Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Spetterende countrymuziek op de Nederlandse prairie

Cultuur

Kees Polling

Review

,,Geef mij maar de prairie'', zong Mark Ritsema flemend. En: ,,Als zij glimlacht...''. Het waren onvervalste country'n western-songs, maar... van Nederlandse huize. En bovendien bleef het niet bij een gelikte country-vertolking, maar gingen de musici zich te buiten aan eigenzinnige improvisaties.

Ouderwetse country'n western in een eigentijds improjasje? Kan dat? Alles kan in de geïmproviseerde muziek, zo lijkt het tegenwoordig. Dus ook country'n western. Op het North Sea Jazz Festival liet de Amerikaanse banjospeler Bela Fleck in 1994 horen hoe divers en uitdagend geïmproviseerde country kan klinken. Flecks landgenoot, gitarist Eugene Chadbourne deed dat al langer, al haalde die er in een hilarisch en anarchistisch geheel ook bluegrass bij, net als hillbilly, folk, blues en wat al niet meer.

Nederland en country'n western. Dat lijkt een contradictie, maar sinds het internationale succes van c & w-ster Ilse DeLange en de stijgende populariteit van 'line dancing', is dat normaal. Wie in de geschiedenis kijkt, ziet bovendien dat countrymuziek bij ons al lang populair is.

'Geef mij maar de prairie' en 'Als zij glimlacht' zijn liedjes van een zekere Robert van de Berg, geboren in Austin, Texas, als zoon van Nederlandse ouders. Hij was actief in wat in de jaren dertig en veertig 'western swing' genoemd werd. 'Western swing' was countrymuziek beïnvloed door bigbandjazz en bebop uit die jaren.

Na de Tweede Wereldoorlog vertoefde Van de Berg een aantal jaren in Nederland, waar hij ook een tijdje muziek maakte onder de naam Bobby Hill and The Flatland Kings.

Ritsema, die de country-songs van de Nederlander het afgelopen weekeinde zong in het Tilburgse Paradox, maakt deel uit van The Flatland Kings, een nieuwe formatie rond kopstukken uit de Rotterdamse en Amsterdamse impro-scenes. Daaronder gitarist/zanger Lucas Simonis, trompettist Frans Friederich en toetsenist/keyolinbespeler Cor Fuhler. De aanwezigheid van gitarist/zanger David Dramm en fluitiste Ann La Berge, twee Amerikanen die zowel thuis zijn in impro, hardcore en gecomponeerde muziek, zorgde voor knappe c & w-uitstapjes naar hardcore en voorhoedemuziek.

De vertolkingen in Paradox klonken hard en de improvisaties waaiden alle kanten uit. Niettemin bleef het typische countrygeluid zelfs in schrille hardcore-uitvoeringen overeind. Hoogtepunten waren opwindende versies van 'Faded Love' en 'Lyla Lou'. Soms leek Ritsema's stem op die van Tom Waits, op andere momenten overheerste in de muziek de bevrijdende geest van Captain Beefheart.

In de instrumentatie miste ik de banjo. Het ontbreken van een viool werd goedgemaakt door Fuhlers keyolin. Carl Beukman omspeelde op zijn contrabas al strijkend en plukkend goed de beperkingen van de bekende vierkwartsmaat. Trompet en dwarsfluit (beide aangevuld met elektronica) leken in eerste instantie misplaatst in de country-bedding, maar maakten zich uiteindelijk onmisbaar. Het plezier waarmee de zonder uitzondering in ruige cowboypakken gestoken musici in het materiaal doken, werkte zo aanstekelijk, dat het publiek er nauwelijks genoeg van kon krijgen.

Den Haag, Korzo; 11 februari. Amsterdam, BIM-huis; 12 februari

Deel dit artikel