Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Shunga is niet ordinair, maar biedt erotiek, esthetiek en humor. Toch is deze pornografische kunstvorm in Japan verboden.

Cultuur

door CEES STRAUS

Review

Het Japanse woord shunga betekent letterlijk 'lenteplaatjes'. Maar het begrip staat voor veel meer. Shunga is een tegenwoordig in verval geraakte tekenwijze die bezien naar onderwerp en de technische uitwerking de zinnen moesten prikkelen. Shunga was in een periode van meer dan 200 jaar (17de-19de eeuw) een vorm van oosterse pornografie die uitsluitend de verbeelding van de geslachtsdaad tot onderwerp had.

Dat gebeurde tijdens die twee eeuwen niet op de banale wijze die vaak het kenmerk is van de westerse porno. Geen onderdrukking van de onderliggende partij, geen uitbuiting of op zijn minst nadruk op het onbezielde vlees. Shunga staat voor een hecht doorgevoerde trits van de elementen erotiek, esthetiek en humor. Deze drie gegevens komen in elk blad aan de orde, op een overzicht van Japanse erotica in de Kunsthal in Rotterdam.

Een presentatie van deze omvang, bovendien in een fraai gestileerd interieur, is een zeldzaam fenomeen in de Japanse, maar ook in de westerse musea. In Japanse, officiële kringen wordt het begrip shunga nog altijd domweg ontkend. Hoewel Japans beste kunstenaars zich aan het maken van deze houtdrukken hebben overgegeven, ontlenen ze hun naam nimmer aan de shunga. Zelfs toen ze op het hoogtepunt van het japonisme (een modeverschijnsel in de beeldende kunst op het einde van de 19de eeuw toen de westerse kunst en vormgeving zich door Japan liet beïnvloeden: Van Gogh bijvoorbeeld hield van Japanse grafiek en kopieerde die ook) druk in het Westen werden bestudeerd, kwam dit onderdeel van hun werk zelden aan bod.

Toch hebben kunstenaars als Hokusai, Kuniyoshi, Kunisada en Harunobu prachtig werk met een pornografisch karakter gemaakt. De bestudering ervan had natuurlijk al lang ter hand genomen moeten worden om het daarmee een goede plek in hun oeuvre te geven. Het is een situatie die vergelijkbaar is met die van westerse grootheden als Rembrandt (wiens erotische werk nog altijd wordt verdonkeremaand) en Picasso.

Het feit dat het bestaan van shunga in Japan wordt ontkend, heeft verstrekkende gevolgen gehad. De prenten, die in albumvorm werden uitgebracht en waarschijnlijk niet rechtstreeks op de massamarkt kwamen, werden stelselmatig uit de musea weggehouden. Ze kwamen trouwens in de meeste gevallen direct in een nogal obscure omgeving terecht. Om die reden lopen verzamelaars in Japan er ook niet echt mee te koop; de shunga zijn immers nog altijd officieel verboden. Dit leidt er overigens niet toe dat de handel door een dergelijke censuur wordt belemmerd.

Vooral in het Westen, Nederland niet uitgezonderd, hebben collectionneurs vaak schitterende overzichten van deze bijzondere vorm van etnografica aangelegd. Samensteller Chris Uhlenbeck die in het dagelijks leven in onder meer Japanse kunst handelt, heeft voor de tentoonstelling in de Kunsthal een beroep kunnen doen op enkele grote Nederlandse verzamelaars. Hij kreeg ook prenten uit collecties in Duitsland, Zwitserland, Engeland en Japan zelf.

Voor Uhlenbeck zijn de shunga al lang niet meer zinnenprikkelend, zo ze dat ooit mochten zijn. Hij heeft daarentegen wel een vergaand onderzoek naar de achtergronden uitgezocht met een aantal verrassende uitkomsten als gevolg. Zo blijken de Japanse erotica een niet te onderschatten rol in het sociale leven van de Japanner te hebben gespeeld. De doeleinden van deze porno waren uiteenlopend: de prenten (altijd als houtdruk uitgevoerd op papier en vaak van commentaar voorzien, waardoor ze vergelijkbaar zijn met de westerse strips) konden een voorlichtend of wervend karakter hebben, ze lieten eigenschappen van bepaalde sociale klassen zien en ze dienden als versiering van albums en kalenders. De bordeelscène bood uitzicht op een landschap onder wisselende weersomstandigheden.

Ze maakten deel uit van het in Japan sterk geformaliseerde uitgaansleven. Voor de in Rotterdam getoonde shunga wordt ingezoomd op het nachtleven in Edo, de vroegere hoofdstad van Japan (nu Tokio). In Edo waren de uitgaansgelegenheden geconcentreerd in de wijk Yoshiwara. Straat na straat waren daar restaurants, theehuizen, kabuki-theaters én bordelen te vinden. In de begintijd (17de-18de eeuw) kwamen hier vooral samoerai, de adel dus en landheren, maar gaandeweg werden de dames ook door armere boeren en priesters bezocht.

De sfeer in de wijk is spectaculair verbeeld door Utagawa Kuniyoshi (1797-1861) die de hoeren achter de ramen van hun salon zet, terwijl een groep passanten (mannen én vrouwen) zijn keus overweegt. De straat waarin zich deze scène afspeelt, keert in zwaar gestileerde vorm terug in de inrichting van de expositie waar de kunstkabinetten de vrouwen vervangen.

Voor het bezoek aan elke gelegenheid golden aparte normen. Zo was het niet ongewoon dat een bordeelbezoeker de avond rond zes uur begon met een kopje thee dat hem door een geisha werd aangereikt, waarna een maaltijd werd gebruikt om ten slotte bij een prostituee te belanden. Ook in het bordeel waren de contacten vergaand geformaliseerd, te beginnen met vriendelijkheden die tussen klant en eigenaar werden uitgewisseld tot aan het contact met de vaste dame toe.

Had de bordeelklant zijn keus gemaakt, dan was hij min of meer verplicht dezelfde dame ook bij latere gelegenheden te frequenteren. Op dat punt bestond een eveneens geformaliseerde 'trouwheid' die alle partijen ten goede kwam. Opvallend is dat ook aan homoseksuele relaties (mannen én vrouwen) recht wordt gedaan. Dat gebeurt weliswaar niet in dezelfde mate als in de heteroseksuele situatie, maar echt weggestopt worden ze niet.

De inhoudelijke betekenis van de shunga reikt veel verder dan alleen het zinnenprikkelende element. In feite wil de shunga het bewijs van de sociale structuur geven waarbinnen de twee seksuele partners op grond van een aantal gestelde voorwaarden met elkaar omgaan. Zo is het veelzeggend voor beide partijen dat de daad nagenoeg altijd met de kleren aan wordt bedreven. Dat is geen bewijs van schaamte -de geslachtsorganen worden expliciet en op wanstaltig groot formaat aangeduid- maar moet gezien worden als een teken van de sociale rangorde van de partners.

Aan de kleding van de bezoekende partij en diens haardracht is te zien van welke stand hij is. Omgekeerd geeft dit ook een indicatie in wat voor soort welstand de ontvangende partij zich moet bevinden. Bovendien is vaak een derde partij aanwezig. De twee partners wanen zich misschien onbespied, maar van buiten af of uit een hoekje van de salon worden ze constant bespied. Andere mensen (soms kleiner weergegeven dan de hoofdrolspelers om daarmee hun ondergeschikte rol aan te geven) staan loerend achter de gordijnen, maar ook onverdachte beestjes tonen hevige interesse voor het lustspel.

Deel dit artikel