Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Strawinsky, maar dan op z'n Indisch

Home

Alexander Hiskemuller

Gerard Mosterd en Wieteke van Dort combineren Indonesische dans en cultuur met Strawinky’s muziek. © Inge van Mill

In de Indonesische versie van Strawinsky’s ‘L’Histoire du Soldat’ van Gerard Mosterd en Wieteke van Dort staat de Indische identiteit centraal. Die identiteit staat ook bij jonge generaties weer in de belangstelling.

Lllieve llluitjes!’ Zodra Wieteke van Dort op het podium staat, verwacht iedereen dat ze dat typisch Indische Tante Lien-accent uit haar mond laat rollen. Dus misschien is het juist wel verrassend om dat níet te doen tijdens haar optreden in de Indonesische versie van Strawinsky’s ‘L’Histoire du Soldat’, die de komende weken is te zien in de Nederlandse theaters.

Lees verder na de advertentie

Met dat accent, van die vette medeklinkers die van de tong afglijden, maakte ze aan het begin van de jaren tachtig furore als het Indische omaatje Tante Lien, dat tijdens haar gezellige ‘koempoelans’ (bijeenkomsten) ondeugende grappen maakte. Zo werd Van Dort zo’n beetje dé belichaming van de Indische identiteit.

Als tante Lien treedt Van Dort nog steeds op tijdens de Tong Tong Fair, de jaarlijkse pasar malam in Den Haag. Tijdens het Indische cultuurevenement leerde ze de Nederlands-Indische choreograaf Gerard Mosterd kennen. Van Dort: “Gerard presenteerde er dansstukken die mij erg aanspraken: een combinatie van danstheater en Indonesische tradities. Ik heb zestien jaar ballet gedanst en toen hij mij vroeg om mee te werken aan de Indonesische versie van ‘L’Histoire du Soldat’, zag ik dat meteen zitten.”

Een klein dansje zal ze zeker doen in de voorstelling, maar gezien haar leeftijd (73) laat ze het echte werk over aan de Javaanse dansers

Een klein dansje zal ze zeker doen in de voorstelling, maar gezien haar leeftijd (73) laat ze het echte werk over aan de Javaanse dansers die Mosterd voor het werk heeft geëngageerd. Van Dort treedt op als verteller en voorziet het verhaal van een soldaat die zijn ziel verkoopt aan de duivel, met een knipoog van commentaar.

Die knipoog is de reden dat Mosterd haar vroeg voor de vertellersrol: “Wieteke is mijn jeugdheldin. Ik zat als kind aan de buis gekluisterd bij het kinderprogramma ‘De Stratenmakeropzeeshow’, waarin Wieteke naast Aart Staartjes en Joost Prinsen ongelooflijk leuke typetjes neerzette. Heel knap hoe ze daarmee in het begin van de jaren zeventig moeilijke thema’s op een humoristische wijze voor het voetlicht bracht. 

Zo’n zelfde knipoog had Strawinsky in 1918 met ‘L’Histoire’ voor ogen. Dit ‘totaaltheater’, met dans, tekst en muziek, gaat over corrumpering door geld, maar is met grappen en grollen omkleed om de wat al te moralistische boodschap over goed en kwaad een beetje te verzachten.”

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Gerard Mosterd en Wieteke van Dort © Inge van Mill

Nasi en aardappelen

Gerard Mosterd onderzoekt in zijn werk, dat inmiddels al zo’n veertig choreografieën omvat, de ‘Indische identiteit’. “Wat het betekent om tussen twee culturen - tussen nasi goreng en aardappelen - te staan.” Voor dat onderzoek vond hij in ‘L’Histoire’ een prachtig vehikel. 

“Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog lag de wereld in stukken. Strawinsky was een visionair die zijn werk een humanistisch motto meegaf; het stuk moet overal ter wereld worden uitgevoerd in de lokale context en met de lokale culturele gebruiken. Zo is er de afgelopen eeuw een flink aantal versies gemaakt: op Afrikaanse, Latijns-Amerikaanse en Chinese bodem, tot een Inuit-versie aan toe. Ook in Nederland zijn er diverse ‘L’Histoires’ ten tonele gevoerd, de bekendste in vertaling van schrijver-dichter Martinus Nijhoff. Maar van een Indonesische versie was het nog nooit gekomen.”

De Javaanse schrijver Goenawan Mohamad droeg zorg voor de Indonesische bewerking van de oorspronkelijke tekst. Schrijver Bo Tarenskeen (net als Mosterd en Van Dort een Indische Nederlander) heeft die geschikt gemaakt voor het Nederlandse publiek. Uitgangspunt voor deze versie was het bij elkaar brengen van Azië en Europa. 

Mijn Nederlandse vader gaf mij het omgekeerde mee: als je succesvol wilt zijn, moet je in het licht gaan staan

Gerard Mosterd

Mosterd: “Wieteke en ik staan als Indische Nederlanders met één been in beide continenten. Mijn ervaring is dat de twee culturen enorm kunnen botsen. Mijn Indische moeder zei: stel jezelf in de schaduw, wees bescheiden. Mijn Nederlandse vader gaf mij het omgekeerde mee: als je succesvol wilt zijn, moet je in het licht gaan staan. Dat is een belangrijk kenmerk van de Indische identiteit: innerlijke beschouwing strijdt met naar buiten gerichte actie.”

Wajangpop

De spreidstand komt tot uiting in de verbinding tussen Strawinsky’s expressieve muziek en de verfijnde bewegingen van de Indonesische dans. “Er is een interessante overeenkomst tussen Strawinsky en de Indische identiteit. Indonesië is een smeltkroes van hindoeïstische, boeddhistische en islamitische invloeden; Indische Nederlanders hebben al die ‘culturele genen’ in zich. Strawinsky maakte van zijn compositie, hier uitgevoerd door New European Ensemble, ook een interculturele mix, een soort wereldmuziek avant la lettre.”

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Gerard Mosterd en Wieteke van Dort © Inge van Mill

Naast de Javaanse dans herbergt deze versie tal van Indische verwijzingen. Het begint al met het openingsbeeld: een helm en een wajangpop. De scène waarin de soldaat van het front huiswaarts keert wordt verbeeld door dansers die door denkbeeldige rijstvelden waden. Mosterd: “De duivel uit het origineel is vervangen door een djinn, de geest uit de fles. Die fles zou ook kunnen staan voor de botol tjebok: de fles op het toilet van een Indisch huishouden om de billen mee te spoelen.”

Dat Wieteke van Dort als actrice uiting geeft aan haar Indische identiteit is altijd een noodzaak voor haar geweest. “Toen ik in ‘De Stratenmakeropzeeshow’ een keer een Indisch vrouwtje speelde, werd ik meteen gebeld door allerlei Indische verenigingen: of ik niet eens als dat personage wilde langskomen. Ik zei: ‘Maar ik heb helemaal geen repertoire!’ Dat gaf niks, zeiden ze, als ik maar een halfuurtje Indisch kwam praten. Zo is Tante Lien geboren. Indische Nederlanders hebben een grote behoefte hun identiteit gerepresenteerd te zien.”

Die bloedband is iets mythisch; elke keer als ik terugkeer in Indonesië en ik ruik de geuren, dan voelt het als thuiskomen

Wieteke van Dort

Dat Indische zit diep, ook bij Van Dort zelf. “Nederland is 350 jaar met de voormalige kolonie Indonesië verbonden geweest. Als je daar bent geboren, ligt de placenta van je moeder naar Indonesisch gebruik in de grond begraven. Die bloedband is iets mythisch; elke keer als ik terugkeer in Indonesië en ik ruik de geuren, dan voelt het als thuiskomen.”

Trots

Maar is die bloedband voor de derde en vierde generatie Indische Nederlanders niet veel minder sterk? Hebben jongeren met Indische wortels een botol tjebok op hun wc? Mosterd: “Toen de Indische Nederlanders in het begin van de jaren vijftig uit Indonesië repatrieerden, waren zij de eerste ‘exotische’ Nederlanders in een land dat voorheen een monocultuur was. Dat exotische is er met de komst van andere groepen vanaf. 

Maar de laatste jaren merk ik dat er een hernieuwde interesse is in de eigen roots. Azië is een belangrijke wereldspeler geworden; de Indonesische herkomst is iets om trots op te zijn. Bovendien kun je je als jongere door je afkomst onderscheiden, dat geeft houvast in een globaliserende wereld die steeds vaker als bedreigend wordt ervaren. Via social media komt men tegenwoordig ook veel gemakkelijker met elkaar in contact.”

Dat kan Wieteke van Dort alleen maar beamen. “Mijn mailbox loopt over met uitnodigingen, al dan niet voor Tante Lien. Voor heel gezellige koempoelans hoor, georganiseerd via Indische facebookgroepen. Úren staat men er op de dansvloer, van acht tot tachtig, Indo’s houden nou eenmaal van dansen. Het Indisch bloed wordt wel degelijk doorgegeven.”

Van ‘L’Histoire du Soldat’ wordt ook een soort koempoelan gemaakt: voorafgaand aan de voorstelling kun je in enkele theaters Indisch eten. Misschien dat Wieteke van Dort de bezoekers daar verwelkomt met haar rollende ‘Lllieve llluitjes’? “Als men mij dat vraagt, dan doe ik dat graag.”

‘L’Histoire du Soldat’ van Gerard Mosterd en New European Ensemble, van 16 maart t/m 29 april in twintig theaters in Nederland. Meer informatie op: neweuropeanensemble.com

Deel dit artikel

Een klein dansje zal ze zeker doen in de voorstelling, maar gezien haar leeftijd (73) laat ze het echte werk over aan de Javaanse dansers

Mijn Nederlandse vader gaf mij het omgekeerde mee: als je succesvol wilt zijn, moet je in het licht gaan staan

Gerard Mosterd

Die bloedband is iets mythisch; elke keer als ik terugkeer in Indonesië en ik ruik de geuren, dan voelt het als thuiskomen

Wieteke van Dort