Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Perzische poëzie klinkt Hoogliedachtig

Cultuur

Peter de Boer

Review

Wij weten eigenlijk niets over de Iraanse dichters van nu – en van de vorige eeuw.

Over de moderne Perzische/Iraanse poëzie weten wij vrijwel niets. Over Iran zelf wel iets meer: een islamitisch land dat gedurende de hele twintigste eeuw onder revoluties, de sjah en vanaf 1979 onder de ayatollahs en overige geestelijkheid heeft geleden. Repressie en censuur konden soms even mildere vormen aannemen maar nooit voor lang.

In dat barse klimaat trachtten schrijvers, intellectuelen, politieke activisten (daar zat veel overlap tussen) een nieuw cultureel en dus ook poëtisch klimaat te creëren. Geen sinecure! En nog eens extra bemoeilijkt doordat de Perzische poëzie sinds de klassieken als Ferdosi, Khayyam, en Hafez (levend tussen de tiende en veertiende eeuw) volkomen vastlag in onschendbare vormtechnische en thematische regels. Eeuwen nadien schreef men nog braaf in de ’middeleeuws’ klassieke trant, en men treft citaten van Hafez c.s. vandaag nog aan op bijvoorbeeld achterruiten van taxi’s!

Zie tegen onderdrukking én eeuwenlange poëtische verstening maar eens iets nieuws op versvoeten te zetten! Toch is dat gebeurd, zoals de bloemlezing ’Stegen van stilte’ met een keuze uit de twintigste-eeuwse Iraanse poëzie bewijst.

Nima Youshij (1896-1959), ’vader van de moderne Perzische poëzie’, introduceerde als eerste min of meer vrije verzen met eigen, meer alledaagse thema’s.

Opvallend is dat de natuur – ook bij de klassieken toonaangevend –, een machtige rol blijft spelen. (Zo is de maan in deze bloemlezing niet weg te denken!) Opvallend zijn verder de symbolen die de censuur moesten misleiden: ’nacht’ staat veelal voor onderdrukking, ’dag’ en ’schemer’ voor vrijheid. ’De nacht is een benauwende nacht en de aarde / verliest zijn kleur’, schrijft Nima en zijn woorden vragen om een bijzondere interpretatie.

Nima’s gedeeltelijke navolgers, de romantici, onder wie Nader Naderpour (1929-2000), hadden naast die ’nacht van wereld’ nog andere symbolisch geladen somberheden in petto (wind, hagel, bewolkte luchten, bewolkte huizen). Alleen in de stegen der steden leken alledaags, alsook amoureuze en politieke ontmoetingen nog enigszins te kunnen gedijen. Het woord ’steeg’ komt in deze bundel eindeloos veel voor. Vrijheidssymboliek!

Na de romantici vervolmaakten de vier ’Meesters’ de vrijere verzen. Ik noem slechts Shamlou (1925-1999) en de ook heden in Iran nog immens populaire dichteres Forough Farrokhzad (1934-1967). Vanwege de nooit geheel weggepoetste invloeden van de traditie, op universiteiten nog steeds onderwezen, heeft de moderne poëzie iets verhevens, iets Hoogliedachtigs behouden. „Je kussen / zijn de babbelende mussen van de tuin / en je borsten de bijenkorf van het gebergte”, schreef Shamlou.

Farrokhzad, die jong stierf bij een auto-ongeluk, was een eigenzinniger en intellectualistische meester. Bovendien een vrouw, die over haar gevoelens, ook haar erotische gevoelens, vrij expliciet durfde dichten. Zij wenste, met haar minnaar(s) ’de appel te hebben geplukt’. Hoe populair ook, haar gedicht ’Zonde’ is met zijn seksuele toespelingen niet in haar verzameld werk opgenomen! Ook regels als ’met een lichaam als een leren kleed / met twee grote strakke borsten’ zullen islamieten niet steeds welgevallig zijn geweest.

Na de Meesters is door de voortdurende onrust in het land met aanpalende strenge censuur de moderne impuls diep ingezakt. Postmodernisten deden dappere pogingen maar hun vormexperimenten werden nauwelijks gelezen of begrepen. Van de jongsten heeft Pegah Ahmadi (1974) ten minste een satirisch vers geschreven ’Tiendehands maan’. Maar de laatste dichter uit deze bundel, M.A. Anima (1980) brengt het traditionele maantje in ’De manestruik’ weer vrolijk terug.

Hoogtepunt in deze bloemlezing blijft voor mij Farrokhzad. Zie kadergedicht, het subtiele ’O, de vogel’. Weemoedig, gevoelvol en zonder intellectuele ballast fantaseert zij zich een vogel die zij nooit zal worden en van wie ze evenmin de ’van waanzin blauwe momenten’ zal beleven. En toch! Ze ráákt eraan en verdiept in eenvoudige bewoordingen de vrouwelijke erotische beleving, of het verlangen daarnaar. Zij, en al die andere onbekende dichters, maken de publicatie van deze bloemlezing waardevol.

Deel dit artikel