Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Slavenburg werpt bijbelkenners de handschoen toeAl in eerste eeuwen verdrong godsleer vrije spiritualiteit

Cultuur

AART MAK

Review

Jacob Slavenburg, Valsheid in geschrifte, Walburg Pers, Zutphen 1995, ¿ 39,50. Aart Mak is predikant, verbonden aan radio 'Kerk Zonder Grenzen' in Bloemendaal.

Jacob Slavenburg, de schrijver van Valsheid in geschrifte noemt die kloof zelfs onthutsend groot. Nooit, schrijft hij, heb ik van de kansel een citaat horen voorlezen uit een zogenaamde Paulus-brief waarbij de aantekening werd gemaakt dat deze brief niet van Paulus maar van een latere volgeling afkomstig was.

Slavenburg, historicus van professie, is de laatste jaren vooral bekend geworden door zijn boeken over gnosis, die wijdvertakte spirituele beweging aan het begin van onze jaartelling waaraan de officiële kerk paal en perk heeft gesteld. Hij beschouwt wat door de gnostici werd geschreven, verloren ging en nog maar vijftig jaar geleden werd herontdekt in kruiken bij Nag Hammadi (Boven-Egypte), zelfs als een verloren erfenis, getuige de titel van een van zijn boeken. Laatstelijk nog zorgde hij samen met W. G. Glaudemans voor een integrale Nederlandse vertaling van alle in Nag Hammadi gevonden, merendeels gnostische geschriften.

Nu dan opent hij de aanval op de nieuwtestamentische canon die de kerk sinds de vierde eeuw als door God geïnspireerd beschouwt. De titel van zijn boek getuigt al van enige gram: valsheid in geschrifte. Maar meer nog de hier en daar gedreven stijl van schrijven en termen als amputatie, gespleten pen en eenzijdige selectie door het machtsinstituut kerk. Zijn bedoeling is informatie te geven over de stand van zaken van het (nieuwtestamentische) bijbelonderzoek aan mensen die niet bang zijn van schrik van hun stoel vallen.

Zijn belangrijkste kritiek komt op het volgende neer. Drie eeuwen corrigeren, verschrijven, weglaten en toevoegen gingen vooraf aan de bekende handschriften op grond waarvan onze bijbelvertalingen zijn samengesteld. Zo zijn lang niet alle brieven van de hand van Paulus, werden geen van de katholieke brieven geschreven door de ons bekende auteurs en is het evangelie naar Johannes niet van de apostel, gezwegen nog van de talloze voorbeelden die Slavenburg geeft van historische onwaarschijnlijkheden, verdraaiingen en verfraaiingen (de geboorte van Jezus te Bethlehem bijvoorbeeld).

Leergezag

Zijn felste kritiek luidt dat de oorspronkelijke leer van Jezus werd omgevormd en aangepast door het zich later ontwikkelende leergezag van de kerk. Een godsleer kwam in de plaats van een zich vrij ontwikkelende spiritualiteit. De kerk van de vierde eeuw werd een deel van het Romeinse establishment en was dusdanig gebaat bij eenheid in leer en gezag, dat alles daaraan aangepast en ondergeschikt gemaakt moest worden.

Wie ooit het boek van Heering gelezen heeft, denkt bijna aan een nieuwe, maar nu spirituele zondeval van het christendom. Wat stelt Slavenburg daartegenover? Apocriefe en gnostische geschriften? Hij besteedt met name aan het inderdaad zeer waarschijnlijk uit de eerste eeuw stammende evangelie van Thomas relatief veel aandacht. Een evangelie waarin zijns inziens nog niets te vinden is van theologie, leergezag en dogma. Ook andere onbekende en zelfs geheime woorden van Jezus laat hij de revue passeren. Maar hij is kritisch en eerlijk genoeg om toe te geven dat ook aan deze vrijelijk op naam van apostelen gestelde geschriften door latere redacteuren behoorlijk is gesleuteld. De antieke mens ging daar nu eenmaal anders mee om dat wij met onze ISBN-nummers en Buma-rechten.

Wat Slavenburg uiteindelijk bepleit is een geestelijk verstaan van wat ooit geschreven is. We kunnen geen beroep meer doen op het letterlijke woord van de bijbel en moeten dat zelfs ook niet meer wìllen, zo laat zich zijn pleidooi lezen. De canon is te relatief. Zal in de kerk van de 21e eeuw dan vrijelijk gelezen en gepreekt gaan worden uit het Evangelie volgens Filippus, de Openbaring van Paulus en de Handeling van Petrus, naast de anonieme Hebreeënbrief en het Evangelie van Markus, al dan niet met het toegevoegde laatste hoofdstuk? Ik waag het te betwijfelen. Al was het alleen maar omdat het niet mee te slepen is, die twee vuistdikke boeken met vertaalde Nag Hammadi-geschriften.

Wat wel door zijn boek duidelijk wordt, is dat er meer aan de hand is geweest in het jonge christendom dan we lange tijd wisten. Het was bonter, pluriformer en vrijer dan we zelfs maar gedacht hadden. Dat talloze handschriften driftig gekopieerd zijn met alle daarbij komende foutieve omschrijvingen, weet elke enigszins academisch gevormde theoloog.

Machtsprocessen

Ik denk dat Slavenburg in elk geval voor de helft gelijk heeft als hij zegt dat met name in de vierde eeuw allerlei machtsprocessen een rol speelden bij de canon-vorming. Toch was de christelijke gnosis al aan het eind van de tweede eeuw op haar retour. Speelden dus ook andere factoren een rol? Hebben de kerkvaders met al hun soms vrouwvijandige en tijdgebonden gedachten, ook niet vast willen houden aan de realiteit van dit leven op aarde en vooral aan het echte sterven van Jezus? Sommige gnostici wiekten wel erg ver weg van alles wat met bloed, zweet en tranen te maken had.

Blijft staan dat het tijd wordt dat bijbelwetenschappers en nieuwtestamentici de door Slavenburg toegeworpen handschoen opnemen. Of het waar is dat, zoals hij beweert, de meesten van hen hiervoor terugdeinzen omdat ze zelf zijn grootgebracht in een kerkelijk en bijbels milieu, laat ik dan maar even in het midden. Maar dat de oude gnosis wat te bieden heeft naast de al eeuwenlang door veel christenen als authentiek ervaren canon, staat voor mij vast.

Ik ken te veel mensen in en op de rand van de kerk, die zoeken naar een nieuwe verbinding tussen wat overgeleverd is en hun eigen leven met allerlei, vaak ook spirituele vragen. Aan het gesprek daarover mogen dan wat mij betreft moderne gnostici en charismatici, evangelicals en oecumenicals meedoen. En laat het dan maar gaan over het begrip 'gezag': wanneer en waarom heeft een woord, een tekst of zelfs een heel evangelie mij iets te zeggen?

Deel dit artikel