuit Singapore zelfs nog actie ondernemen.

Deel dit artikel