Schrijver Krol bestaat uit Krol zelf en zijn vrouw

cultuur

Monica Soeting

Review

Ad Zuiderent goot zijn biografie van Gerrit krol in een zeer aparte vorm, en leverde een aangenaam leesbaar en intrigerend boek af.

De eerste indruk is die van een echte mannenman. Gerrit Krol, mathematicus en schrijver, geboren op 1 augustus 1934 in Groningen, oogt om te beginnen als een stoere noordeling: lang en breed, lichte haren, grote snor, norse blik. Uit zijn uitspraken over zijn werk komt hij naar voren als een voorstander van discipline en regelmaat. De schrijvers door wie hij zich laat inspireren heten Eddy, Harry en Rudy. En dan zijn vrienden. Dat zijn, zo blijkt uit ’Van Korreweg tot Korreweg’, het boek dat Ad Zuiderent over Krols en leven en werk schreef, hoofdzakelijk mannenmaten.

Vrouwen komen in dit boek bijna alleen voor als minnares en moeder, soms zelfs beide voor de prijs van een. Want zonder de aanwezigheid van zijn vrouw Janna, zo vertelt Krol graag, kan hij niet schrijven. Zo bekende hij in een interview met Max Pam: „Gisteren was ik de hele dag alleen thuis. Ronddrentelen, niets doen. Het klinkt raar, maar op het moment dat Janny binnenkwam, ging ik naar boven en kon ik schrijven. Dan is het compleet, het ouderwetse gevoel: als ik thuis ben, moet mijn moeder, mijn vrouw thuis zijn.”

In groot contrast met al deze ’ouderwetse’ elementen staat de vorm waarin Zuiderent zijn biografie heeft gegoten. Anders dan in een traditionele levensbeschrijving beschrijft hij Krols leven en werk niet in chronologische volgorde, maar vertelt hij in 77 korte, alfabetisch geordende hoofdstukken over de gebeurtenissen en de mensen die Krols bestaan en zijn boeken hebben gevormd. Zo begint het boek met ’Aanhef’ en eindigt het via ’Collega’, ’Lezer’ en ’Sparringpartner’ bij ’Zwolle’. Anders dan in de meeste levensbeschrijvingen is de biograaf hier nadrukkelijk aanwezig.

Zuiderent vertelt uitvoerig hoe hij naar Groningen reisde om daar op zoek te gaan naar Krols sporen, dat het hem tot zijn spijt niet is gelukt Krols correspondentie in te zien en hoe moeilijk het was om duidelijkheid te krijgen over de feiten in Krols leven. Zo schrijft hij in het laatste hoofdstuk: „En als ik hem weer eens een keer vroeg naar het verband tussen feit en fictie, probeerde hij mij met een kluitje in het riet te sturen door te zeggen dat het er toch niet toe deed. Dring ik vervolgens wat meer aan, dan stelde hij verbaasd (of quasi verbaasd) vast: ’O ja, voor jou moeten de feiten kloppen.’”

Zuiderents ongewone aanpak heeft een verrassend, aangenaam leesbaar en intrigerend boek opgeleverd. De vorm van ’Van Korreweg tot Korreweg’ blijkt niet alleen wonderwel bij Krols opvattingen over leven en werk te passen, hij helpt ook vooroordelen af te bouwen. Wie Krols boeken kent, zegt Zuiderent, weet dat de auteur zich voortdurend in andere gedaanten presenteert. Op het ene moment verkeert de lezer ’in het gezelschap van een scherp en gevoelig waarnemer van het eigen verleden, dan weer in dat van een strak mathematicus, nog weer een andere keer leeft hij mee met iemand die door vrouwen en eer is geobsedeerd’.

Juist die tegenstellingen komen dankzij Zuiderents thematische aanpak tot volle uitdrukking. Zo glorieert in ’Fascinatie’ de mannenman die vrouwen op een voetstuk zet en ze tegelijkertijd vreest. Maar in ’Ellen’, een hoofdstuk over de dochter van Janna en Gerrit, is dat heerschap volkomen afwezig. Hier geen versleten tegenstellingen tussen de man als ’mens’ en de vrouw als ’object’, maar onvoorwaardelijke eenheid tussen vader en dochter.

In sterk contrast tot Krols rechtlijnige kanten staat ook zijn overtuiging dat het beter is ’lateraal’ te denken dan strikt logisch. Wat dat betekent laat Zuiderent de schrijver zelf uitleggen: „Lateraal denken is in Groningen op de trein stappen voor een vergadering in Den Haag en dan in Zwolle uitstappen en een bus nemen met onbekende bestemming.” Het allermooist komt Krols veelzijdigheid tot uitdrukking in zijn opvatting over het schrijverschap. In ’Duo’ maakt Zuiderent duidelijk dat Krol zichzelf en zijn vrouw als de mensen achter de schrijver beschouwt. Beiden voeden ze de auteur, de een als promotor, de andere als manager. „Je zou”, zegt Krol, „haar in die kwaliteit de vrouw achter de schrijver kunnen noemen, zo goed als je mij, in mijn functie als programmeur of hoe ik ook heet tegenwoordig, senior consultant, een werknemer, in lunchpauzes een wandelaar die een krant koopt – kunt zien als de man achter de schrijver. Een typische ménage à trois, mijn vrouw en ik, en die schrijver.”

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie