Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Rintje kan niet ruiken

Cultuur

Odile Jansen

Review

Een kleine foxterriër kan zijn speeltje niet vinden. Hoe hard hij ook snuffelt, hoe diep hij ook graaft, zijn botje blijft zoek. Waarom wordt al snel duidelijk in het vertederende prentenboek 'Rintje' van Sieb Posthuma. Rintje is verkouden en kan niets meer ruiken, wat natuurlijk een ramp is voor een hond.

Het verhaal van de ontdekking en de bestrijding van die verkoudheid wordt verteld in een aaneenschakeling van simpele, maar grappige tafereeltjes, begeleid door summier commentaar. Eerst zien we de intens verdrietige Rintje op weg naar huis voorbij een veld met mooie bloemen komen. Met hun aroma strelen ze wel de neusvleugels van mevrouw Hazewindus, maar niet die van Rintje. Aan zijn neus hangt een flinke druppel, zodat we wel kunnen raden wat hem scheelt. Maar dat begrijpt Rintje op dat moment nog niet. Ook niet als hij bij de bakker is, waar opeens niet meer de overheerlijke, vertrouwde geur van vers brood hangt.

Ook thuis zijn alle fijne luchtjes verdwenen. Rintje snuffelt eerst wanhopig aan een paar schoenen, aan een emmer met zeepsop, een dampende verse drol en een hoop frisse, zure appeltjes. Maar nee, zelfs moeders taart, een imponerende berg hondevoer bekroond met rookworsten en een gigantisch bot, kunnen zijn hondenneusje niet meer in vervoering brengen.

Zoals het moeders betaamt, heeft Rintjes mama onmiddellijk door dat er iets niet klopt als haar kind geen trek heeft. Ze gaan dus naar de dokter, die Rintje onder een enorme geurmachine legt. Als de lucht van een geurige kluif Rintje niet kan bereiken, weet de dokter wel wat er loos is. ,,Je bent gewoon een beetje verkouden'', zegt hij. Dus worden er stoombaden en veel rust voorgeschreven. Rintje wordt in zijn mandje gestopt met een warme kruik en slaapt twee dagen en nachten. Daarna wordt hij wakker met de verrukkelijke geur van gebakken spek in zijn neus: hij is weer beter!

Nu hebben de bloemen opeens weer geur en niet alleen kleur, nu ruikt hij weer de verse broodjes van de bakker én zijn botje... Even kan je de intense tevredenheid van Rintje voelen als alles weer in orde is en hij met zijn bot naast zich op moeders schoot kan kruipen, want zij ruikt toch wel het lekkerst van allemaal! Mooier kan niet uitgebeeld worden hoe blij je bent om je oude 'ik' weer te zijn nadat een griepje je uit je doen heeft gebracht. Want er is niets geweldigers dan gewoon te kunnen functioneren, zoals Posthuma in zijn aandoenlijke 'Rintje' duidelijk maakt.

Goudenpenseelwinnaar Jan Jutte laat in zijn nieuwste prentenboek 'Ruimtereis', weer staaltjes van zijn grote kunnen als tekenaar/illustrator zien. Het verhaal dat, zoals de titel al laat raden, het verslag is van een -gedroomde- ruimtereis, heeft niet zoveel om het lijf. We zien eigenlijk in plaats van één verhaal, een serie van elkaar snel opvolgende beeldverhalen die herinneren aan strips. Dat 'Ruimtereis' als verhaal niet zo sterk is, wil je Jutte graag vergeven omdat hij zulk prachtig, oorspronkelijk werk maakt. Aan de wollige lievigheid die nog al te vaak de toon zet in prentenboekenland, heeft hij duidelijk geen boodschap. Jutte's stijl is robuust en helder, zijn figuren zet hij in één lijn neer: eenvoudig en doeltreffend. Een gekreukeld mondje verraadt angst of woede, een 'half maantje' vrolijkheid.

In 'Ruimtereis' valt ook Jutte's neiging naar het absurdistische en cartooneske op. Het thema van een 'droomreis' geeft natuurlijk ook alle ruimte aan de verbeelding. In elk geval liegen de avonturen van Tip, een jongetje met een rode fez, er niet om. Deze belevenissen die Tip vertelt aan zijn grote vriend, de olifant Olle, beginnen met een maanreis in een indrukwekkende ruimtecapsule. Onderweg vecht hij een potje met twee ruimteridders, redt hij een prinsesje uit de klauwen van een draak en doet mee aan een wedstrijd tussen robots.

Na afloop van de wedstrijd droomt Tip in zijn droom een tweede droom over een zeereis. We zien hem als piraat in een onooglijk bootje. Woeste golven doen het scheepje omslaan, maar Tip redt zich op de rug van een vis. Bij de onderwaterkoning, een enorme octopus, krijgt hij een kopje thee tegen de schrik. En nog nemen de avonturen geen einde, want eenmaal weer op het droge bevrijdt hij een jongetje uit de bek van een krokodil.

Om zelf te ontkomen aan het monster springt hij de ruimte in en belandt tenslotte eenzaam en alleen op de maan. Zo eenzaam en alleen dat hij heel hard 'Olle' roept en wakker wordt. Gelukkig is Olle er dan die alles aanhoort en later vrolijk met Tip gaat spelen. 'Ruimtereis' is ongetwijfeld een jongensdroom, maar ook één die elk avontuurlijk kind aan zal spreken.

Deel dit artikel