Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Pinto pleit voor 'herburgering' van alle Nederlanders

Cultuur

SYTSKE VAN AALSUM

Review

David Pinto: 'Het virus, cultuurverschillen', uitg. Bohn Stafleu Van Loghum.

David Pinto (47) was net vanuit Israël in Nederland gearriveerd. Samen met zijn Nederlandse vrouw Yaël Schrijver, net als hij werkzaam in het onderwijs. Ze besloten hier te blijven. En zo emigreerde de joodse Pinto voor de tweede keer. Hij is afkomstig uit Marokko en vertrok op zijn twintigste naar Israël.

Hij gaf daar 's avonds les aan nieuwe immigranten. Dat gebeurde volgens het Ulpan-systeem. Pinto: “Uiterst effectief. Nieuwkomers worden een half jaar lang ondergedompeld in de Israëlische samenleving. Dat systeem heeft mijn ideeën over de wijze waarop migranten in hun nieuwe vaderland worden opgevangen, geschoold en op eigen benen gezet, voor altijd bëinvloed.”

Pinto werd hier destijds niet 'opgevangen' en als nieuwkomer al helemaal niet 'doodgeknuffeld'. Een tamelijk afgesleten term die hijzelf in 1988 introduceerde. Pinto vond een baantje als schoonmaker, ging naast zijn werk op taalles en maakte 'met vallen en opstaan' kennis met de Nederlandse zeden en gewoonten'.

Zo leerde hij al snel zijn Marokkaanse gewoonte af om tussen zijn tanden naar collega's te fluiten als hij ze nodig had. “Dat vonden ze denigrerend. Maar ze maakten me ook duidelijk hoe je een belangrijke superieur diende te begroeten. Ik volgde hun 'raad' op, dus ging ik na binnenkomst van de hoogleraar vlak voor hem staan en riep luidkeels 'Hoi'. De man kreeg bijna een hartaanval van schrik.”

Na enkele jaren vond Pinto zijn Nederlands goed genoeg om weer te gaan lesgeven. “Maar ik ontdekte dat Nederland meer waarde hecht aan diploma's, dan aan kennis en ervaring. Dat heeft me altijd hogelijk verbaasd.” Dus volgde hij een MO-studie en kreeg hij vervolgens ook 'de Nederlandse hang naar titels' te pakken. Dat resulteerde uiteindelijk in de promotie eind vorig jaar aan de Rijksuniverstiteit Groningen op het onderwerp 'Onderwijs over cultuurverschillen'.

Cultuurverschillen. Het is zijn 'handelsmerk' geworden. Want behalve dat hij een stroom publicaties over dat onderwerp op zijn naam heeft staan, verdient hij er sinds 1982 ook zijn brood mee. Toen richtte hij samen met anderen het Intercultureel Instituut (ICI) op. Het ICI geeft onder meer cursussen 'interculturele communicatie' aan het bedrijfsleven, de overheid en opleidingsinstituten.

Het bleek een gat in de 'minderhedenmarkt'. “We zitten tot over onze oren in het werk”, stelt Pinto tevreden vast, vanuit zijn kapitale villa in Groningen-zuid. Bij hem destijds geen twijfel over de benodigde klandizie. Als docent had hij al ervaren dat VO-leerkrachten die zich bijschoolden, een grote honger hadden naar informatie over andere culturen. Ze konden nergens terecht.

Anderen geloven niet in zijn edele motieven en vinden hem een gewiekste 'verkoper van cultuur'. Maar Pinto en de zijnen geloofden toen al heilig in het nut van het vak 'interculturele communicatie'. Namens de universiteitsraad stelde Pinto in 1982 voor het vak op te nemen aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG): te volgen door alle studenten, ongeacht of ze nu rechten, letteren of medicijnen studeren. De tijd was er nog niet rijp voor.

Nu kennelijk wel: in samenwerking met Pinto tracht de RUG alsnog zo'n opleiding van de grond te krijgen. En ook Defensie beschouwt het tegenwoordig als een volwaardig vak. Eigenlijk, vindt Pinto, moet al op de basisschool in cultuurverschillen onderwezen worden.

Zoals alle nieuwkomers verplicht worden een stoomcursus 'Nederlandse samenleving' te volgen, zo moeten omgekeerd Nederlanders zich verdiepen in de andere culturen en religies die de buitenlanders meebrengen. 'Herburgering', noemt Pinto dat: “Want of je nou verpleegkundige of jongerenwerker wordt, je komt er achter dat aangeleerde theorieën niet meer werken in de pluriforme samenleving die Nederland is geworden.”

“Neem het voorbeeld van de Molukse jongeman die zich bij een sollicitatiegesprek volgens zijn normen uiterst beleefd gedraagt. Toch wordt hij afgewezen. En waarom? Hij keek de leden van de sollicitatiecommissie niet recht in de ogen.”

De ziekte van Nederland

Pinto ontvouwt zijn ideeën in zijn onlangs verschenen boek 'Het virus, cultuurverschillen'. Nederland is ziek, constateert Pinto daarin. We lijden collectief aan een maatschappelijke ziekte die veroorzaakt wordt door verschillen in cultuur. Pinto: “Maar we mogen daar niet over praten. Misschien ontstaat er wel een conflict. Dat is zo'n beetje het ergste wat er in dit calvinistische land kan gebeuren. We zijn bang voor conflicten. Nederlanders zeggen vaak: 'Zand er over'. Ja, denk ik dan: in de woestijn. Conflicten kunnen een bron van creativiteit zijn, mits je er goed mee omgaat.”

Juist het wegwuiven van cultuurverschillen, of nog erger, het niet verdiepen in andere zeden en gewoontes die de buitenlanders onvermijdelijk meebrengen, ziet Pinto als de belangrijkste oorzaak voor het 'falende minderhedenbeleid' in Nederland. De beeldvorming klopt gewoon niet, stelt hij.

Pinto: “Minderheden worden hier per definitie beschouwd als ziek, zwak en misselijk. Dat beeld wordt in stand gehouden door al die welzijnsinstellingen die buitenlanders blijven betuttelen. Van integratie of participatie is geen sprake. Ze krijgen er niet eens de kans voor.”

Het geld dat al die instellingen opslokken, kan volgens Pinto beter aan concrete arbeids- en scholingsprojecten besteed worden. Ook het Nederlands centrum buitenlanders (NCB) moet anders gaan werken, vindt hij: “Ze hebben hun oorspronkelijke taak, het begeleiden van 'gasten', volbracht. Na 1980 is openlijk erkend dat de buitenlanders hier zullen blijven en niet terugkeren. De deskundigheid bij het NCB moet je anders gebruiken: plant die mensen neer in organisaties als de Riagg of het Algemeen maatschappelijk werk. Zo verspreid je hun know how en krijg je een olievlekwerking.”

De 'betutteling' heeft zo ook haar sporen achtergelaten in het onderwijs, meent Pinto: “Zoals het 'Onderwijs in eigen taal en cultuur' (OETC). Niets op tegen, maar niet in de eigen schooltijd. Het kost allochtone kinderen 2,5 uur per week. Tijd die Nederlandse kinderen besteden aan het halen van het lesprogramma. Asburd genoeg komen allochtone kinderen dus steeds meer op achterstand. Geef ze liever extra Nederlands, want dat is de taal die ze nodig hebben om verder te komen. Het OETC staat voor de Nederlandse zorg en goede bedoelingen, waar we nu juist vanaf moeten.”

Pinto is wel voorstander van aparte islamitische scholen. Daarin verschilt hij van mening met zijn liberale partijgenoten: “Ik ben het niet eens met Bolkestein dat religie de integratie belemmert. Voor de ontwikkeling van een kind kan een islamitische school een prima start zijn. Een vereiste zelfs om volwaardig te participeren. Op een islamitische school ontwikkelt hij gemakkelijker zelfrespect dan op een gemengde school. Neem de joodse school Rosjpina in Amsterdam. Is er iets mis met Maurice de Hond en al die anderen die daar op zaten?”

In 'Het virus' pleit Pinto voor een verplichte inburgeringsperiode van maximaal zes maanden, geënt op de Ulpan-methode in Israël. Nieuwkomers krijgen een stoomcursus 'Nederlandse redzaamheid'. Ze moeten een contract afsluiten en als ze het volledige programma volgen krijgen ze een certificaat. Een definitieve verblijfsvergunning is mee afhankelijk van het behaalde certificaat.

In Pinto's visie moet zo'n contract onderdeel uitmaken van een migratiebeleid, dat het huidige minderhedenbeleid vervangt. Voortaan wordt uitgegaan van individuen, in plaats van groepen. “Dan voorkom je dat een Turk en een Marokkaan wel subsidie ontvangen, maar een Braziliaan of Chinees niet.”

“En waarom worden sportactiviteiten van buitenlanderse kinderen wel gesubsidieerd en die van kinderen van Nederlandse ouders in verglijkbare omstandigheden niet?” Na zo'n inburgeringsperiode kunnen buitenlanders niet langer een beroep doen op een specifiek beleid. Ze moeten net als iedereen aankloppen bij algemene instanties.

Zijn voorstel komt deels overeen met de aanbevelingen die de professoren Entzinger en Van der Zwan onlangs deden voor het minderhedenbeleid de komende jaren. Toch reageerde Pinto in Trouw heel fel op dat rapport. Afgezien van de inhoud, geldt zijn boosheid vooral het feit dat het rapport tot stand kwam zonder medewerking van allochtonen. “Ik ga uit van de goede bedoelingen van de professoren, maar beiden zijn geen migrant. Dat proef je ook uit de afstandelijkheid. In dit geval ben ik het eens met het NCB, het is de bloody limit.”

Dat is nou precies wat hij bedoelt met het 'herburgeren' van de Nederlanders. In een pluriforme samenleving ontkom je er niet aan je te verdiepen in andere culturen. En aan goede wil ontbreekt het niet. Dat blijkt wel uit het enthousiasme van zijn Nederlandse cursisten.

Kijk, legt Pinto uit, terwijl hij twee fietsers tekent: “Als die twee elkaar willen of moeten ontmoeten, dan bereiken ze elkaar sneller wanneer ze beiden naar elkaar toe fietsen, dan wanneer er slechts één van beiden naar de ander rijdt.”

Deel dit artikel