Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Sieb Posthuma (1960-2014): Dit is mijn geschiedenis, hier doe ik het mee

Cultuur

Arjan Visser

Illustrator Sieb Posthuma mocht in 2009 het Gouden Penseel in ontvangst nemen. Hij overleed vandaag op 54-jarige leeftijd. © anp

De in Rotterdam geboren illustrator Sieb Posthuma mocht in 2009 nog het Gouden Penseel in ontvangst nemen voor zijn werken bij de gedichten van Annie M.G. Schmidt. Vannacht overleed hij in zijn woonplaats Amsterdam, bevestigt zijn uitgeverij Querido. "Ik heb een vrij ingewikkelde achtergrond", vertelde hij Trouw twee jaar geleden.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben
"Ik begrijp dat mensen kracht putten uit hun geloof - en zich door rituelen rond geboorte, huwelijk of dood verbonden weten - maar ik vind tegelijkertijd dat religie, zoals die nu wordt beleefd, niet meer past bij deze tijd. Wie, uit angst voor het hiernamaals of om welke reden dan ook, voor een bepaalde stroming kiest, sluit anderen uit. Wij zijn de uitverkorenen, dit is ons clubje, en daar hoor jij niet bij. Ieder mens kent mystieke gevoelens; daar kun je vanuit je eigen ontwikkeling bij terechtkomen. Zoiets moet niet door anderen worden opgelegd.

Ik ben niet godsdienstig opgevoed, maar ik heb mij die vraag, waartoe ik hier op aarde ben, natuurlijk óók gesteld en ik kan je zeggen dat ik daar een steeds beter beeld van heb gekregen. Het is een inzicht dat je niet kunt afdwingen. Het ontvouwt zich als vanzelf.

Ik heb een vrij ingewikkelde achtergrond. Mijn ouders maakten er een potje van en... afijn, daar zal ik je straks meer over vertellen, wat ik wil zeggen is: ik was niet bepaald een kind dat stampvoetend om aandacht vroeg, maar ik had wel een tekentalent. Dat talent heb ik aangewend om mijn bestaansrecht te claimen. Als een soort spandoek heb ik het omhooggehouden: 'Hier ben ik. Dit kan ik. Dit is wat ik doe.' Sinds een jaar ben ik er pas goed van doordrongen dat ik mijn talent niet meer nodig heb om gezien te worden. Ik heb die redenen verwerkt; ik ben er en wat ik doe, doe ik voor mijn plezier. Terugkomend op de zin van het bestaan: voor mij is het leven zinvol als je angst en verwachting achter je kunt laten. Als je met je eigen gegevens aan de slag gaat en daarin zo wakker mogelijk opereert. Niet boos of verbitterd zijn. Niet blijven steken in verlangens. Het is mij gelukt.

Laatst sprak ik iemand, een generatiegenoot, die zei: 'Ik merk toch dat ik de boel een beetje begin af te bouwen.' Ik voelde meteen een klem op mijn nek. Afbouwen? Waar héb je het over? Het klinkt misschien een beetje pathetisch, maar ik ben zó blij dat al die shit is opgeruimd dat ik juist sta te trappelen om door te gaan."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is
"Volgens mij is het een misvatting te geloven dat kunst altijd over lijden zou moeten gaan. Zo ben ik wel begonnen trouwens - op de Rietveld Academie was alles zwaar en donker - maar ik ben steeds opener geworden in mijn werk. Terug naar het begin. Als ik de foto's uit mijn vroege jeugd bekijk, zie ik een blij en vrolijk kind. Na mijn vijfde - toen mijn ouders uit elkaar gingen - is dat jongetje een beetje uit het zicht verdwenen.

Mijn ouders waren kunstliefhebbers. Ik denk dat ze blij waren met mijn talent, maar ze hebben me niet op een podium gezet. Integendeel. Mijn aanleg werd stil gestimuleerd. Toen we na mijn vaders overlijden zijn huis opruimden, kwamen we overal rolletjes papier tegen. Kindertekeningen van mij, met de datum keurig achterop geschreven.

Ik kan mezelf terugplaatsen in die tijd; het verlangen om in die andere wereld - een mooiere plek - te verdwijnen is er altijd geweest. Ik zie nu wel hoe ik de omstandigheden in mijn tekeningen verwerkte. Mijn moeder was met haar nieuwe echtgenoot naar Engeland vertrokken. Het leuke nieuws - zeiden mijn ouders - was dat mijn zus en ik alle vakanties bij haar op bezoek mochten komen. Pas toen mensen in mijn omgeving mij erop wezen dat het eigenlijk wel een vreemde situatie was, begon ik er ook last van te krijgen. Waar hoorde ik thuis? Wanneer was ik welkom, en wanneer niet? Bovendien voerden mijn ouders totaal verschillende regimes. Mijn vader was een keurige man, maar diep van binnen een soort hippie. Mijn moeder, die uit Laren kwam, hield er veel conservatievere ideeën op na en liet mijn lange haren afknippen zodra ik in Engeland was aangekomen. Er werd met ons gesold. Ik voelde mij ontheemd. Mijn zus heeft een tekening van mij uit die tijd ingelijst. Het is een landschap met molens en klompen waarboven, in een kinderlijk groot handschrift 'Groeten uit Holland!' staat geschreven."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken
"Ooit hoorde ik tijdens een diner twee mannen, een stel, praten over hun liefde voor het katholicisme. Ze waren vooral gefascineerd door de Roomse kerk. Het was meer dan dwepen, het was een soort sublimatie, iets wat je vaker ziet bij mensen die worden buitengesloten: ze worden nog fanatieker, nog heiliger dan de Paus. Om dat soort dingen - dat je als homo zo'n discriminerend instituut wilt steunen - kan ik heel kwaad worden, maar ik zal gelovigen niet snel provoceren. Ik geloof dat het beter is om contact te maken, om een band op te bouwen, om vertrouwen te winnen. Je hebt er niets aan om je overtuiging aan iemand op te dringen. Vorig jaar was ik met een aantal collega's bij de Boekenbeurs in Peking. Amnesty had ons speldjes over de misstanden in China meegegeven die we bij aankomst op onze revers moesten spelden. Dan kom je daar dus aan en tijdens de eerste handdruk zeg je: 'Goedemiddag, u leeft in een land dat niet deugt.' Dat lijkt mij een verkeerde start."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Tot mijn dertigste was ik nog wel een lanterfanter, daarna was het afgelopen. Eruit halen wat er in zit. Aan de slag. Nog niet zo lang geleden, toen ik met Ton, mijn man, door de stad liep om inkopen te doen voor een reis, drong het tot me door hoe heerlijk ik het vond om daar zo maar wat te lopen. Het is een terrein dat na jaren hard werken braak is komen te liggen: o ja, gewoon een beetje lummelen, dat kan ook! Ik moet dat echt weer gaan leren. Ik ben in wezen een rustig mens, maar de paradox is dat ik pas rustig word als ik heel veel doe."

V Eer uw vader en uw moeder
"Uiteindelijk, uiteindelijk ben ik hierop uitgekomen: ik eer mijn vader en mijn moeder. Vraag me niet wat het me heeft gekost. Het waren leuke mensen, maar voor het ouderschap niet erg geschikt. Ze hebben er niet willens en wetens een puinhoop van gemaakt, maar het heeft jaren geduurd voor ik over mijn woede en mijn teleurstelling heen was.

Dat mijn moeder zo maar verdween, heb ik toen misschien niet eens zo bewust gevoeld, maar ik kan nog steeds niet goed afscheid nemen. Als ik op een perron of in de vertrekhal van een vliegveld sta, krijg ik het altijd benauwd. Dat is het laatste restje verdriet.

Ik heb wel geprotesteerd, toen, maar het moest gewoon gebeuren. Van de een naar de ander en weer terug. Van het klassieke huishouden in Engeland naar de vrijheid-blijheid cultuur - hij was kort na mijn moeders vertrek getrouwd met een vrouw die twintig jaar jonger was, een meisje bijna - van mijn vaders huishouden. Het was erg moeilijk om tussen die twee contrasten mijn identiteit te vinden.

Mijn vader was een zachtaardige man, maar ook een zeer passieve man. Niet iemand die optrad, of met zijn vuist op tafel sloeg. Hij was geïnteresseerd in cultuur, hij nam mij mee naar musea, maar ik heb hem nooit als een affectieve vader kunnen zien. Hij was sociaal geneeskundige, heel goed in zijn vak maar in de thuissituatie kwamen die kwaliteiten op een of andere manier niet aan bod.

Toen ik 21 was, en net ging studeren in Amsterdam, pleegde mijn jonge stiefmoeder zelfmoord. Ik werd erdoor geraakt, natuurlijk, maar ik was te veel met mijn ego bezig om te voelen wat er nou werkelijk was gebeurd.

Vier jaar later maakte ook mijn moeder een einde aan haar leven. Het jaar voordat ze stierf waren we juist weer een heel klein eindje naar elkaar toe gegroeid.

Ik was net overeind gekrabbeld, begon als jong volwassene te geloven dat er nu eenmaal moeders zijn die niet voor hun kroost kúnnen zorgen, toen ik in één klap weer werd teruggezet op nul. Zie je nou wel? Mijn bestaan is niet belangrijk genoeg. Ik was razend. Op mijn moeder, op mijn vader, op allebei. Wat zijn jullie eigenlijk voor losers? Als je een rotleven hebt, dan heb je dat rotleven maar voor je kind!

Voor een tweede keer moest ik al die fases van woede en verdriet doorlopen. Ik heb er lang over gedaan, maar het is me uiteindelijk met de hulp van een wijze vrouw gelukt. Ze zei: 'Neem het jongetje dat jij bent geweest op schoot. Troost hem. Help hem hier doorheen.'

Mijn vader is er nooit meer bovenop gekomen. Hij was niet bij mijn moeders begrafenis. Hij kon het gewoon niet. Ik geloof niet dat hij depressief was; hij heeft zich gewoon uit het leven teruggetrokken. Tien jaar geleden is hij overleden. Ik denk dat ik mijn verzet tegen hem, tegen het willen erkennen van het feit dat ik ook op hem leek, bijtijds heb opgegeven. Er was geen rommel meer toen hij stierf.

Ik heb mij wel eens afgevraagd wat nou precies de betekenis van zijn leven is geweest. Hij was niet per se ongelukkig, maar hij heeft nooit kunnen bloeien, hij is nooit helemaal tot zijn recht gekomen. Misschien was hij hier om zijn kinderen geboren te laten worden."

VI Gij zult niet doodslaan
"Mijn moeder heeft een briefje achtergelaten. 'Vergeef me', stond erop. Ik vond het nogal veel gevraagd. Eerst dacht ik dat het mij nooit zou lukken. Ik moest door een heel diep dal voordat ik kon toestaan er iets van te begrijpen. Als je geen contact meer hebt met de dingen, als je in een isolement terechtkomt, dan stopt het leven. Dan is er sprake van ondraaglijk lijden en heb je het recht om te besluiten er een einde aan te maken.

Ik begrijp het heel goed als je het daar niet mee eens bent, als het gewoon onmogelijk is om te vergeven, maar ik ervaar het als een groot geluk dat het mij uiteindelijk wel is gelukt. De kracht van vergeving, na al die stadia doorwrocht beleefd te hebben, is gigantisch.

Soms denk ik: had die moeilijke hobbel nou genomen, dan had je er misschien nog dertig, veertig jaar aan toe kunnen voegen. Je was vast een heel leuk, oud mens geworden. Geestig. Beetje excentriek. Het had gekund... maar nee, het had dus niet gekund.

Ik moet je nog iets moois vertellen. Twee jaar geleden was ik in Zweden waar ik werkte aan 'Een vijver vol inkt', mijn illustraties bij de mooiste kindergedichten van Annie M.G. Schmidt. Het was een prachtige, stille plek. Op een ochtend zat ik voor het huis. De mist hing laag op het veld. Ik zat daar een beetje voor me uit te staren toen het ineens tot mij doordrong dat ik helemaal niet kwaad of verdrietig meer was. Ik had er vijftig voor moeten worden, maar nu was ik klaar. Ik zou nooit meer zeggen dat ik door mijn geschiedenis werd bepaald. Nee, dit ís mijn geschiedenis. En hier doe ik het mee."

VII Gij zult niet echtbreken
"Ik heb lang een relatie gehad met Madeline - we houden nog steeds veel van elkaar, maar toen we, al heel jong, bespraken of we samen kinderen wilden krijgen, wist ik dat het niet kon; dat er te veel onrust was en ik eerst moest uitvinden of ik toch niet méér van mannen hield. Het was een erg pijnlijke beslissing, heel moeilijk voor ons allebei. Het voelde heel lang niet als een vooruitgang. Ik keek rond in Amsterdam en wat ik zag was, kort samengevat, de Canal Parade: heel uitbundig, veel gedoe. Ik heb daar helemaal niets op tegen, maar ik voelde mij er ook niet thuis. Als ik nu naar die tocht door de Amsterdamse grachten kijk, denk ik altijd: eigenlijk zou er een bootje voorbij moeten komen waar maar één mannetje in zit. Iemand die onder een schemerlamp een boekje zit te lezen.

Ik ben, na een paar relaties, Ton tegengekomen. We kennen elkaar nu tien jaar. In 2008 zijn we getrouwd. Alleen maar omdat we een huis wilden kopen samen, dacht ik. We trouwden op maandagochtend in het Muziektheater, voor niks. Twee buurvrouwen waren als getuigen meegekomen. We zouden daarna taartjes eten bij Puccini, en klaar. Eenmaal binnen, in dat kamertje, overviel mij toch de gedachte dat er iets bijzonders ging gebeuren. We hadden een Surinaamse ambtenaar van de burgerlijke stand, een hele leuke vrouw die de boel meteen, op z'n Surinaams, opengooide en vroeg: 'Kunnen jullie mij vertellen waarom je zoveel van elkaar houdt?' Een pittige vraag waarop wij daar, in de intimiteit van dat moment, ten overstaan van die paar aanwezigen, het antwoord moesten geven. Niks 'zakelijke afhandeling'; het was een ontroerende, onvergetelijke gebeurtenis."

VIII Gij zult niet stelen
"Ik zal nooit iets pakken wat niet van mij is, maar mij laten inspireren door het werk van anderen is natuurlijk een heel ander verhaal. Als je jong bent, heb je voorbeelden. Iedereen heeft een meester nodig. Een van mijn helden is Matisse. Wat mij zo bevalt is dat hij als kunstenaar naar een soort simpelheid, een kernachtigheid is gegroeid. Uiteindelijk moet je alle balast overboord gooien, maar je kunt niet bij die abstractie uitkomen als je niet alle stadia die daaraan voorafgaan hebt doorlopen. Abstractie is niets als je de werkelijkheid niet hebt onderzocht.

Of ik zelf al een meester ben? Dat weet ik niet. Ik ben een zoekende meester. Ik streef ernaar de kracht van mijn schets te bereiken in de uiteindelijke tekening. Dat gaat me nooit lukken, maar dat is niet erg. Er is geen punt waarop je kunt zeggen: nu ben ik er. Je kunt alleen maar proberen er zo dicht mogelijk bij in de buurt te komen."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste
"Eerlijk zijn is veel meer dan niet jokken, of de waarheid niet verdraaien. Eerlijkheid gaat over luisteren naar je gevoel. Ik leg mijn plannen tegenwoordig langs de intuïtie-lat: als het om een of andere reden niet goed voelt, begin ik er niet aan. Ik heb te vaak niet goed naar mezelf geluisterd. Dat zal niet meer gebeuren. Denk ik. Misschien moet je mij er over tien jaar nog eens naar komen vragen."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is
"In het begin keek ik wel eens naar het werk van collega's en dan dacht ik: dat wil ik ook! Maar nooit op een afgunstige manier, ik wil niemand iets ontzeggen. Gunnen is voor mij iets heel natuurlijks. Weet je wat ik wel jammer vind? Dat ik nooit vader zal worden. Goed, Picasso kreeg nog kinderen op zijn zestigste, maar vooralsnog ziet het er niet naar uit dat ik ook zoiets zal meemaken. Toen mijn vrienden kinderen kregen, vroegen ze heel vaak of ik een geboortekaartje wilde ontwerpen en nadat ik van het zoveelste kraambezoek chagrijnig was thuisgekomen, begreep ik ineens wat er aan de hand was: dit zijn de mogelijkheden die de mens heeft en ik zal er geen gebruik van kunnen maken. Dat vind ik oneindig jammer. Alleen dat. Voor het overige geldt dat ik, tegen mijn eigen verwachtingen in, met de jaren steeds gelukkiger lijk te worden. Ik heb mijn plek in de wereld gevonden."




Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie