Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Te gast in huize Campert

Cultuur

Jaap Goedgebuure

Remco Campert tijdens de presentatie van 'Een knipperend ogenblik, portret van Remco Campert', geschreven door Mirjam van Hengel. © ANP
recensie

Mirjam van Hengel schoof twee jaar lang iedere vrijdagmiddag aan bij Remco Campert. Mag een biograaf tot de entourage behoren?

Een biografie schrijf je in de regel pas nadat er een definitieve punt achter het fysieke bestaan van je hoofdpersoon is komen te staan. Zolang hij of zij nog recht van lijf en leden is, loop je het risico dat jouw versie door een andere afloop wordt ontkracht. Dus doe je er beter aan je verhaal niet als biografie maar als ‘portret’ de wereld in te sturen. Of Mirjam van Hengel zo weloverwogen te werk is gegaan, weet ik niet, maar ‘portret’ is wel degelijk de nadere precisering van het omvangrijke boek waarin ze de levensgeschiedenis van de 89-jarige auteur Remco Campert beschrijft.

Lees verder na de advertentie
Een karakterschets die zindert van liefde voor, zo niet verliefdheid op de held

Een geslaagd portret, onverschillig of het is geschilderd, getekend of geschreven, geeft niet alleen een inkijkje in het karakter van de geportretteerde, maar laat ook veel zien van degene die kwast, potlood of pen hanteerde. Je kunt dus verwachten dat je in ‘Een knipperend ogenblik’ naast Campert ook Van Hengel zult tegenkomen. Ben je eenmaal begonnen te lezen, dan stel je al gauw vast dat ze niet alleen optreedt als arrangeur van Camperts gereconstrueerde levensloop, maar dat ze daarin ook zelf nadrukkelijk aanwezig is.

Over het hoe en waarom doet ze niet moeilijk. Twee jaar lang was ze elke vrijdagmiddag te gast in huize Campert, vuurde haar vragen af op hem en zijn echtgenote Deborah, kreeg daarbij behalve de gewenste informatie ook niet zelden halve of helemaal geen antwoorden, mocht niettemin vrijelijk al zijn paperassen doorvlooien, blijven napraten en mee borrelen, en werd zo, misschien wel zonder het zelf te merken, deel van zijn entourage. 

Is dat verantwoord? Niet als je een biografie schrijft en gebaat bent bij enige afstand. Wel als je op niet meer mikt dan een voorlopig, aan het moment gebonden portret, een karakterschets die zindert van liefde voor, zo niet verliefdheid op de held. Geen wonder dat die hier met grote regelmaat wordt neergezet als een jonge god en een beminnelijke bon vivant, ook nu hij de leeftijd der sterken al een tijdje is gepasseerd en voordien overkwam als een verlegen en weinig spraakzame slungel.

© Trouw

Dat Mirjam van Hengel in de loop van haar project een intense, bijna symbiotische relatie met Remco Campert heeft opgebouwd, laat zich aflezen aan de stijl waarin ze haar relaas heeft vervat. Haar taal is lyrisch en bloemrijk, af en toe zelfs een beetje te, en neigt hier en daar zelfs naar het frivole. Zwaar en gewichtig wordt het nooit, ook niet in episodes waar het verhaal er om lijkt te vragen. 

Het is een aanpak die in de pas probeert te lopen bij Camperts onnavolgbare lichtheid en subtiele aanslag. Die eigenschappen geven zijn gedichten en verhalen hun onvervreemdbaar cachet, ook waar ze getuigen van onlust en onmacht. Als geen andere schrijver wist hij altijd weer elegant en tegelijk achteloos langs de valkuilen van sentiment en pathetiek te laveren. Daarmee slaagde hij erin om op zijn eigen, unieke manier stem te geven aan een generatie lezers die opgroeide in de jaren vijftig en zestig, lezers die tijdens hun puberteitsjaren jazz, rock, wijn, wiet en vrije seks ontdekten, hun kamers stoffeerden met visnetten en lege chiantiflessen, nadrukkelijk gehuld gingen in zwarte coltruien en zonnebrillen, en volop zwelgden in hun comfortabele melancholie.

Slordig beheer

Campert heeft nooit uit lopen venten dat het door hem opgeroepen en door talloze fans herkende levensgevoel wortelde in eigen ervaringen. Af en toe liet hij er tegenover interviewers wel eens wat over los, maar in de regel was hij tamelijk zwijgzaam waar het ging om de autobiografische fundering van zijn werk. Maar nu hij een groot deel van zijn hebben en houden aan Mirjam van Hengel heeft toevertrouwd krijgen we het nodige te horen over zijn talloze verliefdheden, het turbulente verloop van zijn vier huwelijken, de moeizame omgang met zijn twee dochters, de dagelijkse gang naar het café en de wankele gang terug, de tijden dat het schrijven niet of nauwelijks wilde vlotten, de vele, al dan niet noodgedwongen verhuizingen, het geldgebrek en de belastingschulden, en zo meer. Het laat zich allemaal samenvatten in de twee woorden die vader Jan Campert anno 1941 gebruikte voor de titel van een roman: ‘Slordig beheer’.

Remco Campert heeft die vader nauwelijks gekend. Toen zijn ouders na een paar jaar huwelijk uit elkaar gingen en hij nauwelijks drie jaar oud was, brak er voor hem een periode aan waarin hij van de ene verzorger naar de andere ging en nooit langer dan een paar jaar op hetzelfde adres woonde. Hoewel hij daar nu vrij luchtig en relativerend over doet, wil hij wel kwijt dat de nonchalance van zijn opvoeders van invloed is geweest op zijn eigen doen en laten.

Het slordige beheer is niet het enige wat de vader aan de zoon heeft nagelaten. Hoewel Jan Camperts literaire reputatie tijdens zijn leven tamelijk schraal bleef, werd hij na zijn dood beroemd om het ultieme verzetsgedicht, ‘Het lied der achttien doden’. Het mag dan zo zijn dat Remco’s schrijversfaam die van Jan ver heeft overtroffen, met Jan Camperts heldendom zag hij zich blijvend geconfronteerd, ook nu die vader voor hem nauwelijks een vader was geweest. Ten slotte ontkwam hij er niet aan om daar als schrijver op te reageren, met een boekje en een paar gedichten.

Wat daarin treft is de toon. Die is, zoals bijna altijd in Camperts werk, ingehouden. Maar juist daarom word je extra hard geraakt door de herinnering aan de dag in januari 1943 dat hij hoorde hoe zijn altijd afwezige vader was omgekomen in het Duitse concentratiekamp Neuengamme. ‘Ik voelde niets / maar wist dat ik iets voelen moest […] eerst later voelde ik pijn / die niet meer overging / die nog mijn lijf doortrekt / nu ik dit schrijf / lang geleden toch dichtbij / de tijd duurt één mens lang.’

Het geciteerde gedicht dateert uit 1983.

Nu, vijfendertig jaar later, eindigt ‘Een knipperend ogenblik’ met Camperts verzuchting dat hij verlangt naar het moment dat zijn verleden volledig zal zijn opgelost. Hij weet natuurlijk wel beter. Zijn verleden is niet spoorloos verdwenen, hij heeft het alleen maar laten overvloeien in zijn werk.

En met hulp van Mirjam van Hengel ook in dit rijk geschakeerde portret.

Oordeel

Rijk geschakeerd portret van schrijver die altijd zwijgzaam was over zichzelf.

Mirjam van Hengel
Een knipperend ogenblik, portret van Remco Campert
De Bezige Bij; 583 blz.
€ 29,99

Mirjam van Hengel treedt zondagmiddag 16 september op in TivoliVredenburg tijdens de Boekenparade van het International Literature Festival Utrecht (ILFU). Gratis toegang.

Recensenten van Trouw bespreken pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers. Meer recensies leest u hier.

Deel dit artikel

Een karakterschets die zindert van liefde voor, zo niet verliefdheid op de held