Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Roeslan Abdulgani laat niet het achterste van zijn tong zien

Cultuur

JOOP VAN DEN BERG

Review

Casper Schuring: Roeslan Abdulgani - De man die bleef. Warung Bambu, Breda; ¿ 20,90.

Een kleurrijk man, die nog goed Nederlands spreekt, met een vlotte tekst en een grote dosis humor. Aan de vrijheidsstrijd tegen de Nederlanders heeft hij een zware verminking aan zijn rechterhand overgehouden, die hij niet zelden voor de camera toont.

Ook de belangrijkste fase van de koloniale vrijheidsoorlog - de strijd tegen de Engelsen in Surabaya - maakte hij van nabij mee. En als 'man achter de schermen' en presidentsadviseur kent hij als geen ander het ingewikkelde machtsapparaat van wijlen president Soekarno en dat van de huidig president, Soeharto. Alle reden, zou je zeggen, voor een biografie of een uitgebreide weergave van zijn politieke visie op de turbulente geschiedenis van onze vroegere kolonieën.

Deze maand verscheen Casper Schuring's 'Roeslan Abdulgani - De man die bleef', gewijd aan de 'kritische nationalist Abdulgani'. Het boek valt in twee delen uiteen: de Orde Lama (de oude orde) van president Soekarno tot diens val, en de Orde Baru (de nieuwe orde) van Soeharto, aangevuld met een slothoofdstuk, getiteld 'De soms moeilijke relatie met Nederland'.

Het is een logische historische indeling met een heel duidelijke breuklijn: de coup van het leger in 1965. Maar in het boek van Schuring is het meer dan dat, want in het eerste deel is Roeslan Abdulgani vrijwel tachtig bladzijden achtereen aan het woord (met zo nu en dan een korte verduidelijking van bepaalde feiten door Schuring, voor een beter begrip van de stof). In deel twee zijn de rollen echter bijna omgedraaid en is het niet Roeslan maar Schuring die de historie van het generaalsbewind beschrijft, met daarop volgend een (meestal) kort commentaar op de gebeurtenissen door de Indonesische ex-minister.

Omdat Schuring voornamelijk nogal heikele zaken aansnijdt - zoals de mensenrechten, de perscensuur, de grote invloed van multinationals, de corruptie - is het voor Roeslan Abdulgani, die nog steeds een belangrijke adviseur van president Soeharto is, moeilijk om, zoals in het eerste deel, zijn hart op de tong te dragen. Het zijn dan ook nogal voorzichtige uitspraken geworden, die 'met Indonesische ogen gelezen' misschien niet mis te verstaan zijn, maar voor ons westerlingen toch wat flets zijn.

Nu kan dit in dit geval moeilijk anders, dat begrijp ik wel, maar het boek heeft door de wisseling van verteller naar commentator een wat onwezenlijk karakter gekregen. Dat klemt te meer omdat Schuring met een zeker aplomb de zaken op een rijtje zet, telkens onderbroken door een nogal voorzichtige formulering van zijn 'medespeler'.

En Schuring is niet altijd even gelukkig in zijn formuleringen. Een voorbeeld: in het hoofdstuk over de grote invloed van de 'conglomeraten' - de handelsimperia - schrijft hij dat ze in handen zijn van 'giganten op het gebied van de handel', zonder te vermelden dat die giganten meestal Chinese Indonesiërs zijn, een feit dat veel weerstand wekt bij de gewone bevolking en een groot probleem vormt bij de economische ontwikkeling van het land.

Schuring doet het 'Chinezenprobleem' later in het boek af met een vraag aan Roeslan, of inderdaad 80 procent van de beursbedrijven in Chinese handen is, waarop ook de laatste de kwestie onder tafel schuift met de opmerking dat zij “als kleine minderheid een flink stuk van de economie beheersen, maar toch ook goed assimileren”. De realiteit is heel anders, als men de gezaghebbende 'Far Eastern Economic Review' mag geloven.

Roeslan gaat ook in op het in Indonesië veelgehoorde verwijt dat hij - als 'de man die bleef' - in feite met 'alle winden meegewaaid is'. Door de tweeslachtige vorm van het boek wordt dit verwijt nog versterkt en dat is jammer. Want hoewel hij de speciale adviseur blééf van twee totaal tegengestelde presidenten, is het ook bekend dat hij vaak voor beiden een dwarsligger is geweest - en dat vereist tegenover figuren als Soekarno en Soeharto een grote dosis Zivilcourage.

Daarom blijft zijn persoonlijke geschiedenis buitengewoon interessant en van historisch belang. Toch aanbevolen dus!

Deel dit artikel