Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Tweehonderd jaar nadat Jacob Pronk zijn pionierswerk begon, ligt Scheveningen er netjes bij

Cultuur

Flip van Doorn

© RV
Het mooiste Nederland

Badplaats Scheveningen bestaat tweehonderd jaar en viert feest. Het kunstwerk ‘Ringen aan Zee’ vormt de opmaat. Wie het wil zien en beleven, moet snel zijn.

In het zand onder mijn voeten zie ik schelpjes en ander gruis als op ieder Nederlands strand. Een plastic dop, een door de zee gepolijst stuk hout. Kijk ik opzij, dan strandt mijn blik op een muur van zand. Alsof de metershoge golven van een woeste stormvloed in miljoenen korrels zijn gestold. Over een breedte van driehonderd meter is het Scheveningse strand geen vlakte meer. Het heeft een derde dimensie gekregen: ik wandel er niet op, maar begeef me erin. Tussen de wallen verdwijnen geluiden. Al ben ik op een paar passen van de kustlijn, zelfs het gedaver van de branding verstomt. De wind schuurt nieuwe vormen uit de wanden, kleine canyons en ravijnen ontstaan, miniatuurlandschappen. Klim ik op een wal - dat mag - dan sta ik twee meter hoger en overzie ik een landschap van ringen die naar de randen toe steeds lager worden. Het hart heeft de vorm van een schakel van een fietsketting.

Lees verder na de advertentie
Tijdelijk landschap. Afgezet tegen de eeuwigheid is elk landschap tijdelijk, maar wie de Ringen wil zien moet snel zijn

Een tijdelijk landschap, noemt kunstenaar Bruno Doedens zijn ‘Ringen aan Zee’. Een grondsculptuur. Twee in zilver gehulde graafmachines werken nog aan de buitenste ringen wanneer ik kom kijken. Traag voeren ze een paringsdans uit, omcirkelen elkaar en hun steeds verder groeiende creatie. Hun bestuurders zijn kunstenaars, de graafarmen beitels, penselen. Het lijkt grof en ruw, maar het is centimeterwerk. Graven, schaven, polijsten, ze doen het zo kundig dat ik vermoed dat ze met de bakken van hun kranen dit artikel zouden kunnen typen - op een normaal toetsenbord. Ondertussen brokkelen onder mensenvoeten en vlagen van de straffe wind de binnenste ringen langzaam af. Ze blijven ruim een maand liggen, om in april plaats te maken voor handdoeken, parasols en koelboxen van badgasten.

Tijdelijk landschap. Afgezet tegen de eeuwigheid is elk landschap tijdelijk, maar wie de Ringen wil zien moet snel zijn. Als hardop voorgedragen dichtregels vervliegen ze in de wind. Doedens laat ons de kracht van de natuur ervaren. In zijn ogen is de kust geen strakke lijn, maar een brede, dynamische strook. Spelende kinderen bouwen er in de zomer met emmers en schepjes hun forten. Hij pakt het grootser aan, maar ziet ook dat als spel. En van spel kun je leren.

Vroeger vochten we tegen de zee met dijken en dammen, tegenwoordig bewegen we met haar mee. Hij wil ons leren met haar te dansen. “Naar een object kun je kijken, van een landschap ben je onderdeel.”

Als een enorme schakel verbinden de Ringen het land met de zee, ze beelden bovendien uit hoe Scheveningen met Den Haag verbonden is.

Twee werelden

Wandel ik de boulevard op, dan krijg ik het gevoel dat ze ook de twee kernen nader tot elkaar willen brengen: het vissersdorp en de badplaats. Tussen de Ringen klinken in de weekenden verhalen uit glazen schelpen, de geschiedenis van die twee werelden. Een geschiedenis die gestalte krijgt in een voormalig schoolgebouw in het oude dorp. In het Muzee zijn de badkoetsen te zien waarmee de eerste badgasten te water gingen. Een onderdompeling in het zeewater gold als heilzaam. Gewoon zwemmen deed nog niemand. Reder Jacob Pronk bracht de badcultuur naar Scheveningen, in Franse en Engelse badplaatsen had hij de kunst afgekeken. In 1813 was hij een van degenen die de terugkeer van prins Willem Frederik, de latere koning Willem I, mogelijk maakte. Aan de boulevard staat een zuil die de gebeurtenis markeert. In 1818 kocht Pronk een lapje duingrond, op tien minuten gaans van het naar vis stinkende dorp. Niet ver van waar nu het Kurhaus staat, begon hij een bad- inrichting. Gasten konden er een bad nemen in houten kuipen vol heilzaam zeewater, of met koetsjes de zee in worden gereden voor een bad. Tien jaar later verrees het Stedelijk Badhuis, precies waar nu het Kurhaus staat. Scheveningen Bad en het vissersdorp bleven gescheiden.

Het Kurhaus ademt nog iets van de grandeur van de hoogtijdagen van de mondaine badplaats die Scheveningen was

Ertussenin, weggekropen in het duin, toont museum Beelden aan Zee vandaag de dag sculpturen die minder tijdelijk van aard zijn dan de ringen van zand op het strand. Buiten op een glazen wand staan teksten, dichtregels. Mulisch, Haasse, Nooteboom, Campert en Komrij lijken ze voor de Ringen aan Zee te hebben geschreven. ‘Het land is het land, de zee de zee. Maar waar precies is de grens tussen die twee?’

Het Kurhaus ademt nog iets van de grandeur van de hoogtijdagen van de mondaine badplaats die Scheveningen was. Ooit klonken in de Kurzaal de stemmen van Jacques Brel, Maria Callas, Edith Piaf en Marlène Dietrich. Nu klinkt door de opengeslagen balkondeuren van mijn kamer de hele nacht het lied van de branding. Het is makkelijk onaardige dingen te schrijven over de bebouwing rond het hotel, over de strandtenten die als voorjaarsbloemen hun kopjes boven het zand uit steken, dus dat zal ik hier niet doen. De boulevard heeft net een flinke opwaardering gekregen, de Pier is weer helemaal hip en bruist als in zijn beste jaren. Tweehonderd jaar nadat Jacob Pronk zijn pionierswerk begon, ligt Scheveningen er netjes bij.

Vanaf de Pier gezien lijken de Ringen aan Zee klein en onbeduidend. Een fort dat het niet zal houden wanneer de vloed komt. Over een maand is het verdwenen. Dat geeft niet. Op een dag zullen Pier, Kurhaus, vuurtoren en boulevard ook verdwenen zijn. Afgezet tegen de eeuwigheid is alles tijdelijk. Maar eerst is het in Scheveningen tijd voor een feestje. Een heel jaar lang.

Muzee

In Muzee Scheveningen, aan de Neptunusstraat, is vanaf 10 mei de tentoonstelling ‘In touw voor de toerist’ te zien, over strandberoepen als badman, ezeltjesdrijver en ijsverkoper. Vanuit het museum is een wandelroute uitgestippeld die langs bijzondere plekken in het oude dorp voert: muzee.nl

Feest aan Zee

‘Ringen aan Zee’ vormt de opmaat van een feestjaar. Een maand lang zijn er elk weekend verhalen over Scheveningen te horen in de glazen schelpen. De Deense kunstenares Rikke Munkholm Laursen versiert de ringen met grote koppen van zand. Op 8 april maken de deelnemers aan de slooploop het kunstwerk weer met de grond gelijk. Museum Beelden aan Zee vertoont een film van Bruno Doedens over de totstandkoming van de Ringen. Een jaar lang viert Scheveningen feest met kunst, muziek, vuurwerk, het wereld- kampioenschap zandsculpturen en de finish van de Volvo Ocean Race. Bekijk de agenda op feestaanzee.nl

Ontdek meer bijzondere, mooie plekken in het Nederlandse landschap in ons dossier


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel

Tijdelijk landschap. Afgezet tegen de eeuwigheid is elk landschap tijdelijk, maar wie de Ringen wil zien moet snel zijn

Het Kurhaus ademt nog iets van de grandeur van de hoogtijdagen van de mondaine badplaats die Scheveningen was