Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Quota is slechts mensen afvinken

Cultuur

Janita Monna

Janita Monna schrijft wekelijk over poëzie voor Trouw. © Maartje Geels
Recensie

Zou een leerling op een middelbare school deze zin in een opstel schrijven, dan zette de docent er vermoedelijk een dikke rode streep door: “We afwijzen elkaars lichaamstaal.” 

Dat klopt grammaticaal niet. Maar die zin komt niet uit een opstel, hij staat in ‘Bokman’, de bundel waarmee Dean Bowen zijn debuut maakt in de Nederlandse poëzie. Op papier dan, want Bowen maakte al naam als podiumdichter en ontving voor zijn gedichten een paar jaar geleden de ‘Van Dale Spoken Award’.

Lees verder na de advertentie
Ik voelde me als lezer steeds on­ge­mak­ke­lij­ker worden. En als een schrijver dat teweeg kan brengen, dan moet je op je hoede zijn

Het lezen van die eerste pagina’s kostte even moeite. De wonderlijke zinsvolgorde, de gedrongen zinnen, woorden zonder enig verband bij elkaar gezet: “wat laat je achter / meer dan wonden DNA vertakt / spasmen onder affectieve preken aangerukt / op neerlands canvas”. Was dit poëzie? Niet voor wie zoekt naar fijnzinnige beelden of ritmisch strakke regels.

Toch gebeurde er gaandeweg de bundel iets: ik voelde me als lezer steeds ongemakkelijker worden. En als een schrijver dat teweeg kan brengen, dan moet je op je hoede zijn. Ik ben wit en Bowen spreekt mij daarop aan. Ik ben nazaat van diegenen die zijn voorouders tot slavernij dwongen. “ik neem het je niet kwalijk, maar ik neem het je kwalijk / jouw familie had geen slaven, maar de welvaart genoten / je schafte de slavernij af, maar deed me tien jaar langer werken / het is zo lang geleden, maar ik zie het in je straten vereeuwigd / het doet er niet meer toe, we dragen nog je namen”

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Dean Bowen Bokman Jurgen Maas; 75 blz. € 17,95 © Frank Castelein

‘Bokman’ is te lezen als een zoektocht naar identiteit. Of meer als een ontleding van de lagen waaruit dat complexe begrip is opgebouwd. Wat vormt een mens, wat vormde Dean Bowen? Taal, familie, afkomst. In een reeks die zijn eigen naam draagt gaat hij terug naar zijn Surinaamse wortels, vertelt hij in een notendop de geschiedenis van dat land - van de inheemse indianen, de koloniale overheersers, de marron, de slaven: “ik ken de verhalen van dit water voordat het water voor plantages was”.

Het is een meerstemmige bundel vol woede. En dat de regels zo eigenzinnig geconstrueerd zijn, is niet voor niets. Wordt het einde van de slavernij herdacht met het keti koti (ketenen gebroken), zo breekt Bowen het Nederlands los uit zijn regels. Hij stelt er iets nieuws voor in de plaats: een mengelmoes van talen, zoals ook Sranan of het Papiaments ooit ontstonden. “our guilt, an unknowing dat we koesterden in het langgeleden”.

Met ‘vijfdecemberperikelen’ en etnisch profileren is Bowens meerstemmige bundel hoogst actueel.

Is het poëzie? ‘Bokman’ is hoe dan ook een politieke bundel, die de lezer dwingt na te denken over zijn rol in de geschiedenis. Een onmiskenbaar ander geluid in de Nederlandse literatuur, die daarmee weer een beetje gekleurder wordt. Maar daarom is het Bowen niet te doen: ‘quota is slechts mensen afvinken, kleur afvinken, gender…’

Deel dit artikel

Ik voelde me als lezer steeds on­ge­mak­ke­lij­ker worden. En als een schrijver dat teweeg kan brengen, dan moet je op je hoede zijn