Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

x

Rozalie Hirs toont de zachte, glimmende huid van de klanken in haar muziek en poëzie.

cultuur

door Anthony Fiumara

Review

Schoongewassen, zo zou je de muziek kunnen noemen die Rozalie Hirs (1965) componeert. En helder van betoog, want Hirs weet vaak in een paar gebaren een wereld te scheppen. Daarin is de schoonheid van klank belangrijker dan het exposeren van technieken.

Dat wil niet zeggen dat de Nederlandse componiste enkel op het gevoel afgaat bij het construeren van haar werken. Integendeel. Onder de op het eerste oor eenvoudige gestes schuilen verfijnde methodes, vaak op wis- of natuurkundige grondslag. Misschien heeft dat wel te maken met haar achtergrond als scheikundig ingenieur, waarvoor ze werd opgeleid voordat ze haar leven in dienst van de muzen stelde.

Maar met dat wiskundige skelet onder haar muziek hoef je je als argeloze luisteraar niet bezig te houden. Want Hirs lijkt je vooral de zachte, glimmende huid van haar klanken te willen tonen. En die wordt in haar laatste stukken steeds warmbloediger en bezielder. Zoals in 'Platonic ID', een nieuw werk dat Hirs voor het Asko Ensemble schreef en dat vanavond in de kleine zaal van het Amsterdamse Concertgebouw in première gaat.

Behalve ex-ingenieur en componist is Hirs trouwens ook dichter. Een zeldzaam dubbeltalent dat ze deelt met bijvoorbeeld Rudolf Escher, Jos Kunst en Micha Hamel. Hirs is al weer toe aan haar derde bundel 'Speling', die net zoals de eerste twee ('Locus' en 'Logos') verschijnt bij uitgever Querido.

,,Ik ben eerst gaan dichten'', antwoordt Hirs op de vraag welke van de twee kunsten ze het eerst beoefende, de poëzie of de muziek. ,,Zo lang als ik me kan herinneren ben ik al met woorden en klank bezig. Toen ik alleen mijn eigen naam kon schrijven, vond ik het al interessant om die letters om te draaien, om te zien wat er dan zou staan. Geschreven taal was voor mij een code, iets mysterieus waarvan ik nog niet goed begreep hoe het werkte.''

,,Mijn eerste serieuze gedichten schreef ik toen ik scheikunde ging studeren. Het kwam nog niet bij me op om naar het conservatorium te gaan. Ik heb van huis uit meegekregen dat ik mijn brood moest kunnen verdienen met een vak. Ik koos als geëmancipeerde vrouw voor een bèta-opleiding. En de muziek en poëzie deed ik erbij als hobby. Ik zong in bands en had klassieke zangles op de muziekschool. Voor mijn studie scheikunde haalde ik wel braaf mijn tentamens, maar muziek en poëzie waren mijn eigenlijke leven.''

Na haar afstuderen nam Hirs een jaar vrij, om te onderzoeken wat ze nou eigenlijk wilde: de scheikunde in of verder met de muziek. Het werd dat laatste, en zo besloot ze toelatingsexamen te doen aan het Haags Koninklijk Conservatorium in Den Haag. ,,Ik wilde daar naartoe, want daar zat Louis Andriessen, wiens muziek ik erg bewonderde.''

Tot haar eigen verbazing werd ze toegelaten: ,,Toen ik naar buiten liep na het examen, zag ik een andere kandidaat zitten met al zijn dikke partituren. Dat wordt niks met mij, dacht ik toen nog. Maar Andriessen vertelde dat de commissie mijn muziek goed vond en dat ze het mooi vonden hoe ik er over sprak.''

Hirs beschrijft haar conservatoriumtijd bij Diderik Wagenaar en Louis Andriessen (later ook in New York bij Tristan Murail) als een ontdekkingsreis. Daar kwam nog bij dat ze in haar eerste jaar als dichteres meedeed aan de 'Pythische Spelen' in Enschede, en daar bij de finalisten eindigde. Naar aanleiding daarvan nodigde redacteur Jan Kuijper van Querido haar uit voor een gesprek. En effende hij de weg voor Hirs' debuutbundel 'Locus', die in 1998 verscheen.

Gevraagd naar de overeenkomst tussen het dichten en componeren, antwoordt Hirs: ,,Bij beiden heb je afstand nodig om te kunnen abstraheren, perspectief om te zien wat je hebt gemaakt. Enerzijds is scheppen een uiting van jezelf, maar anderzijds heb je die afstand nodig zodat je jezelf kunt verbeteren. Reflectie is een van de beste eigenschappen voor een goed kunstenaar.''

Die welhaast wetenschappelijke reflectie vind je terug in 'Book of Mirrors' uit 2001, waarin Hirs de akoestische wetten van boven-, som- en verschiltonen koppelt aan hoe een luisteraar een klank waarneemt. ,,Als je tegelijkertijd twee tonen hoort, blijken de hersenen er zelf bepaalde tonen bij te denken. Je denkt dus veel meer te horen dan alleen die twee tonen. Mijn vraag was hoe ik dat gegeven kon gebruiken om te komen tot een welluidende, homogene klank.''

In 'Platonic ID' nam ze als basis de boventonen die de filosoof Plato in 'Timaeus' beschreef. Ter illustratie laat Hirs het werk in een computerversie horen. Het ontvouwt zich (hoe krakkemikkig de midi-weergave ook klinkt) elegant in ruisende golven van snelle noten, met rustpunten waarin de akkoorden van de piano blijven liggen. Of waarin ineens korte koralen oplichten.

Het klinkt Frans, opper ik. En daar is Hirs het wel mee eens, hoewel ze zelf ook de associatie had met de jazz van John Coltrane. ,,Maar dat is heel persoonlijk. Zal ik je vertellen wat mijn ideaal in de muziek is? Dat ik een soort muziek leer te schrijven die een dialoog aangaat met de fysieke en emotionele processen in de hersenen. De componisten Claude Vivier, Gérard Grisey en Murail zijn daar bijvoorbeeld in geslaagd. Zij maakten letterlijk zinnelijke stukken. Muziek van de zintuigen, die communiceert met de luisteraar.''

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.