Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Tim Krabbé does it again

Cultuur

Bas Belleman

Review

Vakman Krabbé stelt zelden teleur. Ook ’Marte Jacobs’ beantwoordt aan de verwachtingen: de roman leest als een trein. En de plot zit geraffineerd in elkaar.

Je weet wat je aan Tim Krabbé hebt. Zijn boeken, waaronder klassiekers als ’Het Gouden Ei’ en ’De Renner’, lees je in één adem uit. En toch blijven ze in je geheugen hangen. Dat geldt ook voor zijn nieuwe roman ’Marte Jacobs’, zo op het eerste gezicht een liefdesgeschiedenis.

Op zijn zestiende ontmoet Emile Binenbaum tijdens een verjaardagsbezoek een negenjarig meisje: Marte Jacobs. Samen met andere kinderen gaan ze voetballen in de duinen. Ze voelen elkaar geweldig aan, zelfs in het voetballen: samen scoren ze doelpunt na doelpunt. Ook vinden ze het erg grappig dat Marte linksbenig voetbalt terwijl ze rechtshandig schrijft: echte kinderhumor.

Om de romantiek van de ontmoeting te illustreren, laat Krabbé Emile achteraf constateren: „Het was vreemd te bedenken dat het dezelfde maan was die boven het voetballen had gehangen.” Dat is natuurlijk een gemeenplaats van jewelste, maar misschien ligt Krabbé’s klasse er wel in dat hij niet bang is zijn vingers te branden aan zulke clichés.

Hij doet niet aan vormexperimenten of mooischrijverij en richt alle aandacht op het verhaal. Dat zet hij effectief in gang door een personage te kiezen dat ons direct overtuigt. Emile is geen Humbert Humbert die valt voor Lolita, geen pedofiel. Maar toch brengt Marte hem in verwarring. Hij weet zich geen raad en kan zijn gevoelens alleen maar interpreteren als liefde.

Die verwarring bouwt Krabbé mooi op. Twee jaar na het voetballen zit Marte bij Emile op school, in de eerste klas. Ze wisselen een paar zinnen uit en voortaan groeten ze elkaar in de gangen ’met een knikje en een lachje’. Meer is het niet. Maar het is genoeg de verbeelding van de puber op hol te laten slaan.

Emile begint te malen. Hij hunkert naar haar knikjes, hij zoekt uit waar ze woont, fietst door haar straat en schaamt zich daar tegelijkertijd ook voor: „Het is een kindje. Haar kruin komt tot aan mijn borst, ze slaapt nog met haar poppen, ze leeft in een andere wereld. Het enige bijzondere aan haar is dat we een keer samen gevoetbald hebben.” Een relativering die hout snijdt, maar niet helpt.

Intussen weet de lezer al dat Marte zelfmoord zal plegen, maar de reden blijft in het ongewisse. Die kennis geeft Emile’s verlangen een tragische ondertoon: dit koppel zal nooit lang en gelukkig leven. Bovendien tilt het dit verhaal uit boven de simpele liefdesgeschiedenis: eigenlijk draait het boek om Emile’s knagende onzekerheid: waarom heeft Marte zelfmoord gepleegd?

Die kwellende vraag zou op zich al genoeg zijn om dit verhaal op spanning te houden, maar Krabbé zou Krabbé niet zijn als de plot niet nog iets meer in petto had. Een extra onzekere factor is namelijk Emile’s jeugdvriend Willem. Marte en Emile hadden geliefden kunnen zijn als Willem haar niet van Emile had ’afgepakt’.

En dat tergt Emile in het bijzonder, omdat er meer redenen zijn tot jaloezie. Want beide mannen zijn schrijver, maar terwijl Emile een marginale dichter is gebleven die welgeteld één klassiek gedicht op zijn naam heeft staan – over Marte – verkopen Willems ’pretentieuze’ romans wél: ze liggen ’in vestingmuren’ bij de boekhandel opgestapeld.

Emile durft niet met Willem over Marte te praten. Wel leest hij tegen heug en meug diens oeuvre, want hij wil geen regel missen die iets over haar zelfmoord zou kunnen ophelderen. „Maar boek na boek kwam ze er niet in voor.” Totdat Willem ’Een meisje uit mijn jeugd’ publiceert.

Daarin vindt Emile de oplossing van het raadsel omtrent haar zelfmoord en dat geeft hem wat rust. Hij durft zelfs te erkennen dat hij geen groot dichter is.

Misschien laat Krabbé de deur iets te eenvoudig in het slot vallen. Er blijft nog genoeg reden tot twijfel. Emile heeft bijvoorbeeld twee gedichten voor Marte geschreven. Het eerste is klassiek geworden, maar het tweede was niet best. Waarom is dat tweede gedicht niet gelukt? En wat heeft dat met Marte’s dood te maken?

Maar zo’n vraag kán alleen bij je opkomen als het personage levensecht is geschilderd, als je hem bij wijze van spreken de hand hebt mogen schudden. Dat heeft Krabbé mooi voor elkaar gekregen.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie