Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Schrijven over daders die in slachtoffers veranderden: het is ongemakkelijk

Cultuur

Monica Soeting

Foto's uit 'De Wintertuin'. © X
Familiebiografieën

‘Life writing from below’, heet het in het Engels: het schrijven over levens van ‘gewone’ mensen. Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw laat dit ‘biograferen vanaf de onderkant’ zien dat geschiedenis niet alleen door vorsten, generaals en politici wordt gemaakt. 

Een aparte loot aan deze stam vormen de honderden, zo niet duizenden gepubliceerde verhalen over gewone mensen die de Tweede Wereldoorlog meemaakten, als slachtoffers van de naziterreur, en soms als overtuigde nazi’s. Deze maand verschenen twee biografieën van mensen die tussen 1933 en 1945 noch het een noch het ander waren. Of beter: van alles wat.

Lees verder na de advertentie

De in Berlijn wonende Nederlandse hoogleraar Jan Konst vertelt in ‘De Wintertuin’ over de familie van zijn Duitse vrouw Katrin. Een van haar grootvaders trad uit opportunisme toe tot de nazipartij, maar een van haar grootmoeders weigerde haar dochter naar een nazibijeenkomst te laten gaan. Met verregaande consequenties: het meisje werd op last van de partij in een gruwelijk kindertehuis gestopt. Na de oorlog lukte het de familie weer een zekere maatschappelijke positie te verwerven, ook al veranderde hun Oost-Duitse thuisland in 1948 opnieuw in een dictatuur.

Hoe schrijf je over mensen die van daders in slachtoffers veranderden?

Ingrid Hoogendijks ‘Ons gaat het in ieder geval nog goed’ gaat over de lotgevallen van haar Nederlandse grootouders en hun kinderen in de jaren dertig en veertig. Haar grootvader verwierf in 1922 een landgoed in de buurt van Koningsberg, waardoor het gezin zich vanuit de lage middenstand omhoog werkte tot grootgrondbezitters. Terwijl Hoogendijks grootouders en hun oudste zoon - Hoogendijks vader - het gevaar van de nazi’s al vroeg onderkenden, waren vier van hun vijf dochters en hun mannen overtuigde Hitler-aanhangers.

In 1945 maakten zowel Konsts als Hoogendijks familie gruwelijke dingen mee. Ze leden honger en verloren hun bezittingen; het gezin Hoogendijk verloor niet alleen have en goed, maar ook beide ouders. Hoogendijks jongste tante werd meerdere malen door Russische soldaten verkracht. Dit alles maakte het schrijven over deze families bepaald ongemakkelijk. Want hoe schrijf je over mensen die van daders in slachtoffers veranderden?

De tekst gaat verder onder de afbeelding

© X

Konst begint zijn boek met de vaststelling dat zijn schoonfamilie een van miljoenen was: Je zoekt er “tevergeefs naar politici, schrijvers of kunstenaars. Een doorsneefamilie.” Maar anders dan veel andere doorsneefamilies bewaarde deze zo’n honderdvijftig jaar lang een archief vol brieven, foto’s en memoires dat Konst en zijn vrouw ordenden, lazen en interpreteerden. Het resultaat is een spectaculair verhaal over een Duitse familie van ongeveer 1880 tot nu. Daarbij betrekt Konst niet alleen de vele documenten, maar ook objecten, zoals het zware bureau waaraan hij zijn boek schreef, want de aanschaf van dit meubelstuk markeerde het moment waarop ‘stamvader’ Emil Grunewald het als zoon van een kleine groenteteler tot eerbiedwaardige hoogleraar had geschopt. Na de jaren twintig ging het echter neerwaarts met hem en zijn gezin, met als dieptepunt uiteraard de Tweede Wereldoorlog.

Het in­druk­wek­kendst zijn de brieven over de ervaringen van de gezinsleden na de oorlog

Indrukwekkende geschiedenis

De familie - die inmiddels naast de ouders uit twee dochters, twee schoonzonen en twee kleindochters bestond - probeerde zich zo veel mogelijk afzijdig te houden van de politiek. Dat betekende dat ze geen verzet boden, maar zich ook niet bij de partij aansloten, behalve één opportunistische schoonzoon. Op dit punt maakt Konst duidelijk hoe ambivalent zijn gevoelens voor zijn schoonfamilie zijn. Hij laat niet na kritiek te leveren op het opportunisme van de een en de lethargie van de ander, maar toont ook mededogen als hij vertelt hoe zijn schoonvader in 1945 als 13-jarige door de Russen werd gedwongen de halfvergane lijken van Duitse soldaten te begraven. Zo is ‘De wintertuin’ niet alleen een indrukwekkende geschiedenis van een heel gewone familie in oorlogstijd geworden, maar ook een onderzoek naar de manier hoe je het best kunt vertellen over ‘gewone’ Duitsers die hoe dan ook onnoemelijk veel leed hebben veroorzaakt en daarvoor zwaar werden gestraft. Konsts oplossing voor dit probleem: je eigen ambivalente gevoelens niet verhullen. Als schrijver open kaart spelen. En dat werkt. Wie ‘De Wintertuin’ leest, beseft dat er op de vraag hoe ‘het allemaal mogelijk was’ heel veel verschillende antwoorden bestaan.

De tekst gaat verder onder de afbeelding

© X

Ingrid Hoogendijk pakte het anders aan. Zij wilde vooral objectief blijven. Haar boek bestaat daarom uit een korte inleiding over de geschiedenis van haar grootouders en hun kinderen, gevolgd door honderden citaten uit brieven die haar familieleden elkaar tussen 1938 en 1946 stuurden. Hoogendijk praat de citaten met korte, zakelijke en onpersoonlijke verklaringen aan elkaar, en laat de brieven voor zichzelf spreken. Ook dit werkt. Ook hier trekt de geschiedenis van een ‘gewoon’ gezin in oorlogstijd aan je voorbij; een negenkoppig gezin waarvan de ene helft het fascistische gedachtengoed verwierp en vier van de vijf dochters het omarmden. Het indrukwekkendst zijn de brieven over de ervaringen van de gezinsleden na de oorlog, toen ze elkaar op de vlucht voor de Russen lange tijd uit het oog verloren en de gruwelijkste dingen meemaakten. Uit deze verhalen spreken doodsangst en vertwijfeling, maar ook de gekrenkte trots van de dochters, die na de oorlog als doodgewone arbeidsters hun eten bij elkaar moeten scharrelen. Bitter is hun reactie op de verwijten van hun broer, die de oorlog in Nederland doorbracht. “Jouw brief heeft ons zeer verdrietig gestemd”, laat een van de zussen hem in januari 1947 weten. “Het is niet juist, wanneer je schrijft dat het de verdiende straf is voor het gehele volk. Nee, lief broertje, dat is het niet. Je eigen ouders en zusjes bevonden zich toch ook onder dit volk? Geheel gezwegen over ons, hebben deze ‘anderen’ niet zelf de bitterste ellende moeten verduren?”

Jammer is dat Hoogendijk, anders dan Konst, niets vertelt over het tot stand komen van haar boek. Daarom blijft het onduidelijk wie welke brieven van het Duits in het Nederlands vertaalde en vooral: wat Hoogendijk wegliet. Zo vind je in de briefcitaten van de zussen geen enkele antisemitische opmerking. Was dat omdat ze het, hoewel overtuigde nationaal-socialisten, niet eens waren met de ‘Endlösung der Judenfrage’ of heeft Hoogendijk de al te zwarte aspecten van haar familiegeschiedenis weggepoetst? Daarmee maakt ze ongewild duidelijk dat objectiviteit hier onmogelijk is.

Jan Konst
De Wintertuin. Een Duitse familie in de lange twintigste eeuw
Balans; 335 blz. € 22,50

Recensenten van Trouw bespreken wekelijks pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers. U vindt het via trouw.nl/boekrecensies.

Deel dit artikel

Hoe schrijf je over mensen die van daders in slachtoffers veranderden?

Het in­druk­wek­kendst zijn de brieven over de ervaringen van de gezinsleden na de oorlog