Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Richard Holbrooke is een onrustige diplomaat en een tragische held

Cultuur

Bas den Hond

Diplomaat Richard Holbrooke in Afghanistan, 2009 © Getty Images
Boekrecensie

Zijn grote diplomatieke prestatie was het einde van de strijd in Bosnië. Maar het ging Richard Holbrooke vooral om Richard Holbrooke.

Richard Holbrooke was een man die zijn roeping vond tijdens een oorlog. Die na zijn terugkeer uit Vietnam van het ene strijdperk naar het andere zwierf, onrustig, ambitieus, egocentrisch. Zijn leven is een odyssee, zag journalist en biograaf George Packer, en hij brengt het ook als een epos. 

Lees verder na de advertentie

Als je Holbrooke’s levensverhaal leest, komen vanzelf regels van Homerus bij je op: “Vertel me over een gecompliceerde man, Muze, vertel me hoe hij zwierf en verdwaalde, toen hij de heilige stad Troje had verwoest.” Zijn held loopt met een oliekannetje tussen de raderen van de geschiedenis, soms geholpen, soms tegengewerkt door krachten die niet alleen een sterveling als hij, maar ook een land als de Verenigde Staten te boven gaan. Die Verenigde Staten zijn ook een personage – niet bepaald nietig, maar ook lang niet zo geweldig als het land zelf denkt. Als je ‘Our Man’ uit hebt (de vertalers deden overwegend uitstekend werk, maar de titel bleef Engels), begrijp je dat veel beter. Packer roept medelijden op met zowel de held als zijn land. Dat maakt deze biografie ook zo goed en zo waardevol.

Ik denk dat ik oorlog, wat dit goddomme echt is, in het slechtste licht ben gaan zien

Richard Holbrooke in zijn dagboek

Richard Holbrooke overleed op 13 december 2010. Hij was toen de speciale vertegenwoordiger van president Barack Obama voor Afghanistan en Pakistan. Hij mocht proberen een einde te maken aan de langste oorlog die de VS ooit voerde. Dat zou hem niet gelukt zijn, al was hij 100 geworden in plaats van 69, concludeert Packer. Maar stoppen kon hij niet. Wie, vond hij zelf, zou het beter kunnen?

Vietnam

Hoe het niet moest, leerde hij in Zuid-Vietnam, als kersvers diplomaat op de afdeling Plattelandszaken van het ministerie van buitenlandse zaken. Hij moest dorpsbewoners en boeren overtuigen van de voordelen van de Amerikaanse aanwezigheid. “Officieel wist Hol­brooke vrijwel niets over Vietnam”, schrijft Packer. “Dat is altijd het zwakke punt geweest van de Amerikaanse buitenlandse dienst – andere landen.” Die bijtende observatie is kenmerkend voor de aanpak van de biograaf, van wie je gerust mag weten wat hij van zijn onderwerp vindt.

In de paar jaar dat Holbrooke op Plattelandszaken zijn best deed, sloeg de stemming in Vietnam om tegen de Amerikanen en het door hen gesteunde regime van president Ngo Dinh Diem. Een boeddhistische monnik stak zich in brand, Holbrooke bezocht zijn verkoolde hart, als een reliek tentoongesteld. Van journalisten leerde hij het onderscheid tussen het echte verloop van de oorlog en de optimistische leugens die de legerleiding aan Washington verkocht.

Holbrooke als Amerikaanse gezant van de Balkan praat met een soldaat van het Kosovo Bevrijdingsleger, in 1998. © AFP

Hij maakte vrienden in Vietnam die hem de rest van zijn carrière zouden vergezellen – al waren velen van hen op het laatst vijanden, want het ging Richard Holbrooke vooral om Richard Holbrooke. Liegen en spelletjes spelen zijn nu eenmaal handig gereedschap voor een diplomaat, en veel onderscheid tussen privéleven en werk maakte hij niet.

Een paar keer laat Packer zijn onderwerp zelf een hoofdstuk lang aan het woord, in een monoloog die samengesteld is uit dagboekaantekeningen. “Ik denk dat ik oorlog, wat dit goddomme echt is, in het slechtste licht ben gaan zien. Dat is wanneer de strijd soms niet meer de moeite waard lijkt, omdat de prijs die wordt betaald zo bloedig is. Maar er is eigenlijk geen keus, toch?”

Die rotsvaste overtuiging deed de Amerikanen steeds dieper wegzinken in de moerassen en wouden van Indochina. Holbrooke en zijn vrienden lachten samen om een strip van Charlie Brown die telkens weer de honkbalwedstrijd verliest en uiteindelijk zucht: “Hoe kunnen we nou verliezen wanneer we het toch zo goed menen?”

Streber

Je volgt Holbrooke in zijn persoonlijke leven, dat rommelig genoeg is om je aandacht vast te houden, en in zijn loopbaan, die je meesleept langs de grote gebeurtenissen van de twintigste en een stukje eenentwintigste eeuw. Op het ministerie in Washington maakt hij mee hoe het geloof in de Vietnamoorlog eindelijk verdwijnt. Via hem krijg je mee hoe beroemde mannen en een enkele vrouw, presidenten en diplomaten die in alle geschiedenisboeken staan, presteren en disfunctioneren.

Als Nixon aan de macht komt, vertrekt Holbrooke uit overheidsdienst, hij komt terug om voor Jimmy Carter te werken als onderminister voor Azië. Hij is een streber, die bijvoorbeeld vaak zonder uitnodiging de limousine van zijn minister in duikt om zijn aandacht te krijgen. Maar als ambassadeur bij de VN krijgt hij de Republikeinen in het Congres mooi wel zo ver dat de VS weer contributie betalen.

In Afghanistan lukte het niet om hetzelfde te bereiken als in Bosnië.

Hij is Democraat, de komst van Ronald Reagan betekent een nieuwe pauze in zijn diplomatieke leven. Bij Clinton mag hij weer aantreden. Daar levert hij zijn grootste prestatie: het beëindigen van de strijd om Bosnië, na het uiteenvallen van Joegoslavië.

Over het ontstaan en verloop van die oorlog valt veel uit te leggen. De massamoord op moslimmannen in Srebrenica, ondanks de aanwezigheid van het Nederlandse VN-bataljon onder leiding van luitenant-kolonel Thom Karremans, komt ook voorbij.

Holbrooke praat de pers bij over het Amerikaanse vredesplan voor voormalig Joegoslavië in 1995. © AFP

Oorlogsmisdadigers

Packer – journalist voor The Atlantic en tot voor kort voor The New Yorker, die eerder boeken schreef over de Amerikaanse inval in Irak en de veranderende Amerikaanse politieke cultuur – beseft dat de haat en moordzucht voor zijn Amerikaanse lezers moeilijk in te denken zijn. “Onze republiek is ontstaan uit een universeel en uitermate optimistisch idee”, schrijft hij. “Bloed en bodem zijn voor de verliezers van de geschiedenis.” Om vervolgens weer in één zin zijn eigen land op zijn plaats te zetten: “Nu de eeuw van Amerika voorbij is en sommigen van ons steeds meer als Serviërs klinken, begrijpen we het beter.”

Holbrooke slijmt met en liegt tegen oorlogsmisdadigers. Na militair ingrijpen door de Navo lukt het hem de leiders bij elkaar te krijgen op een zielloze luchtmachtbasis in Dayton, Ohio. Het zijn taaie onderhandelingen, waarbij Holbrooke heen en weer loopt met servetjes waarop Slobodan Milošević (Servië) en Haris Silajdzić (Bosnië) de door hen gewenste grenzen tekenen.

In Afghanistan iets soortgelijks bereiken, zat er niet in. Omdat Afghanen voor Amerikanen nog onbegrijpelijker zijn. En omdat hij niet meer zo goed was als hij zelf dacht.

In dat laatste hoofdstuk van Holbrooke’s leven is iedereen hem zat, in Afghanistan en in het Witte Huis. Ook zijn president, over wie Packer met bewondering schrijft, maar ook kwijt wil: “Obama wilde het niet direct zeggen, maar het was zijn taak om de neergang van Amerika te managen.”

Dat soort defaitisme is aan Holbrooke niet besteed. Die haast zich op 10 december 2010 van een gesprek met Obama’s adviseur David Axelrod, in een zoveelste vergeefse poging een onderhoud met de president te krijgen, naar een vergadering met minister van buitenlandse zaken Hillary Clinton, waar hij te laat is en iedereen weer ergert met zijn uitweidingen over Vietnam en Bosnië. En valt om.

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Deel dit artikel

Ik denk dat ik oorlog, wat dit goddomme echt is, in het slechtste licht ben gaan zien

Richard Holbrooke in zijn dagboek

In Afghanistan lukte het niet om hetzelfde te bereiken als in Bosnië.