Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Rembrandt gemist: wat is daar nou erg aan?

Cultuur

Leonie Breebaart

Koning Willem-Alexander bij de opening in het Rijksmuseum van Late Rembrandt, de grootste Rembrandt-tentoonstelling in bijna een halve eeuw. © anp
Column

De tentoonstelling 'Late Rembrandt' doet me steeds meer denken aan de Drie Dwaze Dagen van de Bijenkorf. Niet wat betreft het aanbod natuurlijk, maar wel wat betreft het effect van de marketingcampagne.

Beide evenementen worden gepresenteerd als iets wat u absoluut niet mag missen. Zelfs als u nooit naar het Rijksmuseum gaat, zuigt déze unieke gelegenheid (t/m 17 mei) u erheen - want straks is het voorbij en worden al die doeken weer ingepakt en teruggevlogen naar Chicago of New York - net zoals de jurken en pakken na de Drie Dwaze Dagen weer net zoveel kosten als daarvoor - als ze er dan überhaupt nog hangen. U hebt nog precies één dag om toe te slaan!

Wat u verder ook mag vinden van Wim Pijbes (ik vond het een beetje kinderachtig dat hij zo nadrukkelijk met president Obama voor 'De Nachtwacht' op de foto wilde), als marketing-strateeg is hij zijn gewicht in goud waard. Het 'Rijks' mag zich gelukkig prijzen met een directeur die de macht van de marktwerking verstaat en gebruikt.

Ik bedoel het psychologisch effect dat wat zich voordoet als schaars juist daarom een massa mensen trekt. Sowieso lijkt het concept van het eenmalige event dat u niet mag missen (denk aan de wildgroei aan festivals) nog de enige manier om de kunstliefhebber te bevrijden uit de lethargie die voortvloeit uit de mogelijkheid elke dag iets moois te beluisteren of te zien. Want wat elke dag kan, kun je ook elke dag uitstellen.

Teleurstelling
Jammer is wel dat het bezoeken van de 'Late Rembrandt' door de hijgerigheid die ervan uitgaat ook herinnert aan de lichte (en soms zware) teleurstelling die een eenmalige sale teweeg kan brengen. Wat er aan Rembrandts hangt, is inderdaad fenomenaal, maar het kijken wordt overvleugeld door de drang als kunstconsument te scoren. Want daar hangt ook Rembrandts Bathseba nog, én het portret van Jan Six én de badende vrouw met dat hemd aan. Snel van genieten. Prachtig, prachtig.

Wie er is geweest, heeft ze allemaal gezien, die beroemde doeken. Maar hoe? Een collega vertrouwde me toe dat ze het gevoel had op een staande receptie te zijn beland waarop de sociale druk van erbij zijn en afvinken belangrijker zijn dan de aanleiding tot de samenscholing. Alsof je in de uitverkoop wordt verleid tot het scoren van een jas of tas, maar meer om tenminste iets gekocht te hebben dan omdat je er echt een nodig had. Want als die jas niet 'alleen vandaag' was afgeprijsd, dan was de behoefte eraan niet bij je opgekomen.

Spontante behoefte
Dát er almaar verkocht moet worden (jassen, entreekaartjes) dringt de mens zoals bekend een behoefte op die hij zelf nog amper had ervaren. Daarom schrijft Theodor Adorno in 'Minima Moralia': "Verkoopbaarheid, het a priori van de consequent marktgerichte productie, laat de spontane behoefte eraan, aan de zaak zelf, helemaal niet meer opkomen."

En daarom is het ook niet zo verschrikkelijk om de 'Late Rembrandt' te hebben gemist. Hoeveel meesterwerken kan een mens in een ochtend verwerken? Twee misschien? Daarvoor zouden we toch ook weer eens het Haagse Mauritshuis binnen kunnen lopen? Daar hangen twee schitterende kleine zelfportretten van de grote meester. Sinds jaar en dag.

Lees verder na de advertentie
Hoeveel meesterwerken kan een mens in een ochtend verwerken? Twee misschien?

Deel dit artikel

Hoeveel meesterwerken kan een mens in een ochtend verwerken? Twee misschien?