Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Repin verbeeldde 't lijden van de Rus

Cultuur

Cees Straus

GRONINGEN - Voor Henk van Os, oud-museumdirecteur en tegenwoordig veelvuldig gevraagd als tentoonstellingsorganisator, hoeft er geen misverstand over te bestaan: ,,Ilja Repin is de Rembrandt van Rusland''. Om eraan toe te voegen ,,en zijn 'Wolgaslepers' is de Nachtwacht van Moskou''.

Uit de mond van de kunstkenner is dat veel eer voor een schilder die in het Westen onbekend is. Voor Van Os, die in 1990 in de depots van het toen gesloten Tretjakov Museum in Moskou heeft rondgekeken, is Repin een naam geworden die staat voor de beste kunst die hij in Rusland zag.

,,Ik heb daar in de depots een intense beleving gehad. Ik zag er eerst veel iconen, maar daar ben ik matig in geïnteresseerd. Tot ik plotseling een schilderij zag, met een interieur waarin een haveloze man binnenloopt, terwijl zijn moeder vol verbazing overeind komt. Die man was een terrorist, die zijn straf in Siberië had uitgezeten. Eenmaal vrijgelaten ging zo'n man te voet naar huis. Elke Rus die hem zag, kon weten dat het om een gevangene ging. Zijn haar werd namelijk in zijn gevangenschap kaal geschoren. Deze man, die onverwacht thuiskomt, heeft alweer wat haar op zijn hoofd. Je kunt daaraan afleiden dat hij maanden naar huis heeft moeten lopen. Zo'n scène van een teruggekeerde 'verloren zoon' komt in de westerse kunst ook vaak voor. Maar dat gaat dan altijd gepaard met veel lawaai. In dit schilderij heerst stilte. Dat vind ik fascinerend.''

Toen Van Os het schilderij onder ogen had gekregen, wilde hij alle Repins in het museum zien. Terug in Nederland probeerde hij jarenlang om buiten Rusland een expositie met het werk van Repin te organiseren. ,,Maar niemand weet iets van Repin en dan levert zo'n grote en dure expositie niet voldoende publiek op. Bovendien is het heel lastig om die werken, die de Russen als hun nationaal erfgoed beschouwen, uit Rusland te krijgen. Gelukkig lukte het met het Groninger Museum wel'', aldus Van Os, die de werken samen met museumconservator Sjeng Scheijen uitkoos.

Die slaagde erin om een groot aantal belangrijke werken van Repin in Moskou en Sint-Petersburg los te peuteren. Scheijen heeft een afgewogen keus gemaakt, hij toont enkele tientallen schilderijen en doet dat in samenhang met de voorstudies.

Die zijn onder lichtarme condities maar toch vlakbij de olieverven opgehangen. De afwezigheid van enkele grote opdrachten is te betreuren. Zo kreeg Scheijen niet het panorama van de vergadering van de Staatsraad uit Sint-Petersburg. Dat is een formeler werk dan de Wolgaslepers, maar wat psychologisch inzicht betreft even fascinerend.

Afgezet tegen dit nu niet getoonde panorama valt het trouwens op dat Repin voor de Wolgaslepers alle pathetische registers heeft opengetrokken. De subtiliteit die hij zo vaak elders etaleerde, ontbreekt in dit machtige werk volkomen. Het afzien van deze have nots is zo immens dat je alleen maar een monument voor de mensen kunt oprichten. En dus maakte Repin een lange reeks van prototypen van slepers. Mensen van vlees en bloed, zeker, maar tegelijk geen bestaande personages. In de schilderkunst was dat niets nieuws: Goya werd er met zijn 'Verschrikkingen van de oorlog' beroemd mee, Géricault herhaalde het motief van het lijden nog eens in 'Het vlot van de Meduse', ook een scène die een monumentaliteit van het lijden creëert.

Wie is deze schilder aan wie zo'n ambitieuze tentoonstelling wordt gewijd? Repin (1844-1930) was in eigen land de primus inter pares, de eerste onder zijns gelijken. Wie hem echter vergelijkt met zijn tijdgenoten in Europa, zal Repin een goede, maar geen excellente schilder vinden, de loftuitingen van Van Os ten spijt.

Het lag ongetwijfeld aan het wat achterlijke kunstleven in de 19de eeuw in Rusland dat Repin een stijl hanteerde die op zijn best gezegd laat-romantisch was. Je realiseert je op zo'n moment dat in diezelfde tijd de Franse impressionisten met veel kabaal uit de Parijse Salons werden verwijderd omdat hun vrijmoedig geschilderde dames voor aanstoot zorgden. De impressionisten banden alles uit wat larmoyant of tranentrekkend kon uitpakken.

Zo niet Repin. Hij was nieuwsgierig naar het werk van de Franse impressionisten, heeft ook enkele keren op hun manier gewerkt, maar koos uiteindelijk toch voor het ook destijds zo zwaar beladen thema van de in kommervolle omstandigheden levende bevolking.

Repin was een verdienstelijk portrettist van het intellectuele en kunstzinnige milieu waarin hij verkeerde: hij schilderde schrijvers als Toergenjev en Tolstoj en maakte ook het beroemde portret van de componist Modest Moessorgski, aan wie hij nogal wat psychische defecten toeschrijft.

Daarnaast was hij erg geïnteresseerd in de sociale verhoudingen in het tsaristische tijdperk. Als zoon van een boer maakte hij de afschaffing van de lijfeigenschap mee. Maar toen de oktoberrevolutie eenmaal een feit was en de Sovjet-Unie met Lenin en later Stalin een nieuwe tijd inging, veranderde er weinig aan Repins stijl. Terwijl de echte avantgardisten (Malevitsj, de suprematisten, Kandinsky) zich blootstelden aan de hoon van het conservatieve publiek, ging Repin voort in zijn romantische uitbeelding van het Russische platteland.

Natuurlijk, hij bleef stelling nemen, maar dat was iets dat al jaren voor hem in de westerse kunst werd gedaan. Wat dat betreft had hij in een Franse schilder van het kaliber Millet (zie boeren in gebed verzonken) en Van Gogh met zijn Aardappeleters een goed voorbeeld.

Er is trouwens nog een Nederlandse schilder die Repin heeft beïnvloed. Repin moet hebben geweten van een belangrijk schilderij van Jozef Israëls dat in de National Gallery in Londen hangt. Op dat werk is een duingezicht met schip te zien. Het is een doek met een idee, dat Repin heeft aangezet tot de uiteindelijke Wolgaslepers.

Wat Repin wél zo fascinerend maakt, voor Van Os, maar ook voor elke bezoeker, is het feit dat hij zulke intrigerende verhalen wil vertellen. Je krijgt een scène voorgeschoteld waarvan je kunt verwachten dat er meer achterzit dan er louter te zien is.

Je ziet een gevangene vlak voor het moment dat hij zal worden onthoofd. Centraal staat een heilige die het dodende zwaard tracht weg te houden. Die heilige is Nicolaas (onze goedheiligman dus) van Myra. Dat is ook de bekendste heilige in de Oosters-orthodoxe kerk en naamgever ook van de Russische tsaar in Repins tijd. Het schilderij wordt daarmee een pamflet tegen de doodstraf, die in Repins tijd door de intelligentsia fel werd bestreden. Ook in de portretten trekt een vaak onbekende wereld aan je voorbij, waarin veel wordt gesuggereerd dat alleen door de goede verstaander wordt begrepen.

Deel dit artikel