Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Terloopse betrokkenheid van Marianne Dommisse

Cultuur

Nels Fahner

Marianne Dommisse ontwikkelde in vijftig jaar een eigen methode bij het fotograferen. Twee exposities volgen haar op de voet.

De Hofvijver, het Lange Voorhout, het Malieveld: ze zijn allemaal van een terloopse schoonheid die je niet snel vergeet. De fotografe Marianne Dommisse (1927) legde de gezichten van Den Haag als geen ander vast. Maar haar werk reikt verder. De afgelopen decennia maakte ze vele kunstenaarsportretten en straatreportages in binnen- en buitenland.

Een selectie is momenteel te zien op twee Haagse locaties: in kunstenaarssociëteit Pulchri Studio en het Haags Historisch Museum. Daar valt op hoe de fotografe van sfeer en poëzie in het dagelijkse leven houdt.

Marianne Dommisse werd geboren in Dalem, een dorpje aan de voet van de Waaldijk. Ze ontdekte het fotovak toen ze in het Den Haag van de jaren vijftig werkte voor de schoolfotografe Lotti Walkate. In 1956 schreef ze zich in als persfotografe, maar het najagen van het nieuws en het ellebogenwerk in de mannenwereld bevielen haar slecht. Ze besloot zich te richten op mode en werkte onder meer voor de Haagse couturier Jean Louzac.

Landelijke bekendheid kreeg Marianne Dommisse in 1959 met een reportage van Staphorst, waar fotografie in die tijd nog verboden was. Via de burgemeester wist ze de dorpelingen toch in beeld te krijgen.

Tijdens een recent interview dat te zien is in het Haags Historisch Museum, blikt de fotografe terug: „Ik heb gelogeerd bij die mensen. Ik vond ze leuk, en die klederdracht, dat zie je zo weinig.”

De methode-Dommisse is door de jaren heen niet veel veranderd, zegt Robert van Lit, adjunct-conservator van het Haags Historisch Museum. „Ze loopt altijd eerst een tijdje rond, stelt mensen op hun gemak – wordt een soort vriendin van de familie.” En dan, bijna terloops, maakt ze haar foto’s. Een moeder met kind op schoot. Blinkende oorijzers, een scherp gezicht. Een jongetje – ribbroek, geruite bloes, stug blond haar – met een schepje in zijn linkerhand. Scheppen is een ernstige zaak, lijkt hij te willen zeggen.

In Pulchri Studio wordt de Staphorst-serie afgewisseld met beelden in kleur uit een reportage van het Albanië van de jaren negentig. Bij een enkele foto kiest Dommisse dan nog voor zwart-wit: in een portret van een oude vrouw voor een verwoest huis bijvoorbeeld.

Pulchri Studio toont verder beelden van Indonesië, Egypte en een aantal experimenten: afdrukken in spiegelbeeld, een dubbeldruk die de golven van de Watersnoodramp van 1953 tot leven wekt.

Het meest recente werk toont de fascinatie van de fotografe voor vergankelijkheid. Van Lit: „Ze bezoekt regelmatig kerkhoven.” Uit de serie ’Asfaltbloemen’ – foto’s van dode dieren, in Pulchri Studio geëxposeerd in 2001 – is één foto te zien: een dode koe langs de weg. Het is of je net bent afgestapt van je fiets: een streep straat, een berm en dan de koe als een moot biefstuk tussen het groen. Dan de schaduw van een sloot, een heg en daarachter een reeks graven tegen de hemel aan.

Het Haags Historisch Museum focust op de kunstenaarsportretten die Marianne Dommisse door de jaren heen maakte. Dankzij haar man, de beeldhouwer Theo van der Nahmer, kreeg de fotografe toegang tot de Haagse kunstenaarskringen. Haar portretten werden gepubliceerd in De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland en natuurlijk in Pulchri, het ’huisblad’ van de kunstenaarssociëteit. Een aantal jaren volgde ze schrijver en schilder Jan Cremer, en maakte enkele imponerende foto’s van de jonge wereldbestormer. Cremer beschouwde haar als een soort hoffotograaf, aldus Van Lit. De samenwerking was van tijdelijke aard. „Hij kon ook nogal onhebbelijk zijn.”

Marianne Dommisse werkt graag groot, vertelt ze in de documentaire. „Kleine foto’s verbloemen veel. Zo’n foto noem ik een aardig kiekje, geen foto. En ik wil foto’s maken.” Veel van haar recente werk is nog niet uitgezocht. Van Lit: „Er zit nog veel schoonheid in de negatieven.”

Lees verder na de advertentie
Haagse nozems met Puchs, 1962. (Trouw)
(Trouw)

Deel dit artikel