Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Poolse wereldreizigster over het raadsel van het lichaam

Cultuur

Antoine Verbij

De Nederlandse anatoom Philip Verheyen beschreef als eerste het fenomeen fantoompijn. Schilder onbekend.

BOEKEN - Met 'De rustelozen' heeft de Poolse schrijfster Olga Tokarczuk een uniek kunstwerk geschreven. In korte en langere teksten omcirkelt ze de vraag wat het betekent om een lichaam te hebben. En overal ontwaart ze het mysterie van het bestaan.

Er is nog hoop voor de literatuur. Er zijn nog schrijvers die boeken schrijven die de lezer van bladzijde 1 tot bladzijde 440 van de ene verbazing in de andere storten. Waar neemt hij ons nu weer mee naartoe? Hoe loopt het af met de man die zijn vrouw en kind op een Kroatisch vakantie-eiland kwijtraakte? En wat komen we nog meer te weten over het geamputeerde been van Philip Verheyen?

Uniek en toegankelijk
Olga Tokarczuk heeft een buitengewoon boek geschreven. Buitengewoon betekent hier zowel ongewoon als bijzonder. En bijzonder betekent hier bijzonder goed, bijzonder intelligent, bijzonder poëtisch, bijzonder eigenzinnig en bijzonder filosofisch. Na lezing van dit kunstwerk vraag je je af waarom nog nooit iemand zo'n boek heeft geschreven, zo uniek en tegelijkertijd zo doodgewoon en uiterst toegankelijk.

'De rustelozen' begint heel simpel met de introductie van de ik-persoon, Tokarczuk zelf. Hoe ze als kind was, hoe vaak haar ouders verhuisden, wat ze studeerde en wat ze daarvan opstak. Vervolgens begint ze over haar reizen te vertellen, over haar observaties en overpeinzingen in treinen en op luchthavens. Soms lijken het reële belevenissen, soms pure fantasieën, wat doet het ertoe, we zijn in het domein van de literatuur.

Dan begint er ineens een kort verhaal. Over een man die op het Kroatische eiland Vis de auto parkeert om vrouw en dochtertje te laten plassen. De twee keren niet terug en blijven drie dagen lang onvindbaar. Het raadsel houdt de lezer het hele boek lang in spanning. Ondertussen vertelt Tokarczuk uitvoerig over Philip Verheyen, die in de zeventiende eeuw over zijn eigen geamputeerde been een anatomisch standaardwerk schreef.

Anatomen
Verheyen, leerling van de befaamde Nederlandse anatoom Frederik Ruysch, was de eerste die het fenomeen van de fantoompijn beschreef. Hij leed daar zo sterk onder dat hij er depressief van werd. Bij wijze van therapie begon hij 'Brieven aan mijn geamputeerde been' te schrijven. Hij zoekt daarin naar antwoord op de vraag wat het betekent om een lichaam te hebben. Het is ook de vraag die Tokarczuk in 'De rustelozen' tot in het obsessieve bezighoudt.

Voor het boek reisde ze naar anatomische musea over de hele wereld. Met een Nederlandse beurs verbleef ze ook enige tijd in Amsterdam om het werk van Ruysch te bestuderen. Ze schrijft over anatomische kaarten en modellen, over weckpotten met organen in formaline, over opgezette en geplastineerde mensen, over alle manieren, kortom, waarop mensen hebben gevorst naar hoe lichamen er van binnen uitzien.

'Zien is weten', luidt volgens Tokarczuk het motto van zowel de eerste anatomen als hun moderne navolgers. Ze schrijft een kort verhaal over een anatomieprofessor die als hobby de schaamstreek van studentes fotografeert. Lichamen lijken op elkaar, vagina's niet, laat Tokarczuk hem redeneren. "Eigenlijk zou je deze door de politie onderschatte organen als identificatiemiddel kunnen gebruiken, ze zijn absoluut uniek, even mooi als orchideeën."

Lichaam in tijd en ruimte
Naast de anatomie interesseert Tokarczuk zich ook voor de verplaatsingen van het lichaam in tijd en ruimte. In een van de kortste notities beschrijft ze een vlucht van Irkoetsk naar Moskou, vertrek acht uur 's morgens, aankomst acht uur 's morgens. "Dit zou het moment zijn om de levensbiecht af te leggen", bedenkt ze. "Binnen in het vliegtuig loopt de tijd, maar ze lekt niet naar buiten."

Het titelverhaal van 'De rustelozen' gaat over een vrouw die haar alledaagse leven - met haar uit een oorlog teruggekeerde man en haar gehandicapte kind - ontvlucht door zich in de metro te verschansen. Daar leert ze een zwerfster kennen die op pleinen staat te schreeuwen. De gekke vrouw leert haar wat overleven is: "Vlucht, verlaat jullie huizen, ga, rustelozen, want zo kun je je behoeden voor de antichrist. Gezegend is hij die gaat."

Mysterie van het bestaan
Uit wat van Tokarczuk tot nu toe in het Nederlands is vertaald, zou je de indruk kunnen krijgen dat ze zich heeft ingegraven op het Poolse platteland. Boeken als 'Oer en andere tijden' en 'Huis voor de dag, huis voor de nacht' gaan over de mystiek van het eenvoudige leven in een eeuwenoude idylle. In 'De rustelozen' ontpopt ze zich als fervent wereldreiziger, maar ze ontvouwt dezelfde opmerkingsgave: overal ontwaart ze het mysterie van het bestaan.

Door zijn ongewone vorm reageerde de kritiek in Duitsland verdeeld op 'De rustelozen'. Recensenten verweten haar goedkope, quasi-diepzinnige filosofietjes en hadden liever een puur literair verhaal gezien. In Polen daarentegen werd het boek omarmd en niet alleen met jury- maar ook met publieksprijzen overladen. Er zijn 70.000 exemplaren van verkocht, een ongekend aantal in een land waar de literaire cultuur midden in een herstelproces zit.

Schrijven als hoogste wetenschap
Tokarczuk pleit hartstochtelijk voor het schrijven. Want als zien gelijk is aan weten, is schrijven wat je ziet de hoogste wetenschap. En zo eindigt ook 'De rustelozen'. De ik-persoon wacht op een luchthaven op het moment van boarding. Tegenover haar zit een reiziger gebogen over zijn notitieboek. Ook zij neemt haar logboek ter hand.

Misschien schrijven we nu allebei dat we een reiziger zien die notities maakt, mijmert ze. "We zullen elkaar wederzijds beschrijven, dit is de veiligste manier van communiceren, we zullen elkaar wederzijds omzetten in letters en vereeuwigen op vellen papier, we zullen elkaar plastineren, onderdompelen in de formaline van de zinnen."

Olga Tokarczuk: De rustelozen. Uit het Pools vertaald door Greet Pauwelijn. De Geus, Breda. ISBN 9789044516166; 440 blz. € 19,90

Lees verder na de advertentie
Olga Tokarczuk © Michal Korta

Deel dit artikel