Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Toen de Duitse Nora Krug drie was, begreep ze al dat er ooit iets heel erg mis was gegaan

Cultuur

Wim Boevink

Fragment uit Nora Krugs familiealbum ‘Heimat’. © Nora Krug
Essay

Duitse kinderen leren zich te schamen voor hun geschiedenis. Hoe lang kun je ze opzadelen met collectieve schuld? Dat vraagt Wim Boevink zich af bij Nora Krugs familiealbum ‘Heimat’.

Kan er zoiets bestaan als Duitse onbevangenheid? Eind 1991 arriveerde ik met mijn gezin in Berlijn om te beginnen aan een correspondentschap. De deling was opgeheven, maar de stadsdelen nog lang niet vergroeid. We woonden in het oude Westen op een etage in een straat die uitliep op de Spree en de Tiergarten. Ons huis was net opgeleverd op een plek die sinds 1944 een Bombenlücke was geweest, een bomgat tussen huizen uit de late negentiende eeuw. Een groot deel van de overkant van de straat was ook naoorlogs, een onaanzienlijk blok met woningen uit de jaren zestig.

Lees verder na de advertentie
Duitse onbevangenheid bestaat, maar alleen tot een jaar of zeven

Om de hoek lag over de Spree de Berenbrug, een brug versierd met grote beren van gips. Die beren waren ooit van brons geweest, maar in 1943 omgesmolten voor de oorlogsindustrie. Vaak nam ik hier vanaf station Bellevue de S-Bahn naar Friedrichstrasse, een lijn die via Lehrter Bahnhof een brede lege strook passeerde waar de Muur liep en waar nu, anno 2018, het grote Hauptbahnhof is verrezen. 

Kolossale gebouwen uit de keizertijd waren pokdalig van de kogelinslagen. In de lege woestenij van de Potsdamer Platz, in de jaren twintig nog het drukste verkeersplein van Europa, ontdekte men net een toegang tot de bunker van Hitlers lijfwacht. Alles ademde oorlog en geschiedenis.

Glansrol

Mijn zoontje ging in de straat naar een crèche en wij leerden zo andere kinderen en hun ouders kennen. Ik herinner me nog de dag waarop we hoorden dat een van die kinderen, intussen 7 jaar oud, geschokt was thuisgekomen van school, omdat hij er voor het eerst had gehoord over Duitslands rol in de laatste wereldoorlog.

En hoe ik toen zelf terugdacht aan mijn lagere school en die eerste geschiedenislessen, met een glansrol voor de Gouden Eeuw, die me als jongetje geweldig trots maakte. We hadden Rembrandt en we heersten over de wereldzeeën. Duitse kinderen leren iets heel anders. Duitse kinderen leerden zich te schamen.

Dit is een wat lang uitgevallen inleiding - ik zou het een mise-en-scène willen noemen - op het prachtig vormgegeven boek ‘Heimat’ van Nora Krug. Nora Krug (1977) is kunstenaar en illustratrice. In haar Heimatboek onderzoekt ze al tekenend en schetsend haar familiegeschiedenis in relatie tot de oorlog.

Lange arm

Krug is in New York als ze een oude dame ontmoet die haar vraagt waar ze vandaan komt. Uit Duitsland, zegt ze. Dat dacht ik al, zegt de dame. Ze was zelf in Duitsland geweest, lang geleden. Ze had een concentratiekamp overleefd, omdat een kampbewaakster haar zestien keer van de gaskamer had gered. Waarschijnlijk had de bewaakster stiekeme gevoelens voor haar gehad.

Zo begint het voor Nora. De lange arm van het oorlogsverleden. Maar eigenlijk is het al veel eerder begonnen. Mijn Berlijnse jongetje was zeven. Nora was drie toen ze ergens al had begrepen dat er iets heel erg mis was gegaan.

Krugs terneergeslagen klasgenoten op bezoek in Birkenau. © Nora Krug

Ze woonde bij Karlsruhe aan de rand van een Amerikaanse luchtmachtbasis. Ze hoorde al heel vroeg het woord concentratiekamp, zonder van de Holocaust nog te weten, maar begreep dat het iets sinisters was. Over de Holocaust leerde ze op school in de periode dat ze voor het eerst ongesteld werd. Zo staat het in haar boek. Het idee dat ze nu vrouw was wekte net zoveel schaamte als het feit dat ze Duitse was. 

“Elke keer dat ik als tiener naar het buitenland ging, reisde het schuldgevoel met me mee”, schrijft ze. Ze drukt foto’s af die ze nam van terneergeslagen klasgenoten bij een bezoek aan Birkenau in 1994. “Hier was het bewijs van onze collectieve schuld.”

Hoe lang

Ze woont inmiddels al twaalf jaar in New York en worstelt met haar Duitse identiteit. Het schuldgevoel heeft haar nooit verlaten. Wat betekent Duitsland voor haar? Wat betekent Heimat? Via het boek wil ze haar eigen familie onderzoeken, in de hoop haar verloren Heimat terug te vinden en ‘het gordijn van abstracte schaamte’ opzij te schuiven.

Abstracte schaamte, collectieve schuld, hoe lang kun je daar naoorlogse generaties mee opzadelen? In 1998 veroorzaakte de Duitse schrijver Martin Walser (geboortejaar 1926) een rel toen hij in een rede uitsprak niet langer de haast rituele confrontatie met de Duitse schuld te verdragen. Hij hekelde ‘de instrumentalisering van onze schande voor actuele, altijd goede, eerzame doeleinden’. Auschwitz, zei hij, leent zich niet als routinedreigement, als een intimidatiemiddel dat op elk moment ingezet kan worden, als een morele knuppel.

Walser vertelde hoe hij het hoofd afwendde als op tv weer de ergste beelden van de concentratiekampen werden vertoond. Duitsers zouden die krampachtigheid in de omgang met hun verleden moeten verliezen, maar ‘in welke verdenking komt men te staan als men zegt dat de Duitsers een normaal volk zijn, een gewone samenleving’. 

Giftige paddestoelen

Een gewone samenleving, een normaal volk. Je begrijpt dat verlangen. Dat verlangen dat op zijn beurt weer gretig wordt geïnstrumentaliseerd door partijen aan de rechterzijde. Alsof Walser opriep het verleden te vergeten.

Maar bij Nora Krug zie je hoe moeilijk dat is. Ze peurt in het verleden van haar familie naar een mogelijke bron van het kwaad en ze moet verder teruggaan dan haar ouders die beiden net na de oorlog werden geboren. Haar vader Franz-Karl was een nakomertje en vernoemd naar een broer die dus ook Franz-Karl heette (hoe gek is dat eigenlijk?) maar die in de oorlog, amper 18 jaar oud, was gesneuveld in Noord-Italië.

Van deze eerste Franz-Karl, haar oom (‘een soldaat van Hitler’), vindt Nora Krug een schoolschrift uit 1939, waarin Joden als giftige paddestoelen worden omschreven. Een schoolschrift met getekende swastika’s van een jongen van veertien, uit het jaar waarin het lidmaatschap van de Hitlerjugend verplicht was geworden. Maar haar speurwerk levert in deze vaderlijke tak van de familie geen nazi’s op. 

Twijfels rijzen er bij haar grootvader van moeders zijde, maar het gaat er hier niet om die uitkomst weg te geven. Eerder voel ik bij Nora Krug bijna de behoefte dat kwaad ook daadwerkelijk te vinden, die haard in de eigen kring, als zou de lokalisering aan een vorm van genezing kunnen bijdragen.

Schrift van de 14-jarige Franz-Karl met swastika’s. © Nora Krug

En dat Heimatgevoel dan? Dat gevoel van verbondenheid en geborgenheid? Krug lardeert haar boek met voorwerpen, spullen. Pleisters van Hansaplast, ordners van Leitz, de donkerrode warmwaterkruik, de ossengalzeep. Onschuldige zaken, en toch iets van thuis. Of als ze luistert naar Schuberts ‘Winterreise’: “Dit keer roept mijn moedertaal met haar verlangen naar liefde en natuur en dood, met haar melancholie en haar onopgesmukte schoonheid verlangen op in plaats van schaamte.”

Een Berlijns jongetje van zeven.
Nora van een jaar of twaalf.
Franz-Karl van veertien.
Ja, Duitse onbevangenheid bestaat.
Maar alleen voor kleine kinderen.

Lees ook:

Duitsland wordt normaal, en daar zit ook een zwarte kant aan

De verkiezingsoverwinning van de AfD stelt Duitsland voor een nieuwe taak: nadat het 70 jaar bezig is geweest met het uitbannen van het naziverleden, moet het nu het feit leren accepteren dat dat nooit helemáál uitgebannen zal worden.

Deel dit artikel

Duitse onbevangenheid bestaat, maar alleen tot een jaar of zeven