Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Rik Launspach: Er is bij casting niet veel veranderd sinds #MeToo

Cultuur

Sandra Kooke

Rik Launspach verruilde jaren geleden het leven als acteur voor het schrijversbestaan. © Patrick Post
Interview

Nederlandse acteurs durven nog steeds niet naar buiten te treden over grensoverschrijdend gedrag van het kleine, machtige groepje dat in de toneel- en filmwereld aan de touwtjes trekt. Rik Launspach schreef daarover van binnenuit een roman. 

Of hij problemen heeft met naaktscènes. Want de regisseur gaat geen tijd verspillen aan acteurs die daar moeilijk over doen. De jonge acteur Reuben weet dat deze castingdirector de toegangsdeur is naar een grote filmrol. Reuben is geen groot acteur. Al doet hij nog zo zijn best, hij kan zich niet echt laten gaan. Als de castingdirector vraagt of hij dat ziet zitten, ‘erectie en alles’, wil hij zich niet laten kennen, want ‘echte acteurs kennen geen schaamte’.

Lees verder na de advertentie

Reuben met zijn lage zelfbeeld is een makkelijk slachtoffer voor Ursul Rhuggenaath, de castingdirector die door schrijver Rik Launspach (60) wordt opgevoerd in zijn roman ‘Laat me liefde zien’. Lotte, die wel goed kan acteren en zelfs in Hollywood doorbreekt, ontkomt er uiteindelijk ook niet aan. Haar wordt subtiel duidelijk gemaakt dat ze voor die hoofdrol Leon Goldmayer seksueel ter wille moet zijn.

Het is niet zo moeilijk te raden wie Launspach in zijn boek opvoert: Ursul Rhuggenaath is Hans Kemna, de naamgever van Kemna Casting, sinds dit jaar omgedoopt in Post Castelijn Casting, het grootste castingbureau voor acteurs in Nederland. Reuben, die zijn protegé wordt, staat voor Job Gosschalk, die een jaar geleden ontslag nam bij Kemna na beschuldigingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag tegenover mannen. En Leon Goldmayer is natuurlijk Harvey Weinstein, de Amerikaanse filmproducent die door tientallen vrouwen is beschuldigd van seksueel misbruik.

Op de loer

In ‘Laat me liefde zien’ toont Launspach hoe machtig het kleine groepje regisseurs, agenten en castingdirectors is dat de rollen verdeelt over de acteurs, en hoe gemakkelijk seksueel misbruik daarbij op de loer ligt. Hij loodst de lezer aan de hand van Reuben en Lotte langs de toneelschool, de privéleraar, de castingsessies en de intiemere settings, waarin acteurs solliciteren naar rollen. Zo maakt hij inzichtelijk hoe dat misbruik tot stand komt.

Launspach heeft jaren geleden het leven als acteur verruild voor het schrijversbestaan. Met zijn vrouw, de actrice en schrijfster Marjolein Beumer, en hun dochters, woont hij tegenwoordig op een woonboerderij in de Achterhoek. Voor het boek kon hij putten uit zijn eigen ervaringen en de verhalen die hij hoorde van collega’s. “Ik heb weinig hoeven te verzinnen”, zegt hij, zorgvuldig formulerend, tijdens een interview in een Amsterdams café.

Ik wachtte op een domino-effect, op al die anderen die zouden vallen. Ik dacht: het kan toch niet zo zijn dat de discussie nu stopt?

Natuurlijk is zijn boek een reactie op de #MeToo-discussie die precies een jaar geleden in Nederland losbarstte. Job Gosschalk, regisseur Ruut Weissman en acteur Jappe Claes ruimden om beurten in oktober en november 2017 het veld na beschuldigingen van misbruik en relaties met leerlingen van de toneelschool.

Maar het is bovenal een reactie op de stilte die daarna intrad. Launspach: “Ik wachtte op een domino-effect, op al die anderen die zouden vallen. Ik dacht: het kan toch niet zo zijn dat de discussie nu stopt?”

En toen was het tijd voor actie?

Launspach: “In januari ben ik acteurs en actrices gaan spreken. Op basis van anonimiteit vertelden ze me wat ze hadden meegemaakt. Die anonimiteit intrigeerde me. Waarom maak je het niet openbaar, wat heb je nu nog te verliezen?

“Mijn conclusie was: er is bij casting niet veel veranderd sinds de #MeToo-discussie. Ja, er is een poppetje weg, maar iedereen die deze decennia bij Kemna Casting heeft gezeten en van het misbruik moet hebben geweten, zit er nog. Er is er niets veranderd. Dat verklaart waarom geen acteur zijn mond durft open te doen.

“Dat maakte iets in me los. Ik ben in februari begonnen met schrijven en toen was het alsof er een stuwmeer openging. Allerlei anekdotes en herinneringen kwamen naar boven. Toen ik me erin verdiepte, merkte ik ook hoe spannend deze arena is, heel geschikte stof voor een roman: er heersen angst, rancune, gemarchandeer én seksualiteit.”

Waarom komt seksualiteit zo snel om de hoek kijken in de theaterwereld?

“Omdat de toneel- en filmwereld werkt als een trechter, waar heel veel acteurs doorheen willen. Bij het tuitje zit een regisseur of een casting director die bepaalt of het luikje voor jou opengaat. Dat is de ideale situatie voor roofdiergedrag. Als jij niet wil, staan er tien anderen klaar.

‘We zoeken iets speciaals’, zeggen ze dan. Wat dat is, weet niemand: iets als uitstraling, talent, fingerspitzen, een match met je collega’s

“En dan begint er een raar proces dat veel mensen zich niet realiseren. Kijk, als een advocatenkantoor een stagiaire zoekt, kiezen ze op grond van cijfers, een extra bachelor of bepaalde vaardigheden waarmee iemand zich onderscheidt. Bij acteurs kan dat niet, de opleiding geeft geen cijfers. Je kunt zingen, verstaanbaar praten, emoties uitbeelden, maar wat jou geschikter maakt dan een ander, daar betreed je een schemergebied. ‘We zoeken iets speciaals’, zeggen ze dan.

“Wat dat is, weet niemand: iets als uitstraling, talent, fingerspitzen, een match met je collega’s. Dat gaan ze testen en dan speelt seksualiteit heel snel een rol, weet ik uit eigen ervaring. Want die speciale geschiktheid die ze zoeken, ligt dicht aan tegen: ‘Goh, wat ben je leuk.’ Bij zo’n casting probeer je dus leuk over te komen, je bent positief, lacht om de grapjes, want de man bij het luikje moet jou aardig vinden.”

Launspach stapt vloeiend in de rol van casting director: “Je hebt iets, maar ik weet nog niet wat. Het komt er nog niet uit, laten we ernaar op zoek gaan. Wie ben je nu echt? Wat gaat er achter die façade schuil? En dan denk jij: ‘Ik moet me openstellen, ik moet ook niet zo tuttig doen.’”

Spreekt u nu uit eigen ervaring?

“Ik heb zeker in die situatie gezeten. Ik ben ook te eten gevraagd en heb regisseurs, agenten en castingdirectors buiten kantooruren ontmoet.

“Het heeft lang geduurd voor ik werd toegelaten tot de toneelschool. Gedurende vier jaar dacht ik dat ik geen talent had en liep ik met mijn ziel onder de arm door Amsterdam. Als iemand me toen had benaderd, was ik denk ik wel ingegaan op vragen naar seksuele gunsten. Ik wilde zo graag deel uit maken van het toneel.

Een acteur zonder podium is als een voetballer op de reservebank. Je hebt het veld nodig, anders ziet niemand dat je kan voetballen.

“Want een acteur zonder podium is als een voetballer op de reservebank. Je hebt het veld nodig, anders ziet niemand dat je kan voetballen. Daarom ben je zo afhankelijk van trainers die je willen opstellen. En als dat niet gebeurt, ben je de wanhoop nabij. Alle mensen die ik sprak hebben dit soort gevoelens meegemaakt. Ook als ze al een grote staat van dienst hadden.

“Toen ik in de dertig was en veel gevraagd werd voor filmwerk, wilde ik de stap naar de Angelsaksische wereld zetten. Ik probeerde het in Londen en daar stond ik opnieuw te bedelen bij een agent.

“Je ziet het ook aan de A-sterren, zoals Angelina Jolie en Gwyneth Paltrow. Het houdt nooit op, het bedelen om een rol. Gelukkig hadden zij de moed om het gedrag van Weinstein openbaar te maken.”

Waarom koos u voor een roman en niet voor een pamflet?

“Ik vind dat middel meer geschikt voor mensen die nog midden in de toneelwereld staan. Maar ik koos ook voor de roman omdat ik geen eenzijdig dader-slachtofferverhaal wilde neerzetten. Het gaat mij om de hele cultuur die eromheen zit. Dat begint al op de toneelscholen waar leraren als Jappe Claes en Anne Buurma de leerlingen hebben opgevoed met het idee: lichamelijk is er iets extra’s nodig om de leraar aan jouw kant te krijgen. Die normen neem je mee.

Ik heb geen sleutelroman geschreven. Maar om die wereld goed te beschrijven, kon ik niet om de iconen heen.

“Ik had voordat ik op de toneelschool kwam een privéleraar, die zei de eerste les: ‘Ik val op jongens. Maar dat hoeft geen rol te spelen, want ik ben professioneel.’ Acteren kun je niet zonder je te ontspannen. En zo was hij mij in een van de eerste lessen aan het masseren. Achteraf kun je je afvragen hoe professioneel dat was. Maar toen dacht ik: ‘Dat hoort er zeker bij’.”

Het is een roman, maar er duiken talloze bekende namen op: Rutger, Monique, Derek, Pierre, Carice, Halina….

“Ik heb geen sleutelroman geschreven. Maar om die wereld goed te beschrijven, kon ik niet om de iconen heen. De hoofdpersonen zijn fictief en hebben dus verzonnen namen. Met verzonnen namen kon ik de personages in vrijheid allerlei dingen laten doen. Dit is fictie, maar gebaseerd op de werkelijkheid.

“De afgelopen dertig jaar had één bedrijf bijna een monopoliepositie. Als Kemna en Gosschalk zich erin herkennen, heb ik dat goed beschreven. Toen de roman vorm had gekregen in mijn hoofd, heb ik juridisch advies in gewonnen, want Kemna heeft een assertieve advocaat, Christiaan Albertingk Thijm. Laat ze maar komen, ik ben niet bang voor een juridisch conflict.

Er zijn hier zo’n tien film­pro­du­cen­ten. Die zitten in een clubje. Heb je als acteur met een of twee een conflict, dan kom je op de zwarte lijst.

“Ik hoop vooral dat het boek bijdraagt aan verdieping van het debat. Er heerst een ongezonde cultuur in de Nederlandse toneelwereld, erger dan in omringende landen, omdat castingdirectors hier extreem machtig zijn. De holding boven Kemna had jarenlang een belang in productiebedrijf Endemol. Gosschalk ging ook regisseren. Hij had wel drie petten op. Als je fout lag bij de castingdirector, kreeg je daar overal last mee.

“Het is niet mijn intentie om het bureau te beschadigen. Je mag best slim zaken doen, maar er moet wel een gezonde concurrentie zijn. Die is er nu niet. De twee andere castingbureau’s zijn marginale spelers. Hetzelfde geldt voor film. Er zijn hier zo’n tien filmproducenten. Die zitten in een clubje. Heb je als acteur met een of twee een conflict, dan kom je op de zwarte lijst.”

Is het vak dit alles waard?

“Ik dacht bij het schrijven: ik ben niet voor niets als jongeling verliefd geworden op dit vak. Het doet een beroep op je fantasie en creativiteit. Op mijn zeventiende werd ik me er opeens van bewust dat ik benen, armen en een stem had, dat ik verbeeldingskracht had. Er ging een wereld voor me open. Ik zeg vaak: dit vak heeft me gered. Anders was ik een omgevallen boekenkast geworden.”

Zou u het uw dochters aanraden?

“Nee. Het is een leuk vak, maar je moet mazzel hebben om ervan te kunnen leven. Het is een onzeker bestaan. Maar het heeft niet geholpen. De oudste wil naar een toneelopleiding, de jongste naar de filmacademie. Ik heb het boek aan hen opgedragen. Als waarschuwing, zal ik maar zeggen.”

‘Laat me liefde zien’ van Rik Launspach, Xander Uitgevers, €19,99, ISBN: 9789401610261. Het boek ligt vanaf 1 november in de winkel.

Lees ook:

Acteurs durven geen aangifte te doen van seksueel wangedrag

Bijna dertig klachten zijn binnengekomen bij het meldpunt voor seksueel wangedrag van de cultuursector. Geen van de melders was bereid om aangifte te doen, omdat dat niet anoniem kan.

#MeToo: Waarom juist de acteerwereld?

Grensvervaging en scheve machtsverhoudingen lijken debet te zijn aan het opvallend grote aantal misbruikzaken dat de film- en theaterwereld treft.

Deel dit artikel

Ik wachtte op een domino-effect, op al die anderen die zouden vallen. Ik dacht: het kan toch niet zo zijn dat de discussie nu stopt?

‘We zoeken iets speciaals’, zeggen ze dan. Wat dat is, weet niemand: iets als uitstraling, talent, fingerspitzen, een match met je collega’s

Een acteur zonder podium is als een voetballer op de reservebank. Je hebt het veld nodig, anders ziet niemand dat je kan voetballen.

Ik heb geen sleutelroman geschreven. Maar om die wereld goed te beschrijven, kon ik niet om de iconen heen.

Er zijn hier zo’n tien film­pro­du­cen­ten. Die zitten in een clubje. Heb je als acteur met een of twee een conflict, dan kom je op de zwarte lijst.