Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Prof. Bonting: We hebben postuum nog de kans op een herexamen

Cultuur

TON CRIJNEN

Review

Sjoerd Bonting: Schepping & Evolutie, poging tot synthese. Kok Kampen, 230 blz, f 35,-

Synthese blijkt voor prof. dr. Sjoerd L. Bonting (72) het kernbegrip bij zijn kijk op schepping en evolutie. Als biochemicus die tevens (anglicaans) priester is - “ik studeerde in mijn vrije tijd theologie” - belichaamt de kleine, pijprokende wetenschapper als het ware zijn eigen filosofie. Onlangs schreef hij een boek waarin hij die synthese boeiend en zeer helder onder woorden brengt. De noodzaak ervan verwoordt hij als volgt: “Het is niet onredelijk te stellen dat de scheiding tussen theologie en natuurwetenschap geleid heeft tot vervaging van de kosmische dimensie van het christelijk geloof, waardoor dit voor het merendeel van de aanhangers is verkwijnd tot een individualistische overtuiging.”

Doel van zijn boek is naar eigen zeggen: “lezers inzicht te verschaffen in wat het natuurwetenschappelijke en het theologische beeld ons en elkaar te zeggen hebben.”

Bonting was als hoogleraar biochemie verbonden aan de universiteit te Nijmegen (1964-'85) en werd vervolgens wetenschappelijk adviseur van Nasa, het befaamde bureau voor lucht- en ruimtevaartonderzoek in de V.S. Sinds zijn terugkeer (begin '93) is hij assistant chaplain voor Oost-Nederland van de anglicaanse kerk.

De noodzaak tot synthese belet Bonting niet te stellen dat “de bovennatuurlijke wereld een terrein is dat nooit door de natuurwetenschappen zal kunnen worden betreden. Die moeten we via onze geest, door het geloof ervaren.”

Geldt dat ook voor de godsvraag?

“In laatste instantie natuurlijk wel. Ons wetenschappelijk inzicht is beperkt tot de natuurlijke wereld en kan ons niets definitiefs zeggen over het al dan niet bestaan van God. Maar daar gaat een brede strook aan vooraf waar gezond verstand, redelijkheid, het waarnemen van de natuur en de ontwikkelingen daarin een belangrijke rol kunnen spelen.

Als je naar het hele evolutieproces kijkt dan zie je dat, vanaf het moment waarop door de big bang het heelal zich ontwikkelde - wat tenslotte tot ons bestaan heeft geleid - er zich een mysterieus en onvoorspelbaar proces voltrok dat niet door blind toeval kan worden verklaard. Immers, als iets in de evolutie zich een fractie van een fractie anders had voorgedaan, dan was de mens er niet gekomen. Het duidt meer op sturing door een 'speelse' maar doelbewuste Schepper. Daar zie ik ook als wetenschapper een redelijke grond in om het bestaan van God te veronderstellen.'

Zou het gegeven dat we God nergens in de natuur concreet tegenkomen, kunnen liggen aan het 'simpele' feit dat Hij onze vierdimensionale werkelijkheid overstijgt?

“God staat inderdaad voor, buiten en boven de materie. Hij is absoluut en tijdloos. Anderzijds leert het christendom dat God zich aan ons openbaart, dat Hij communicatief is. God zoekt nadrukkelijk contact en het is aan ons om Zijn uitgestoken hand al dan niet te pakken. Hij beperkt als het ware Zijn eigen goddelijke almacht omwille van onze vrijheid. Als Hij elke keer zou ingrijpen wanneer wij ons misdragen was er geen sprake van een vrije wil.”

Is een God die voor, buiten en boven de tijd staat, niet een abstract, emotieloos wezen?

“Als dat de drie enige kenmerken van God zouden zijn, wel. In werkelijkheid vormen ze echter een onderdeel van het totaal. Ik vind juist het grootse in de uitwerking van de christelijke geloofsleer het idee van de drie-ene God die transcendent is in de Vader, immanent in de Zoon (Jezus) en communicatief door de Heilige Geest. Dat is een nergens geëvenaard hoogtepunt in de omschrijving van het wezen van God. Met een God, zoals u die beschrijft, kunnen we, zeker na Auschwitz, niet meer uit de voeten.”

U gelooft, getuige uw boek, in het bestaan van de ziel.

“Geleidelijk beginnen we, op basis van neurobiologisch onderzoek, te begrijpen dat er een onlosmakelijk verband bestaat tussen het fysieke en het geestelijke in ons. Dat vormt de modern-wetenschappelijke bevestiging van wat het joods-christelijke geloofsdenken altijd al heeft beleden: dat de mens niet een belichaamde ziel is, zoals de oude Grieken beweerden, maar een eenheid van lichaam én ziel of geest. Die ziel of geest moet je niet zien als louter het informatie-bevattend patroon van ons lichaam. Ook emoties en morele aspecten zitten er in verweven.”

Bijl aan de wortel

Wat gebeurt er met ons op het moment van sterven?

“Van iedere persoon die sterft, blijft de essentie van zijn lichaam-en geestcomplex bestaan. Ik noem dat een 'blauwdruk' die bewaard blijft tot de Jongste Dag. Zo kan men later door Christus weer tot leven worden gewekt, in een nieuwe, onsterfelijke eenheid. Want Hij is het die het evolutieproces zal voltooien.”

Dat laatste staat of valt met het geloof in de goddelijke natuur van Christus. En die wordt nu juist door velen betwijfeld en zelfs ontkend.

“Dan legt men de bijl aan de wortel. Ik zie noch op bijbels-theologische noch op natuurwetenschappelijke gronden enige reden voor twijfel.”

Terug naar de ziel. Hersenen zijn volgens u de hardware van ons mentale systeem, terwijl de geest/ziel de software vormt. Kan die dan ook in andere lichamen voortleven? Gewone software-programma's kun je op meer dan één computer afdraaien.

“Als u daarmee op reïncarnatie doelt, daar geloof ik niet in. Afgezien van het feit dat het niet past in het bijbels patroon, biedt het ook geen oplossing. Wanneer ik me op aarde niet al te best gedragen heb en moet terugkeren in de gestalte van een dier, blijft de vraag hoe ik me dan uit mijn staat van zondigheid kan opheffen. Dieren hebben immers minder moreel besef dan mensen. Ik zie reïncarnatie daarom niet als een middel tot geestelijke groei. Ik hecht meer waarde aan de gedachte dat we na onze dood in een tussenfase nog verdere spirituele groei meemaken. Tot de beloofde wederkomst van Christus.”

Dan kun je dus hier op het ondermaanse ongestraft de beest uithangen, want je hebt later altijd een 'second chance'. Dat lijkt me oneerlijk tegenover wie zich al tijdens hun aardse leven fatsoenlijk gedragen.

“Gods vergeving wordt een ieder aangeboden en ze is, mits geaccepteerd, volledig. Wie zijn wij om daar op af te dingen? Niet voor niks vertelt Jezus de parabel van de arbeiders in de wijngaard van wie degenen die vanaf het eerste uur hadden gewerkt en de hitte van de dag hadden doorstaan na afloop boos waren omdat ze niet meer kregen dan wie op het laatste uur was ingehuurd.”

Betekent dit dat ook Hitler, Stalin en Pol Pot aan wier handen het bloed van miljoenen onschuldigen kleeft, kans maken om als het ware posthuum tot inkeer te komen?

“Of dit soort massamoordenaars ooit tot oprecht berouw in staat is weet ik niet, dat laat ik aan God over. Maar ik sluit het niet uit. En wanneer dat gebeurt mogen ook zij rekenen op volledige vergeving en op een plaats in het nieuwe koninkrijk.”

Wanneer worden we tenslotte geoordeeld. Op de Jongste Dag?

“In mijn visie worden we niet geoordeeld, maar oordelen we ons zelf in antwoord op de vraag: Ben ik in staat al dan niet in Gods nabijheid te leven. Ik word in deze mening versterkt door herinneringen van mensen die een klinische doodservaring hebben gehad. Sommigen vertellen dat ze, in de andere wereld, in een flits hun leven aan zich zagen voorbijtrekken, mét een ervaring van oordeel. Die heeft, zo hebben we gezien, een voorlopig karakter, want we krijgen de kans om 'herexamen' te doen. Op de Jongste Dag maken we definitief de balans op. Mijn visie sluit meer aan bij de denkwijze van de moderne mens dan de middeleeuwse beelden van een wrekende, oordelende God en duiveltjes-met-drietanden.”

Het totale niets

Als de mens uiteindelijk voor zichzelf tot de conclusie komt dat hij niet waardig is voor Gods aanschijn te leven, is dat dan wat het traditionele christendom de hel noemt?

“Ja. Ik denk dat dit ook veel meer hel is dan wat de oude prenten en schilderijen ons voorspiegelen. Het feit dat je God wel hebt gezien, dat je een moment Zijn aanwezigheid hebt ervaren, maar voor jezelf weet dat je die niet waard bent en er dus voor eeuwig vanaf moet zien. Dat inzicht lijkt me vreselijk. Veel erger dan 'branden in de hel'. Het leidt tot de totale leegte, tot het totale niets, zoals de doctrinaire commissie van de Church of England stelt.”

Hoe ziet de hemel er uit?

“Ik spreek liever van de 'nieuwe schepping'. Op basis van de schaarse informatie die de Bijbel ons geeft, met zijn nadruk op liefde en gemeenschap, denk ik dat we er zullen leven in een gemeenschap van liefde met God en met elkaar. Omdat iedere persoon een geschapen persoon is, lijkt het mij redelijk aan te nemen dat we ook in het toekomstige leven personen zijn, met dezelfde identiteit als tijdens ons aardse leven, maar gezuiverd van alle negatieve trekken van toen. Fysiek en psychisch.”

Kom ik er dieren en planten tegen?

“Ja, want ook die vormen een essentieel onderdeel van Gods schepping.”

...en onze geliefden?

“... en al degenen die voor en na ons hebben geleefd.”

Leidt dit niet tot overbevolking?

“Nee, in de nieuwe wereld gelden niet de beperkingen van ruimte-tijd van de huidige kosmos. Eeuwig leven betekent bevrijd zijn van de tirannie van de kloktijd met zijn permanent verschuivende momenten van het heden, ingeklemd tussen een steeds langer wordend verleden en een steeds korter wordende toekomst.”

Dat lijkt op een 'dodelijk' saaie rust, en nog eeuwig ook.

“Er zal niet alleen rust zijn, maar ook activiteit. Echter zonder de drijvende eerzucht, slopende deadlines of harde noodzaak die veel van onze aardse activiteiten kenmerken. God heeft ons de vervolmaking van Zijn Schepping beloofd. Dat is het visioen waarop we ons nu al mogen verheugen.”

Deel dit artikel