Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

THE KIOSK

Cultuur

JAAP DE BERG

Review

P. W. H. Fasol (red.): De toekomst van het Nederlands in de Europese Unie; Sdu, Den Haag, ¿ 19,90. Onze Taal, 9/95, ¿ 5. Internationale Spectator, 9/95, ¿ 12,50. Wijsgerig Perspectief, 1995-'96/1, ¿ 12. Philosophy Now, 226 Bramford Rd, Ipswich IP1 4AS, £2.50.

Eenzelfde indruk, met aftrek dan van die verwijzing naar Srebenica, heeft kennelijk post gevat bij senator drs. mr. dr. A. Postma (CDA). Hij vindt het tijd voor maatregelen. In de Grondwet moet worden vastgelegd dat, in elk geval in het openbaar bestuur en het onderwijs, het Nederlands het alleenrecht heeft.

Maar wat is Nederlands? Dat is niet zo eenvoudig te bepalen en mede daarom verzet zich, in het maandblad Onze Taal, de Nijmeegse taalkundige prof. C. L. J. de Bot tegen Postma's voorstel. De Bot betwijfelt ook de doelmatigheid ervan. Hij ziet tevens economische en sociale bezwaren. De laatste illustreert hij met het voorbeeld van de English-Only Movement in de Verenigde Staten, die, beducht voor het oprukkende Spaans aldaar, wettelijke bescherming van het Engels nastreeft. Wat ze daarmee vooral bereikt heeft, is sociale onrust: sommige minderheidsgroepen voelen zich nog nadrukkelijker in de hoek gezet. Van grondwettelijke bescherming van het Nederlands verwacht de Nijmeegse hoogleraar blijkbaar hetzelfde effect.

VLAAMS VERLANGEN: ZEER AGRESSIEVE TAALPROMOTIE

Gevraagd naar een mening over de verengelsing van hun taal zouden vele Nederlanders waarschijnlijk antwoorden: So what? (subsidiair: Who cares?). Dit gebrek aan “zelfbewustzijn met betrekking tot hun taal en cultuur” is er de hoofdoorzaak van dat het Nederlands in Europa niet voor vol wordt aangezien, constateert een recente publikatie van de Taalunie ('De toekomst van het Nederlands in de Europese Unie'). Het is weliswaar “op dit moment een Europese bestuurstaal, maar nog lang geen algemeen aanvaarde Europese cultuurtaal. Om het eerste te blijven zal het erin moeten slagen het tweede te worden!”, schrijft de Brusselse germanist Roland Willemyns. Hij recommandeert “een zeer agressieve promotie” in binnen- en buitenland en stelt hoopvol vast dat de Taalunie die kant ook lijkt op te gaan.

A. J. van der Staay, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, toont zich in de Internationale Spectator al tevreden met “een iets actievere taalpolitiek”. Van een twaalfkoloms artikel over 'Herijking van het buitenlands cultureel beleid' besteedt hij één kolom aan het onderwerp Nederlandse taal. Zijn concrete wensen zijn bescheiden: een Duitstalig tijdschrift naast The Low Countries en Septentrion (Frans), en meer subsidie voor lessen Nederlands in Indonesië.

Over de positie van twee dode talen hier te lande windt zich, in het Maandblad Geestelijke volksgezondheid, de psychiater A. van Dantzig op. Samengevat: weg met het Grieks en Latijn in het voortgezet onderwijs. “Een klassieke opvoeding waarin je zes jaar lang meer dan tien uur in de week doorbrengt met het leren van twee talen die je nooit meer zult gebruiken, (vind ik) een waanzinnige verspilling van moeite en toewijding.” Wat het jarenlang moeizaam vertalen van brokjes Grieks oplevert, is hooguit onterecht prestige in het latere leven, geen begrip van Plato of Aristoteles. In plaats van kinderen met “die onzin” lastig te vallen, zou de overheid er maar beter voor kunnen zorgen dat ze Russisch, Spaans of Chinees leren, of “echt goed Frans, Duits en Engels”. Van Dantzig heeft niet alleen een sociale verklaring voor de klassieke gekte: er zit ook een “rest van het middeleeuwse geloof (achter) aan de onfeilbaarheid van Aristoteles of hoe ze heten mogen.”

PAS OP VOOR AMBTENAREN EN HUN INFORMATIESYSTEMEN

Wijsgerig Perspectief buigt zich over “de impact van informatica op individu en samenleving”. Prof. W. B. Drees bespreekt enkele wijsgerige aspecten ('de cyborg-ontwikkeling is ook positief te zien'). De hoogleraar bestuurskunde I. Th. M. Snellen waarschuwt parlement en volk. Van de informatie-communicatietechnologie (ICT) profiteert in de eerste plaats de bureaucratie. Ook systemen die bedoeld zijn om volksvertegenwoordigers te ondersteunen - Snellen haalt voorbeelden aan uit Enschede, Tilburg en Nijmegen - versterken de machtspositie van ambtenaren. Conclusie: wil ze aan de macht blijven, dan zal de volksvertegenwoordiging zich veel meer moeten inspannen om het ambtenarenapparaat te laten doen wat zij wil.

Wijsbegeerte en informatica ontmoetten elkaar onlangs ook in het Engelse tijdschrift Philosphy Now. Een medewerker had op Internet zijn verlangen kenbaar gemaakt naar een 'really Big Philosophy' (niet het kruimelwerk uit de hoek van “de taalfilosofie, de deconstructie-denkers of Wittgenstein”, please). Vijftig Net-klanten reageerden en bevalen in totaal 56 denkers aan. Bovenaan de lijst stond Robert Nozick (6 stemmen), gevolgd door o. a. Habermas (4), Popper en Whitehead (elk 3) en Russell, John Dewey en Mortimer Adler (elk 2). Slechts één raadgever antwoordde dat - excuses aan dr. Postma - the whole search for Big Philosophy was mistaken.

Deel dit artikel