Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Rafaël Troch straalt te midden van de jonkies

Cultuur

Hans Oranje

Opinie

HAARLEM - De traditionele nieuwjaarspremière in de Haarlemse Toneelschuur was voor de tweede achtereenvolgende keer gegund aan Studio Y. Hoewel, bestaat dit regisseursduo nog, dat zich precies een jaar geleden in deze krant nog zo optimistisch toonde? In '500 kilo gespierde razernij', zoals deze voorstelling is genoemd, ontbreekt de een, Emanuel Muris, geheel; de ander, Bert Danckaert, heeft geregisseerd.

Al is Studio Y dan ondanks alle mooie voornemens wellicht gesneefd, nog wel bestaat de band Susies Haarlok, die nu al voor de derde keer rond de jaarwisseling zijn rijke klankpaneel van fluistering tot stampwerk in het gebouw laat horen. Begonnen als schoolbandje van vijftienjarigen op het gymnasium, is de groep van piepjonge twintigers nu een begrip in Haarlem geworden dat de grote zaal van de Toneelschuur vult met een schare van driftig met de voet meewippende enthousiastelingen.

Ook een trouwe gast in de Toneelschuur is de Vlaamse acteur Rafaël Troch, die dit keer de theatermonoloog 'De nacht vlak voor de bossen' (La nuit juste avant les forêts) speelt van Bernard-Marie Koltès. Het is een tekst vol verdriet, liefde en rampspoed, welke Troch met zijn melodieuze stam voordraagt in de vertaling van Willy Thomas. Daarin ontbreken fraaie Vlaamse woordvormingen als 'vetzakkerijen' niet, maar de grondtoon van het stuk is vooral diep melancholisch. In de zoektocht van de zwerver, de vreemdeling naar een plekje voor de nacht, 'al is het maar een stukje van de nacht', klinkt diezelfde grondeloze eenzaamheid door die de vroeg gestorven Koltès in zijn hele oeuvre heeft verbeeld.

Zijn laatste en mooiste stuk, 'Roberto Zucco', brengt die eenzaamheid het heftigst in beeld: de hoofdrol in dat stuk werd in 1994 door Troch gespeeld in de regie van Ernst Braches. Daarin gaan de gewelddadigheid en de dromerigheid van Zucco op een de keel dichtsnoerende manier samen; in 'De nacht vlak voor de bossen' is nog ruimte voor een zekere lichtheid in het bestaan van de zwerver. Troch speelt dat prachtig uit, daarin sterk gesteund door de band.

De derde component in de voorstelling is de tekenaar Wim Lots, die terzijde op het toneel achter een paar beeldschermen op de computer tekent; de lijnen en vlakken die hij laat ontstaan en weer wist, worden geprojecteerd op de toneelvloer. Het bleef mij iets te abstract, al is het kleine zwart-rode gebiedje tegen het slot van de monoloog waarop Troch in elkaar kruipt, mooi.

Als de theatertekst gesproken is en Troch van het toneel verdwijnt, barst de band pas goed los. De droeve zang van Wessel Schrik roept de melancholieke sfeer van het stuk weer op, maar ook breekt hier de gespierde razernij van de jongens los, op grond waarvan de voorstelling misschien deze wonderlijke titel heeft gekregen. Wellicht wegen ze met elkaar ook zo'n vijfhonderd kilo. De zaal genoot voelbaar.

Deel dit artikel