Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Refo-meisje minder traditioneel

Cultuur

RUUD VAN HAASTRECHT

Review

J. Bosker, In de wereld maar niet van de wereld. Wetenschapswinkel Nijmegen. 126 blz. Te bestellen bij 03440-21377.

Dat blijkt uit een onderzoek naar de toekomstperspectieven van bevindelijk gereformeerde meisjes en jonge vrouwen, waarop Jacqueline Bosker is afgestudeerd als socioloog aan de katholieke universiteit Nijmegen.

Ze ondervroeg telefonisch tachtig reformatorische meisjes en jonge vrouwen tussen 16 en 25 jaar uit Geldermalsen, met maximaal een mavo-diploma of voltooid lager beroepsonderwijs. Met de helft van hen had ze vervolginterviews.

De afscherming door bevindelijk gereformeerden van de buitenwereld (eigen organisaties, scholen, refocafes, bij voorkeur huwen in eigen kring) is enigszins poreus, concludeert Bosker op grond van het feit dat het traditionele rolpatroon door reformatorische jonge vrouwen niet meer geheel en al onderschreven wordt. Ze verwachten dat hun man een steentje bijdraagt in de huishouding, zeker als er nog geen kinderen zijn en ze allebei buitenshuis werken. Anders dan hun moeders willen ze - als de kinderen eenmaal het huis uit zijn - weer betaald aan de slag. En ook de uiterlijke kenmerken - de lange rok, lang haar - zijn aan erosie onderhevig. Veel van de ondervraagde meisjes en jonge vrouwen maken onderscheid tussen de inhoud van het geloof (waartoe ze ook het belang van het moederschap rekenen en de afkeuring van abortus en euthanasie), en uiterlijkheden. Zo trekken ze zonder gewetenswroeging bij het schaatsen of schoonmaken een lange broek aan.

In tegenstelling tot wat de buitenwacht vaak denkt, vormen zware gereformeerden geen monolitisch blok, wijst het onderzoek van Bosker uit. Ze betrok haar respondenten uit de vier kerken van bevindelijk-gereformeerde signatuur die Geldermalsen rijk is: een gereformeerde gemeente, een gereformeerde gemeente in Nederland, een oud-gereformeerde gemeente, en een Nederlandse hervormde evangelisatie op gereformeerde grondslag. Uit de antwoorden kwam een tweedeling naar voren tussen 'links' (de gereformeerde gemeente en de hervormde evangelisatie) en 'rechts' (de oud-gereformeerde gemeente en de gereformeerde gemeente in Nederland). Meisjes uit de gereformeerde gemeente en de hervormde evangelisatie zijn soepeler in het dragen van een broek, hechten minder aan uiterlijke wetten, denken progressiever over het traditionele rolpatroon, krijgen minder kinderen, en zijn wel eens in een disco geweest. 'Rechts' is en blijft behoudend. Meisjes worden daar niet gestimuleerd om door te leren.

Meisjes en jonge vrouwen uit de oud-gereformeerde gemeente zijn het laagst opgeleid, die uit de gereformeerde gemeente het hoogst, met de vrouwen uit de gereformeerde gemeente in Nederland ertussen in. Dat conservatisme blijkt bij oud-gereformeerde meisjes en jonge vrouwen veelal te berusten op traditie, in de gereformeerde gemeente en de gereformeerde gemeente in Nederland is het geloof en levenspatroon veel meer een bewuste keuze.

Bosker houdt een slag om de arm of het traditionele rolpatroon in bevindelijke kring in de toekomst ook daadwerkelijk zal veranderen. Ze acht het mogelijk dat de progressieve opvattingen van de geinterviewde meisjes en jonge vrouwen over herintreden in het arbeidsproces weer veranderen als ze eenmaal getrouwd zijn en kinderen hebben. Hun contacten met de buitenwereld vallen dan weg, terwijl in eigen, bevindelijke kring de vrouw als huisvrouw sterk gewaardeerd wordt.

De grote lijn van Boskers onderzoek bevestigt wat een ieder al lang vermoedt die geen vreemde is in Staphorst, Rijssen of Geldermalsen. De bevindelijk gereformeerden vormen een subcultuur in de Nederlandse samenleving; een groepering die haar toekomstperspectief laat bepalen door eigen normen en waarden. Het huwelijk en het krijgen van kinderen vormen een belangrijke belemmering voor meisjes uit de gereformeerde gezindte (de 'zwartekousenkerken') om door te leren of carriere te maken. Zij zien het moederschap als de belangrijkste taak van de vrouw, ze willen trouwen en werken hard. Voordat er getrouwd kan worden, moet er voor de uitzet gespaard worden.

Daarom studeren meisjes niet of niet lang door - hooguit middelbaar beroepsonderwijs - en gaan daarna een aantal jaren betaald werken. Ze verlaten vaker dan gemiddeld op 16-jarige leeftijd het onderwijs om geheel of gedeeltelijk te gaan werken.

Of ze nu doorgeleerd hebben of niet, de meesten kiezen voor de zogenaamde 'vrouwenberoepen': in de verzorging, administratief werk of in de detailhandel.

Om geen scheef beeld te wekken: ook nietbevindelijke meisjes kiezen nog vaak voor een traditionele vrouwenopleiding en - beroep. Alleen bij technische opleidingen is er een duidelijk aanwijsbaar verschil; die worden door reformatorische meisjes gemeden.

Ondanks hun lage opleiding hebben de ondervraagde meisjes bijna allemaal werk, in tegenstelling tot hun niet-kerkelijke leeftijdsgenotes met dezelfde opleidingsgraad in Geldermalsen. Ze nemen alle werk aan dat ze kunnen krijgen, gaan zelf actief op zoek naar werk en maken nauwelijks gebruik van arbeids- of uitzendbureau. Bij werkgevers zijn ze erg gezien en gewild vanwege hun hoge arbeidsmoraal en nette kleding.

Het zijn mannen die teleurgesteld zijn over het iets soepeler omgaan van de meisjes en jonge vrouwen met de uiterlijkheden van het zware calvinisme: de ouderlingen van de oud-gereformeerde gemeente en gereformeerde gemeente in Nederland. Maar we leven nu eenmaal in de wereld, verzucht een van hen, en “wie met pek omgaat, wordt ermee besmeurd”.

Deel dit artikel