Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Pleidooi voor verbeelding in het christendom

Cultuur

HERBERT VAN ERKELENS

Review

In de oudheid werd op 25 december de geboorte van de zonnegod Mithras (steevast voorgesteld als de god die een stier doodt) gevierd. De christelijke kerk nam die feestdag over om de geboorte van Jezus te vieren.

De kerkvaders uit de derde en vierde eeuw waren gevoelig voor het mysterie van de menselijke ziel. Nu het westerse christendom niet meer weet hoe het de eigen boodschap het beste kan uitdragen, is hun wijze van geloofsonderricht weer actueel geworden. In het boek 'Mystagogie' betoogt Tjeu van den Berk dat het christendom weer aansluiting dient te zoeken bij de wereld van de verbeelding.

Van den Berk is docent praktische theologie aan de Katholieke Theologische Universiteit Utrecht. Zijn interesse gaat uit naar de relatie tussen kunst en religie en naar levensbeschouwelijke opvoeding van jonge mensen. In 'Mystagogie' spelen beide interessegebieden een belangrijke rol. Want mystagogie is een pedagogie gericht op inwijding in de geheimen van het leven. En voor die inwijding kun je volgens Van den Berk tegenwoordig beter naar de bioscoop gaan dan naar de kerk. De kerkelijke instanties hebben, anders dan de kunstenaars, al lang opgehouden de mensen op hun verbeelding aan te spreken. Deze opmerkelijke stellingname maakt 'Mystagogie' tot een inspirerende en belangwekkende studie.

Het betoog over mystagogie gaat rechtstreeks over de huidige crisis in het westerse christendom. Van den Berk betreurt het dat de kerk niet meer weet wat catechese is. Catechese is in onze tijd niet meer gericht op initiatie, maar op het overdragen van informatie. Dit vanuit de misvatting dat de kerk een boodschap in huis zou hebben die als hapklare brokken naar binnen gewerkt kan worden. Initiatie veronderstelt daarentegen dat de waarheid van het christendom al in ons leeft. Het gaat er enkel om deze tot leven te wekken. Zo meent Van den Berk:

,,Het christendom brengt de werkelijkheid die in ons leeft in beeld, verwijst ernaar. De mens herkent in de voorgehouden christelijke categorieën het heilsproces dat zich in hem of haar afspeelt. De zogenoemde christelijke waarden en waarheden zijn symbolen van datgene wat hij in zich ervaart. Ineens ziet een mens zichzelf in de christelijke configuratie die hem voorgehouden wordt, gaat hem een licht op in de parabel die hem verteld wordt, in de rite de passage die hem aangeboden wordt, in het beeld dat getoond wordt of het lied dat aangeheven wordt. Er vindt een 'illuminatie' plaats. Er wordt niet iets overgedragen, er wordt opgeroepen, wat wezenlijk iets anders is.''

De vroege kerk heeft volgens Van den Berk nog aan dit verwijzende karakter van haar symbolen vastgehouden. De kerkvaders hadden voor hun catechese ook een specifiek leermodel ontwikkeld dat disciplina arcani werd genoemd en dat ervan uitging dat de mysteries van het geloof stap voor stap ervaren konden worden: ,,Het in woorden uitleggen van een mysterie, alvorens het ervaren was, vonden de kerkvaders verraad plegen aan dat mysterie en aan de werking van de Geest in een mens. En een ervaring 'uitleggen' betekende voor hen, die ervaring 'uitbeelden'. Zij hadden een diep psychologisch inzicht in symboliseringsprocessen.''

Van den Berk heeft de disciplina arcani naar onze tijd toe vertaald als inwijding in het symbolisch bewustzijn. Dit symbolisch bewustzijn verschilt van het rationele bewustzijn dat zich enkel op zintuiglijk waarneembare feiten en op de rede baseert. Het is een bewustzijn dat zich richt op een derde werkelijkheid tussen de twee werelden van het objectief uiterlijke en het subjectief innerlijke in. Deze derde werkelijkheid is de wereld van de verbeelding.

De vroege kerk heeft in de visie van Van den Berk volop respect gehad voor het symbolisch bewustzijn. Zij heeft het Romeinse rijk weten te kerstenen door aansluiting te zoeken bij die religieuze symbolen uit het heidendom die de meeste aantrekkingskracht op de mensen hadden. Kerstening betekende primair dat oude archetypische symbolen nieuwe betekenis kregen.

Maar omgekeerd betekende kerstening ook dat de vroege kerk steeds heidenser werd. Zij nam de neoplatoonse filosofie van de Grieken over en plaatste de geboortedatum van Christus op de 25ste december, omdat op die dag het geboortefeest van de zonnegod Mithras werd gevierd. Pas bij de overgang van de Romeinse naar de Germaanse wereld faalde dit kersteningsproces. De Roomse kerk bleef vasthouden aan de Grieks-Romeinse formuleringen van haar dogma's, hoewel zij boven de Rijn met een heidense cultuur te maken kreeg die de vruchten van de antieke beschaving niet had gekend.

De vraag dient zich hiermee aan hoe het christendom opnieuw aansluiting zou kunnen vinden bij wat er onder de mensen leeft. Van den Berk signaleert drie eigentijdse vormen van populaire cultuur die een aanknopingspunt kunnen bieden: ten eerste maatschappelijke bewegingen als Amnesty International, Greenpeace en Artsen zonder Grenzen, ten tweede de wereld van literatuur, film, muziek, drama en architectuur, en ten derde de New Age-cultuur die zich laat inspireren door de gnostieke wortels van het vroege christendom. Aan die drie stromingen zou het christendom zich kunnen spiegelen.

Maar het belangrijkste is toch wel dat de kerk weer begrijpt wat zich in de menselijke ziel afspeelt: ,,Wil het christendom weer tot leven komen, dan wordt dé grote uitdaging voor hem dat het zijn boodschap zó uitdraagt dat een mens die weer ervaart als een afspiegeling en een oproep van wat er zich afspeelt in zijn eigen ziel. Dit betekent volgens mij, en dat is waarschijnlijk de moeilijkste opgave, dat het christendom zelf weer het karakter moet krijgen van een populaire cultuur, flexibel, gedifferentieerd, ambigu, ondogmatisch en vooral vrij.''

Deel dit artikel