Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Rooie Reus vocht tegen elke autoriteit, de dokters aan zijn sterfbed inbegrepen

Cultuur

ADRI VERMAAT

Review

Jo Schoormans: De Rooie Reus - Dirk de Vroome, Strijder tegen onrecht 1925-1986. Babylon-De Geus, Amsterdam; 415 blz. - ¿ 39,50.

Ze lijken in Nederland wel uitgestorven, solisten die in weinig woorden maar met veel daden aangeven dat onrecht, al is dat nog zo marginaal, niet kan. De Vroome was zo iemand en aangezien hij nooit een (waardige) opvolger heeft gekend, is het vraag of we daarmee nu vrede moeten hebben of niet.

Heeft het ontbreken van vergelijkbare lef - na de dood van De Rooie Reus - te maken met de onmiskenbare verharding van de samenleving of was deze man inderdaad uniek? Ook na het lezen van Jo Schoormans' biografie blijft deze vraag knellen. Maar indringend is het levensverhaal van De Vroome wel degelijk. Zelden zijn de familie-omstandigheden, de afkomst, van zo'n grote invloed geweest op het verdere leven van het individu als bij hem.

Hij belandde niet, zoals wel vaker in ontwrichte gezinnen voorkomt, op het criminele pad, maar trok juist ten strijde tegen alles wat naar onraad rook. Niet binnen het gilde van zwartwerkers, stropers of de helaas zo slecht aangeschreven woonwagenbewoners, maar binnen die andere gevestigde orde van de samenleving: die van burgemeesters en wethouders, rechters, officieren van justitie, zakenmensen ook. Van hen moest De Rooie Reus niets hebben. Of het nu de toenmalige secretaris-generaal van de Navo, mr. Joseph Luns, of een eenvoudige (Limburgse) dorpspastoor betrof, wie het met hem aan de stok kreeg, was slecht af.

Hij werd geboren in Amsterdam, op 6 november 1925, in een straatje ergens in de Indische Buurt. Hij had een rotjeugd, die bol stond van armoede en vernedering. Droeg van die harde, stinkende manchesterbroeken en zwarte kousen met rood lint, 'symbolen' van kinderen van steuntrekkers. At in de schoolpauzes in een tot eetzaal omgebouwd gymnastieklokaal gort met rozijnen, waaraan hij zich volgens eigen zeggen 'kapot vrat'. Maar op zaterdag, als er groentesoep werd opgediend, sloeg hij over. “Dat was niet te vreten”, zei hij.

De oorlog kwam en vader De Vroome, die juist werk op zee had gevonden, zat in Engeland. Moeder De Vroome raakte in psychische nood en verbraste de luttele centen die in huis waren. Dirk ontpopte zich als de baas binnen het gezin en sloeg zijn broers soms letterlijk naar school. Maar zelf kon hij het evenmin aan, vooral toen hij gewaar werd dat zijn moeder vaker dan hem lief was met Duitsers aanpapte. “Wat hoer jij met die Duitsers?”, riep hij om tenslotte, zestien jaar jong, een zelfmoordpoging te ondernemen.

Historicus en auteur Jo Schoormans ziet in de troosteloze jeugd van De Rooie Reus een zekere rechtvaardiging voor de aversie die hij in latere jaren tegen het gezag koesterde. De Vroome ontdekte dat de wereld om zich heen uit afgunst, wrok en soms zelfs corruptie bestond. Om zich daaraan te onttrekken, maakte hij een kardinale fout, die hem zijn hele verdere leven zou blijven achtervolgen en waarvan zijn 'tegenstanders' handig gebruik zouden maken. Hij sloot zich aan bij de Waffen-SS, louter en alleen omdat hij 'niets meer om zijn leven gaf'. “Ik hoopte dat ik gauw kapotgeschoten werd”, zei hij daarover meer dan twintig jaar later.

Dat gebeurde niet en langer dan vier weken hield De Vroome het niet uit bij de Waffen-SS. Of hij er vrijwillig afstand van nam, is overigens de vraag. Uit de eindeloze speurtocht die Jo Schoormans naar zijn leven ondernam, blijkt dat hij, bedplasser, vermoedelijk simpelweg is afgekeurd. Straf voor de misdaad die hij had begaan, kreeg hij niet. Wel werd het hem tien jaar lang verboden een ambt te bekleden of bij de krijgsmacht te dienen. Hetgeen voor de onbekende vrijbuiter die De Vroome toen nog was, viel te overzien.

Lastig, bijna onhandelbaar zelfs, lijkt hij altijd te zijn geweest. En opnieuw is daar de vraag of dat gedrag hem werd ingegeven door miserabele familie-omstandigheden of dat het om een aangeboren karaktertrek ging.

Feit is dat De Vroome ook op oudere leeftijd geenszins milder werd. Zelfs toen hij in de herfst van zijn leven tegen de aftakeling vocht en zich omringd wist door artsen, bleef hij strijden tegen een ieder die hem maar voor de voeten kwam. Kenmerkend voor hem was dat hij, toen hij door kanker aan zijn blaas was geveld en de dood al op hem loerde, de veerkracht had om ook zijn behandelaars aan te pakken. Hij klaagde hen aan wegens 'grove nalatigheid of opzet', 'onzorgvuldigheid of machtsmisbruik' of de weigering hem nog langer als patiënt te accepteren.

Dirk de Vroome stierf op 9 mei 1986 een ongemakkelijke en door hem niet aanvaarde dood. Het is denkbaar dat hij zelf, no-nonsense-meneer bij uitstek, nooit heeft beseft welke invloed hij heeft uitgeoefend op de autoriteiten. En dan met name die van Limburg, waar hij een groot deel van zijn leven sleet. Waar hij soms veracht werd vanwege zijn verleden bij de Waffen-SS, zijn Amsterdamse bluf ook. Daar, in Limburg, vonden ook zijn ontelbare aanvaringen met de justitie plaats. Al gingen die niet alleen over zijn vermeende wetsovertredingen, maar ook over de rode toog die hij droeg uit protest tegen de uitmonstering van rechters en advocaten waarmee de 'gewone man' volgens Dirk De Vroome zoveel moeite had.

Hij lag er niet wakker van. Klampte zich liever vast aan de sympathie-betuigingen die hij van de onderkant van de samenleving kreeg. Slim als hij was gebruikte hij als het hem zo uitkwam de publiciteit, niet zelden de bestuurders daarmee in verlegenheid brengend. Maar minder onschuldige streken haalde hij net zo goed uit, zeker wanneer hij zijn zin niet kreeg. Hij was grof, vloog rechters aan en, al was het voor de in zijn ogen goede zaak, hij loog dat hij barstte. Maar verrassend was hij ook. Toen hij de dood al in de ogen keek, zei hij tegen zijn vrouw Hennie: 'Wij moeten voor de kerk trouwen!' Dit terwijl hij, vanwege de kerkelijke 'onderdrukking' van de armen, zijn anti-kerkelijkheid nooit onder stoelen of banken had gestoken.

Dirk de Vroome, de Rode Reus, komt in de uitvoerige biografie van Jo Schoorland bijna weer tot leven. Dat het niet verder komt dan 'bijna' is vooral voor de bestuurders van Limburg en de justitie-dienaren daar geruststellend. Maar hoe omstreden deze moderne Robin Hood was, hoe ook over hem wordt gedacht, zijn afwezigheid heeft een ernstig gemis teweeggebracht. Want het is verdraaid stil geworden in Stein, Geleen, Maastricht, ach, waar niet in Limburg?

Deel dit artikel