Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Spiek niet en bedenk wie de schilder is, Bol of Flinck

Cultuur

Joke de Wolf

Zelfportret van Govert Flink, circa 1640. © RV
Recensie

Govert Flinck en Ferdinand Bol associëren de meeste Nederlanders eerder met straten dan met schilderijen. Twee tentoonstellingen in Amsterdam kunnen daar verandering in brengen.

Zoek de acht verschillen: vergelijk en je kijkt scherper. Liefst tussen schilderijen en tekeningen met kleine veranderingen. Govert Flinck (1615-1660) en Ferdinand Bol (1616-1680) kwamen als twintiger allebei een paar jaar in de leer bij Rembrandt, pikten diens succesvolle stijl op, en gingen ermee aan de haal. Elk op hun eigen manier, maar oei, wat was en is het soms lastig de twee uit elkaar te houden.

Lees verder na de advertentie

Precies dat is het uitgangspunt van de dubbeltentoonstelling over Bol en Flinck die de komende maanden in twee musea in Amsterdam is te zien. In plaats van elk één solotentoonstelling hangen ze zij aan zij. Het blijkt een schot in de roos.

Zelfverzekerde jongemannen

Zelfs bij de Rembrandt-blockbuster twee jaar geleden was het soms gissen: hoe ánders was de grote meester dan zijn tijdgenoten, hoe revolutionair? Is het echt zo bijzonder als de bordjes zeggen? Bij de Flinck-Bol-tentoonstelling leer je de twee jonge kunstenaars kennen in het Rembrandthuis, het vroegere woonhuis van hun leermeester. 

Twee zelfverzekerde jongemannen: Flinck rossig, bolle toet, Bol wat taniger, scherpe blik. Beiden schilderden de zelfportretten toen ze al op eigen benen stonden, bij beiden is de invloed van Rembrandt nog zichtbaar: veel donkere partijen, Bol laat zien dat hij ook zo'n kunstig gouden detail op de rode stof kan schilderen, Flinck kijkt heel Rembrandt-achtig op ons neer. Het zelfportret van Bol komt uit de Verenigde Staten, dat van Flinck uit Keulen: het is een tentoonstelling met bijzondere logées.

Als leerling van Rembrandt voltooide Bol vaak de werken van zijn meester

Ferdinand Bol - blauwe naamkaartjes in de tentoonstelling - kwam op zijn twintigste bij Rembrandt in de leer, die lesgaf bij het kunstbedrijf Uylenburgh. Bol was een chirurgijnszoon uit Dordrecht, had weinig contacten, en kon dankzij zijn nieuwe connecties verder groeien. Hij werkte nauw met Rembrandt samen, voltooide als leerling vaak de werken van zijn meester. Dus toen hij in de jaren veertig zelfstandig werd, werkte hij in die stijl verder, in portretten en historiestukken. En lang zijn veel van die werken bestempeld als Rembrandts, alleen al omdat die meer waard waren. Naar zijn latere werk werd niet gekeken.

Zelfportret van Ferdinand Bol, circa 1647. © RV

Daarnaast hangt, met rode kaartjes, Govert Flinck. Rond 1633 vertrok hij vanuit Leeuwarden naar Amsterdam, daar was hij tot 1635 Rembrandts assistent. Veel schilderijen van hem zijn een vrijwel exacte kopie van een van zijn meester, of werden vroeger als Rembrandt gezien.

Flinck werd flexibel in alles, hij veranderde voor het gemak ook van kerk

Zowel voor Bol als Flinck geldt: niet elk werk is even geniaal, ze probeerden in de smaak te vallen en dat liep niet altijd synchroon met hun grootste talent. In 1642 kreeg Flinck al een prestigieuze opdracht voor twee groepsportretten van de Kloveniersdoelen. Eentje is in het Amsterdam Museum te zien. Het is een strakke, Staalmeesters-achtige opstelling. Ernaast zie je Bol, 15 jaar later, worstelen met de ruimte. Flinck werd flexibel in alles: van de heldere stijl, waarmee hij veel van zijn doopsgezinde bekenden portretteerde, stapte hij via de kerk van zijn vrouw naar de remonstrantse ambtenaren, vond voor hen een frivolere, lossere stijl, en veranderde voor het gemak ook van kerk. Prachtig zijn de twee portretten van Margaretha Tulp uit de Collectie Six. Een eerste in sober, zedig zwart-wit. Twee jaar later, in 1658, een portret met bloemen in het haar, lustig krullende plooien en zelfs een blote schouder.

Heen-en-weer-kijken

In de zalen is het heen-en-weer-kijken. Probeer eens zonder op het kaartje te spieken te bedenken wie van de twee het geschilderd heeft: niet makkelijk en daarom, met al die rijkdom in stijlen en onderwerpen, zo leuk.

Langzaam ontwikkelt ook de stuggere Bol een eigen stijl, met diepzwart fluwelen pakken en een zachtere, poederachtige gladheid in zijn overdonderende portretten. Flinck overlijdt voor hij zijn allergrootste opdracht heeft kunnen uitvoeren, twaalf doeken voor het nieuwe Stadhuis. Bol heeft het ook niet slecht gedaan, hij kreeg veel opdrachten van de admiraliteit en van rijke families. In 1669, hij is dan 53, schildert hij zijn laatste doek: zelfportret met Cupido. Hij hangt zijn penselen aan de wilgen en gaat rentenieren. Pas in 1976 kwam er een studie naar zijn werk, in 1965 was Flinck al aan de beurt geweest. Veel schilderijen en tekeningen zijn nu voor het eerst terug, en samen te zien, met een stevige catalogus. Een feestelijk eerherstel.

★☆ 'Ferdinand Bol en Govert Flinck: Rembrandts meesterleerlingen', tot 18 februari in Het Rembrandthuis en het Amsterdam Museum. Catalogus 29,95.

Deel dit artikel

Als leerling van Rembrandt voltooide Bol vaak de werken van zijn meester

Flinck werd flexibel in alles, hij veranderde voor het gemak ook van kerk