Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Stoute's ombouw: van Brouwers tot Meulenbelt

Cultuur

ROB SCHOUTEN

Review

Vorige week overleed, op de leeftijd van bijna vijftig jaar, de schrijfster Renate Stoute. Een tragische dood zoals ieder te vroeg overlijden tragisch is maar in haar geval toch wel verzwaard door bijzondere omstandigheden. Geboren als man en als schrijver bekend geworden onder de naam René Stoute, liet ze zich in 1996 'ombouwen' tot vrouw.

Misschien is geslachtsverandering wel de meest drastische transformatie die een mens kan ondergaan en men kan zich voorstellen dat iemand die ertoe overgaat de illusie heeft voortaan herboren door het leven te gaan met de gewenste identiteit. Het was Renate Stoute niet gegeven. Een paar jaar na haar geslachtsverandering bezweek ze aan een combinatie van stressfactoren en oude, uit een heftig verleden resterende leverkwalen. Haar onlangs verschenen boek, waarin ze de geschiedenis rond haar vrouwwording beschrijft, 'Uit een oude jas vol stenen', klinkt op die manier als een stem van over het graf. Je leest er dingen in als: ,,Ik ben somber, op van vermoeidheid, en ik heb pijn. Op deze dagen weet ik zeker dat de enige overeenkomst tussen Coltrane en mij een vroege dood door leverkanker zal zijn.'

De boeken van René/Renate Stoute zijn in feite allemaal casestudies van het eigen, uitzonderlijke leven. Stoute debuteerde in 1982 met de aandachttrekkende verhalenbundel 'Op de rug van vuile zwanen', waarin hij zijn verleden als junk beschreef. Omdat Stoute indertijd nauwelijks literaire ervaring had moest het boek zwaar geredigeerd worden, maar het was ook wel duidelijk dat er heel wat vertellersplezier in deze schrijver, afkomstig van de onderkant van de maatschappij, zat.

Zijn verhalen over al die heroïnezucht, merkwaardige reizen en bizarre relaties, herinnerden aan Jack Kerouac: ze waren soms troosteloos maar toch ook humoristisch, misschien door de schijnbare doelloosheid van alle ondernemingen. Maar het is jammer dat we geen 'live' verslag kregen; Stoute's junk-periode was duidelijk verleden tijd en inmiddels gepromoveerd tot literatuur. Hij was afgekickt, bouwde een gezin op en werd schrijver.

Maar het probleem zat klaarblijkelijk dieper. Na wat vervolgboeken, waarin hij teerde op het 'Vuile zwanen'-succes, zonder dat te kunnen evenaren, verscheen in 1991 de roman 'Het grimmige genieten', waarin de schrijver onder een doorzichtig laagje van fictie uitkwam voor zijn behoefte aan travestie: hij beschreef zijn eigen leven en dat van de Franse chevalier d'Eon, naar wie het zogenaamde eonisme, een historische vorm van transvestitisme, werd genoemd. René Stoute kwam dus uit de kast maar het zat hem niet mee. In diezelfde periode kwam namelijk Maarten 't Hart ook uit voor zijn transvestitische aanvechtingen. Publiekstrekker 't Hart haalde zo de aandacht voor Stoute weg.

Dat het voor Stoute geen publiciteitsstuntje was bleek na nog weer wat jaren. Zijn 'gewone' huwelijk met kind liep op de klippen. Hij had ontdekt dat hij niet zomaar travestiet was, maar dat hij vrouw wilde worden, wat dan in 1996 uiteindelijk operationeel gebeurde. Over dat hele proces gaat 'Uit een oude jas vol stenen'.

Het begint met het gevoel van wanhoop als man te moeten leven, dan volgt de periode van psychologische begeleiding met als belangrijkste moment dat de auteur zich realiseert dat hij niet alsnog als vrouw geboren kan worden maar dat hij zich een 'transseksuele vrouw' voelt. Na een hormonenbehandeling van bijna twee jaar, de 'real life'-test, volgt dan de operatie, waarna de schrijfster vrij kort haar huidige, gelukkiger leven schetst.

Het opmerkelijkste aan dit boek is niet zozeer de van binnenuit beschreven 'ziektegeschiedenis' van de gender-dysforie, het 'in een verkeerd lichaam zitten', maar vooral de organische opbouw van het boek. Dit is geen boek achteraf, zoals 'Op de rug van vuile zwanen' dat was, maar het loopt met de hele ontwikkeling mee, als een soort caleidoscopisch dagboek.

Als schrijver was Stoute aanvankelijk vooral beïnvloed door de onrechtlijnige, brede stijl van Jeroen Brouwers. Dat merk je vooral aan het begin van dit boek, waarin Stoute bijna mythomaan naar de archimedische punten in dan nog zijn bestaan zoekt. Vatbaar voor de symbolen van alledag onderzoekt hij de eigen situatie, bijvoorbeeld bij het schoonmaken van een vis: ,,Bezig de makreel uit zijn huid te strippen, kruiste mijn blik de littekens in de holte van mijn arm, en dat was het moment waarop ik inzag hoezeer ik ernaar verlangde uit al mijn verledens te verdwijnen, nieuw te worden, en op te staan in de taal van een toekomstig leven!'

Met het schrijven wordt het in de tussentijd niks, Stoute is zo gefixeerd op de transformatie van man tot vrouw dat de literaire ader lijkt dicht te slibben; pas in 'Uit een oude jas vol stenen' herleeft de auteur Stoute weer.

Het meest saillante aan deze bekentenissen, die zoals al haar vroegere verhalen en herinneringen, een hoge mate van authenticiteit hebben maar ook laboreren aan een gebrek aan concentratie en verbeelding, is de wanhopige poging om voor een vrouw aangezien te worden. Stoute had overigens het onmiskenbare voordeel van een trouwe vriendin, Bo, te bezitten, zelf steeds meer op weg om voor haar lesbische inslag uit te komen. Van een schijnbaar normaal heteroseksueel paartje veranderen de twee in een lesbisch stel.

Het boek is geschreven in de van Stoute bekende stijl, autobiografische momenten en dagboekfragmenten worden afgewisseld met essayistische oprispingen en algemene wijsheden. En dan lees je bijvoorbeeld dit: ,,Een transseksueel kan niet veel veranderen aan de twijfels die anderen mogelijk hebben over de keuze voor een geslachtsaanpassende behandeling. Door te aanvaarden dat mijn innerlijke overtuiging misschien voor anderen raadselachtig en duister bleef, en me daar niet al te schuldig over te leren voelen, kon ik al weer iets meer afstand nemen van meningen en opinies die buiten mijzelf lagen. Wat wijsheid is wordt in de diepte van het zelf geweten door hem of haar die het direct aangaat, het is geen voorstelling met publiek en een vragenrondje na afloop. Je kunt het niet op andere mensen toepassen en vragen: wat zou jij doen in mijn plaats? Dat is de kern van ieders eenzaamheid: het niet kunnen delen van onze diepste ervaringen; het niet aan de ander kunnen overdragen hoe het is in jouw plaats, hoe het bijvoorbeeld is om transseksueel te zijn.'

Die universele waarheid van dat bestaanstekort laat zich ook gelden in dit boek. Voor iemand die, zoals ondergetekende, Renate Stoute persoonlijk als man heeft leren kennen en van zijn hele vrouwwording geen weet had, is, met alle respect, de transformatie van man tot vrouw moeilijk te volgen. Maar dát er iets gebeurt merk je wel degelijk, vooral omdat de toon langzaam verandert, alsof ook het proza een hormonenkuur ondergaat. Van de barokke Jeroen Brouwers-liefhebber verandert Stoute in een geëmancipeerde vrouw, met taal die aan opstandige artikelen in Opzij doet denken, en aan Anja Meulenbelt. En dat is een heel rare gewaarwording. Een zichzelf gelijkblijvende schrijver zou dat nooit zo goed hebben kunnen oproepen.

Aan het eind is deze auteur dan ook een heel ander iemand geworden: ik kan niet zeggen literair sympathieker want opeens moet er met inzet voor een zaak gestreden worden, maar wel is die transformatie zelf overtuigend en authentiek. En je had het Renate Stoute gegund langer van dat gevonden zelfvertrouwen te genieten.

Deel dit artikel