Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Toeristen en de rage rond de antieke oudheid

Cultuur

Sandra Kooke

'Parnassos' van Anton Raphael Mengs. © © State Hermitage Museum, St Petersburg

Twee eeuwen geleden reisden welgestelde jongeren naar Rome om hun opvoeding af te ronden. De antieke ruïnes spraken zo tot hun verbeelding dat ze een nieuwe kunststroming veroorzaakten, het neoclassicisme. In de Hermitage opent dit weekend een tentoonstelling hierover.

In het najaar van 1789 vertrok Pieter van Westrenen, 21 jaar en net klaar met zijn studie rechten, naar Italië. De reis ging per koets door Frankrijk. In Parijs sloeg hij eerst voor honderd dukaten de laatste mode in, daarna hobbelde de koets verder tot de toppen van de Alpen werden bereikt. Via een ezelspad over de Mont Cenis werd Italië lopend bereikt. Het einddoel was Rome, de bakermat van de beschaving, de stad van ruïnes en antieke beelden.

Lees verder na de advertentie

"Lieve moeder, eeuwige vriendin", zo schreef Pieter in een van de tien brieven die in het archief van Kasteel Heeze bewaard worden, "Het aankomen in Italië maakt zelfs de meest onverschillige mens sprakeloos." Eenmaal in Rome schreef hij aan zijn 'eeuwige vriendin': "Welk een vreugde biedt mij dit land door de zachtheid van zijn klimaat, de schoonheid van zijn ligging, ..... de belangrijke monumenten, zowel antiek als modern, waar het vol van is."

De Italiaanse schilderkunst was na de barok en de rococo op een dood spoor beland

Pieter was een van de vele West-Europese jongens van goede komaf die rond hun twintigste naar Rome reisden om met eigen ogen het oude Rome te zien. Een Rome-reis was het puntje op de i van een goede opleiding. Het maakte van een net afgestudeerde jongen een ontwikkeld man, met nieuwe connecties, goede omgangsvormen en kennis van kunst en cultuur. Pieter schrijft zijn moeder over het sociale leven van deze toeristen: "Er gaat geen dag voorbij of ze hebben danspartijen of spel onder elkaar."

De komst van talloze rijke jongeren naar Rome had een enorm positief effect op de Italiaanse kunst. Want zij bestelden vaak als souvenir geschilderde portretten van zichzelf of gezichten op de stad. Of kleine replica's in gips van beroemde antieke beelden. Zo werden ze de aanjagers van een nieuwe kunststroming, het neoclassicisme, dat de Griekse en Romeinse kunst als inspiratiebron had. In de Hermitage in Amsterdam opent zaterdag de tentoonstelling 'Classic Beauties', die laat zien tot wat voor kunst dat heeft geleid.

Wie nu gaat kijken in de afdelingen achttiende-eeuwse kunst van het Museo di Roma of het Palazzo Barberini ziet ze hangen: de zeer met zichzelf ingenomen rijke jongemannen die zich tegen een decor van ruïneuze pilaren lieten portretteren. Of zittend aan hun bureau met belangwekkend ogende boeken, een kaart van Italië op schoot en een antieke buste aan de wand. 'Kijk, ik was in Rome', willen die schilderijen zeggen.

Ze hadden ook wel iets om trots op te zijn, want hun Grand Tour was heel wat omvangrijker dan de Rome-reis die zeventienjarige gymnasiasten tegenwoordig maken. In de zeventiende en achttiende eeuw bleven de reizigers maanden, zo niet jaren in Italië. En het verblijf werd vaak duurder dan gedacht, blijkt uit de brieven van Pieter aan zijn moeder. Sommigen bleven er de rest van hun leven en werden begraven op het niet-katholieke kerkhof voor buitenlanders naast de Piramide van Cestus. Ze reisden langs steden als Venetië, Florence en Napels, namen een kijkje bij de opgravingen in Pompeï of de Villa Hadriana, maar het hoofddoel was altijd Rome.

Spaanse Trappen

De Grand Touristen kwamen Rome binnen via de noordelijke poort bij de Piazza di Popolo. Daar was de obelisk op het plein het eerste stukje oudheid dat ze te zien kregen. Al die buitenlandse toeristen vonden woonruimte in de wijk rond de Spaanse Trappen. Daar verbleven onder meer de Duitse schrijver Goethe en zijn schilderende vriend Tischbein, de Engelse dichter Keats en de Duitse kunsthistoricus Winckelmann. Onze Pieter deelde er een woning met de Amsterdamse regentenzoon Willem Anne Lestevenon.

Tekst loopt door onder afbeelding

'Uitbarsting van de Vesuvius' van Pierre Jacques Volaire. © © State Hermitage Museum, St Petersburg

Al snel begaven de reizigers zich dan naar de beroemde bezienswaardigheden van de stad: de resten van het Forum Romanum, het Colosseum, de Piramide van Cestus. En naar het eerste openbare museum ter wereld, het Capitolijnse museum. Daar stonden antieke standbeelden, zoals 'Antinoüs', 'de stervende Galliër' en 'Venus Capitolina' tentoongesteld, zodat je ze kon bekijken en natekenen. Nu lopen daar verveelde middelbare scholieren, maar toen was dit museum een unieke gelegenheid, want in de rest van de wereld moesten ze het doen met gipsen afgietsels.

De meeste kunstwerken waren in privébezit; je moest goede connecties hebben om ze te kunnen zien. Bijvoorbeeld met kardinaal Alessandro Albani. Zijn Villa Albani was speciaal gebouwd om zijn kunstcollectie te tonen aan vrienden.

Die villa is nog steeds in originele staat en de zeldzame bezoeker die er wordt toegelaten, kan zich goed voorstellen hoe Pieter van West-renen door de gedecoreerde zalen gelopen moet hebben. Prachtige antieke beelden staan er, zoals een reliëf van Antinoüs en een Apollo in brons die een hagedis probeert te doden, maar ook schilderijen van oude meesters, waaronder een opmerkelijk mooie Heilige Familie van Perugino. Dé bezienswaardigheid van toen was de plafondschildering Parnassus van Anton Raphael Mengs. De bezoekers zullen zeker ook door de tuin hebben geflaneerd, waar Piranesi een nep-ruïne van een tempel had gebouwd.

Opgravingen

De buitenlandse toeristen kwamen op het juiste moment in Italië aan. De Italiaanse schilderkunst was na de barok en de rococo op een dood spoor beland. Midden achttiende eeuw was het tijd voor nieuwe inspiratiebronnen. Die werd gevonden in de rage rond de antieke oudheid die ontstond toen in Pompeï en Herculaneum interessante opgravingen werden gedaan. De Romeinse bouwkunst en de perfect gebeeldhouwde mensenlichamen werden hét voorbeeld voor kunstenaars. De kunstenaars en de Grand Touristen deelden dus een speciale interesse voor de oudheid. En zo kon het neoclassicisme in volle vaart uit de startblokken.

De buitenlanders kochten die werken om thuis te laten zien wat ze hadden meegemaakt

In de neoclassicistische kunst is de invloed van de toeristen voortdurend terug te zien. Neem de prenten die Giovanni Battista Piranesi maakte van Romeinse archeologische plekken. In eerste instantie verschenen die in internationale reisgidsen, maar ze werden zo populair dat hij ze los ging verkopen. Het Colosseum, triomfbogen, tempels: als het maar in vervallen staat was. Hij veroorzaakte een ware 'Ruïnenliebe', zoals dat in Duitsland ging heten, en wakkerde het toerisme verder aan. Ook andere schilders gingen het vervallen Rome in een romantisch daglicht schilderen, al dan niet met beroemde beelden in het zicht. De buitenlanders kochten die werken om thuis te laten zien wat ze hadden meegemaakt.

Wie veel geld had en een portret wilde laten schilderen kon kiezen tussen Pompeo Batoni en Angelika Kaufmann. Batoni gaf je grandeur en een klassieke uitstraling, bij Kauffmann kreeg je een sentimenteler en dramatischer resultaat. Van alle schilders kreeg Anton Rafael Mengs de beste pers. De personages op zijn schilderijen ogen als godenzonen, verstild als beelden en met de ideale proporties.

Canova

Nee, dit zijn geen van alle bekende namen. Hoe goed geschilderd ook, de meeste werken van deze schilders zijn te steriel, te zeer bezig met het reproduceren en perfectioneren van de ideale antieke schoonheid om ons nu nog enorm te boeien. Er was er één die daarvan afweek en daarom wel bekend is geworden: de beeldhouwer Antonio Canova.

Tekst loopt door onder afbeelding

'De villa van Maecenas en de watervallen in Tivoli' van Jacob Philipp Hackert. © © State Hermitage Museum, St Petersburg

Ook hij deed in zijn opleiding niets anders dan klassieke voorbeelden namaken. Ook hij probeerde die verstilde schoonheid te vangen in zijn werk. Maar hij gaf zijn beelden toch een gevoelsnuance mee, zijn personages buigen zich naar elkaar toe, lijken op sprekende wijze in gedachten verzonken of treuren in zichzelf gekeerd. Zelfs de stoerste held krijgt van hem iets menselijks mee. Zijn veelgevraagde grafmonumenten waren een enorme stijlbreuk met de geëxalteerde barok. Geen grijnzende dood, maar de nadruk op het verdriet van de nabestaanden, gegoten in simpel wit marmer.

Het wat rationele en steriele neoclassicisme werd in de negentiende eeuw ingehaald door de Romantiek. Dat gebeurde net in de tijd waarin het voor reizigers minder interessant werd om naar Italië te gaan. Oorlogen maakten het gevaarlijker om te reizen, tegelijkertijd kwamen de treinen op en werd het reizen naar Italië minder elitair. De rijken zochten hun heil in exotischer oorden als het Midden-Oosten en Afrika. En zo eindigden het tijdperk van het neoclassicisme en de Grand Tour min of meer gelijk. Hoewel Rome natuurlijk altijd een mooie reisbestemming zal blijven en de kunst uit die tijd altijd zijn liefhebbers blijft houden.

Voor dit verhaal reisde de verslaggeefster op uitnodiging van de Hermitage naar Rome.

Neoclassicisme in de Hermitage

Niet alleen uit Engeland, Frankrijk, Duitsland en Nederland vertrokken reizigers naar Italië, ook in Rusland was de Grand Tour in zwang. Zelfs tsarevitsj Paul, de troonopvolger van Catharina de Grote, en zijn vrouw gingen in 1781-82 op reis door Europa. In Italië kregen en kochten zij heel veel kunst. Zo kreeg Paul toen hij eenmaal tsaar was uit een Venetiaans museum een serie gipsafdrukken van antieke beelden cadeau. In Rome struinden ze de ateliers van kunstenaars af. Bij de landschapsschilder Jacob Philipp Hackert bestelden ze een paar werken en van Batoni kochten ze zijn Heilige Familie, een topwerk van de schilder.

Catharina de Grote kwam niet naar Italië, maar kocht wel veel. Zo wilde ze absoluut werk van Mengs hebben en daar stuurde zij steeds haar mensen voor op pad. Ook in later eeuwen is er veel gekocht, onder andere de kunstcollectie van Joséphine de Beauharnais die een belangrijke opdrachtgever van Canova was.

Als gevolg van deze aankopen heeft de Hermitage in Sint-Petersburg nu een van de grootste collecties neoclassicistische kunst ter wereld. Daaruit is geput om de tentoonstelling 'Classic beauties'in de Hermitage in Amsterdam te maken. Op deze tentoonstelling staat Canova centraal. Van hem zijn topwerken te zien zoals 'Amor en Psyche', 'Hebe' en 'De drie gratiën', de laatste opdracht die Joséphine hem gaf. Van Batoni is onder meer 'De heilige familie' te zien, van Hackert de landschappen met ruïnes die Paul en zijn vrouw kochten en van Mengs onder meer een kleinere versie van de Parnassus uit Villa Albani.

De tentoonstelling Classic Beauties is te zien van 16 juni tot en met 13 januari 2019. Info. www.hermitage.nl

Lees ook: Hollandse meesters eindelijk even thuis in nieuwe Hermitage-tentoonstelling

In oktober 2017 kwamen voor het eerst Hollandse meesterwerken uit het moedermuseum in Sint-Petersburg naar de Hermitage in Amsterdam, waaronder zes Rembrandts. Een expositie waarvan gedacht werd dat die er nooit zou komen.

Deel dit artikel

De Italiaanse schilderkunst was na de barok en de rococo op een dood spoor beland

De buitenlanders kochten die werken om thuis te laten zien wat ze hadden meegemaakt