Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Raskatten schilderen voor rijke dames bleek een goudmijn voor deze kunstenares in de negentiende eeuw

Cultuur

Joke de Wolf

© Collectie Six Amsterdam
recensie

Henriëtte Ronner-Knip maakte in de 19de eeuw in binnen- en buitenland furore met haar schilderijen van poezen. In Vianen zijn er nu een aantal van te zien. De lol spat nog altijd van het doek.

Wie weleens een poging heeft gedaan zijn eigen kat of hond te tekenen, weet hoe lastig dat kan zijn: nét als je een beetje op gang bent, draait het huisdier zich om. Of, nog vervelender, loopt het weg. Het moet Henriëtte Ronner-Knip (1821-1909) meer dan eens zijn gebeurd: ze was gespecialiseerd in honden- en later vooral kattenschilderijen.

Lees verder na de advertentie

Veel Nederlandse musea hebben wel een paar werken van haar in ­bezit. In Vianen is er nu een kleine, maar sympathieke overzichtstentoonstelling te zien met zo’n vijfentwintig schilderijen en daarnaast ­tekeningen en een meubel uit een leven lang tekenen en schilderen.

Menagerieën

Bij de eerste tekening hoor je haar de dingen die ze heeft getekend bijna opsommen: een paardje, een bloemetje, nog een paardje, een huisje en een mannetje met paard en wagen. Henriëtte Knip was vier jaar toen ze de tekeningen maakte – haar leeftijd staat er expliciet bij. Liefdevol zijn ze uitgeknipt, bij ­elkaar geplakt en ingelijst.

‘O mevrouw Ronner-Knip, wat hebt ge weder heerlijke katjes vertoond!’ jubelden de critici

Ze kreeg privéles van haar vader Joseph Knip, zelf een gevierd landschapsschilder. In 1850 trouwde Henriëtte in Amsterdam met Feico Ronner, en het stel verhuisde naar Brussel. Ze kregen er zes kinderen. Feico was ziekelijk, dus moest ­Henriëtte de kost verdienen.

Ze concentreerde zich eerst op scènes rond de boerderij, paarden in de wei, en schilderde vooral veel honden: met een kar, bij de bagage op een perron, en, in 1868, met z’n drieën in gevecht met één kat. Het kreeg veel lof bij de jaarlijkse tentoonstelling van ‘Levende Meesters’, het Amsterdamse Rijksmuseum kocht het aan. Rond die tijd zal ze bedacht hebben dat die kat, die ze zo prachtig had neergezet, weleens beter zou kunnen verkopen dan de honden – critici mopperden dat mevrouw Ronner-Knip begon te vervelen met ‘hare menagerieën’. 

Heerlijke katjes

De overstap bleek een goudmijn. Ze schilderde katten van stand en speelde daarmee handig in op de groeiende populariteit onder de rijke bourgeoisie van het hebben van (ras-)katten binnenshuis. Alle freules en dames van de hogere burgerij wilden een poezenschilderij van Ronner-Knip, en betaalden er grote bedragen voor. Het record was tweeduizend gulden, ongeveer drie jaarinkomens in die tijd.

In Vianen is de overstap duidelijk te zien: vanaf ongeveer de helft van de tentoonstelling komt op elk schilderij wel minstens één poes prominent voor. ‘O mevrouw Ronner-Knip, wat hebt ge weder heerlijke katjes vertoond!’ jubelden de critici. Vervelen doen ze niet, de lol die Ronner-Knip had om steeds weer nieuwe scenario’s te bedenken spat van het doek. 

Ze begon het schilderij met de achtergrond, een stilleven van de luxe meubels, waarbij ze proppen papier gebruikte als stand-in voor de katten. Om te zorgen dat de echte poezen (die ze meestal leende van trotse eigenaressen) niet wegliepen, had een van de zoons een ­antieke kast omgebouwd tot poezen-vitrine. Daar zaten de katten dan een middag model, voor zover ze daar zin in hadden. De poezenvitrine is in Vianen voor het eerst te zien. 

Op haar 65ste kreeg Ronner-Knip een solotentoonstelling in Amsterdam en Rotterdam, uitzonderlijk voor die tijd, ook voor mannelijke levende schilders. Haar werk werd geliefd en geprezen en tot late leeftijd bleef ze schilderen, haar stijl aanpassend aan de mode. Bij haar zeventigste verjaardag schreef een criticus dat ze ‘hare katjes’ schilderde ‘met eene zekerheid van toets, die geenszins aan het zwakke geslacht herinnert’. Een groter compliment dacht men haar niet te kunnen geven.

★★★★☆
‘Miauw: katten in de kunst’, tot 12 mei in 
Stedelijk Museum Vianen.

Lees ook:

Wat trekt ons toch in de kat?

De kat in de kunst is onschuldig, zoetsappig en een tikje arrogant, bleek uit een expositie in de Rotterdamse Kunsthal.

Deel dit artikel

‘O mevrouw Ronner-Knip, wat hebt ge weder heerlijke katjes vertoond!’ jubelden de critici