Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Simone Veil, succesvol omdat ze een vrouw is

Cultuur

Paul-Kleis Jager

Rationeel en nogal vlak beschrijft de Franse politica Simone Veil haar leven. Terwijl dat leven om diverse redenen uitzonderlijk is geweest.

’Een leven’, zo heet de autobiografie van de Franse politica Simone Veil (Parijs, 1927). Die titel, een verwijzing naar Guy de Maupassants roman ’Une Vie’, kan een verkeerde indruk wekken. Want het leven van Veil is niet zomaar een leven, het is een uitzonderlijke geschiedenis. Uitzonderlijk om tragische redenen in de eerste plaats. Simone overleefde Auschwitz met haar oudere zus Milou. Haar moeder stierf vlak voor de bevrijding van het vernietigingskamp. Haar vader en broer Jean werden elders vermoord – waar precies is nooit helemaal opgehelderd. Milou kwam in 1951 om bij een auto-ongeluk. Haar eenjarige zoontje stierf in het ziekenhuis, in de armen van Simone. In de tweede plaats is haar verhaal uitzonderlijk omdat zij twee keer minister was en de eerste voorzitter werd van het rechtstreeks gekozen Europees Parlement. In het jaar dat deze memoires in Frankrijk verschenen, 2007, nam zij afscheid als lid van de Franse Raad van State, de Conseil Constitutionel, en trad zij toe tot een ander uiterst select gezelschap, de Académie Française. Veil maakt duidelijk dat zij in de jaren vijftig als moeder van drie jongetjes veel weerstand moest overwinnen om een begin te mogen maken met deze carrière. Zelfs haar eigen man Antoine vond het maar niets dat zij wilde gaan werken. „Geen sprake van”, zo zei deze hoge ambtenaar. Maar de paradox is, zo stelt Veil vast aan het eind van haar boek, „dat wat ik in het leven gedaan heb gekregen, vaak heb bereikt juist omdat ik een vrouw was”. Een mooie vrouw bovendien. In Auschwitz werd haar leven gered door het kamphoofd Stenia, ’een voormalige prostituee, een brute Poolse’. Stenia vond de zestienjarige Simone ’te knap om hier dood te gaan’ en wilde haar ergens anders onderbrengen. Simone mocht, met zus Milou en moeder Yvonne, vertrekken naar het ’commando’ Brobek dat op een paar kilometer van Birkenau lag. De omstandigheden waren er gunstiger. Een tegenprestatie – andere vrouwelijke kapo’s eisten seksuele wederdiensten voor gunsten – vroeg Stenia niet, tot grote verbazing van Simone. „Het bestaan heeft me niet ontzien, maar ik heb heel wat mensen ontmoet, die mij hebben beschermd.” Ook Valéry Giscard d’Estaing, president van 1974 tot 1980, was zo’n beschermer. De liberaal Giscard wilde zijn ambt en de instituties van de Vijfde Republiek afstoffen: bij die ambitie hoorden vrouwen in de regering, op zijn minst als staatssecretaris. Veil werd als enige minister, van volksgezondheid. Tot dan toe had ze als inspecteur de deplorabele staat van de Franse gevangenissen aan de kaak gesteld en zich als jurist onder andere met de hervorming van het adoptierecht beziggehouden. Giscard vertrouwde de politiek onervaren Veil het abortusdossier toe, een kwestie die hij zo snel mogelijk wilde oplossen. Op dat moment lieten Franse vrouwen zich clandestien aborteren, of ze gingen ervoor naar Nederland of Groot-Brittannië. De feministische journaliste Françoise Giroud, die staatssecretaris voor vrouwenzaken werd, werd tot haar grote woede gepasseerd voor de klus. Giroud was te uitgesproken in haar opvattingen om de onmisbare steun van een aantal conservatieve parlementariërs te krijgen. Veel woorden maakt Veil niet vuil aan het beruchte debat in de Assemblée Nationale dat drie dagen duurde: haar stijl is rationeel en eigenlijk nogal vlak, met uitzondering van de beschrijving van haar jeugdjaren in het zonnige Nice. Afstandelijk noteert ze dat er hakenkruizen verschenen op de muren van haar huis en dat ’veel interventies’ in de vergaderzaal ’haatdragend en lasterlijk’ waren. Dat is een understatement. Een van de heren (vrouwen zaten er toen vrijwel niet) zo is te lezen in een indringende biografie over Veil van de journalist Maurice Szafran, zwaaide op de tribune met een foetus op sterk water. Een ander liet met behulp van een bandrecorder de hartslag van het ongeboren leven horen. Veil noemt wel de bijdrage van een zekere Jean-Marie Daillet, die sprak over foetussen die in Franse ziekenhuizen in de verbrandingsoven zouden verdwijnen. Maar ze vertelt niet hoe ze na diens woorden het hoofd bijna tot op de regeringstafel liet zakken en in stilte huilde. Zij hernam zich daarna, schreef iets op een briefje dat zij aan Daillet liet geven. „Dat wist ik niet”, zei de afgevaardigde. Die ongure zitting en Veils waardige reactie droegen bij aan de vorming van Veil als morele autoriteit. Haar oordeel telt in Frankrijk. Zo heeft haar ex-partijgenoot François Bayrou veel last gehad van wat zij over hem schrijft in ’Een leven’: „een man die in staat is principes, bondgenoten en vrienden op te offeren voor zijn presidentiële obsessie”. Aan de andere kant kreeg Nicolas Sarkozy, die Veil bijzonder waardeert, de wind in de zeilen toen zij haar steun voor zijn kandidatuur voor het presidentschap uitsprak.

Deel dit artikel