Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Paulien Cornelisse: 'Japan is meer dan een rariteitenkabinet'

Cultuur

Isabel Baneke

Cornelisse bij een workshop ‘bewegen in kimono’. © vpro
interview

Raar, hoort Paulien Cornelisse vaak over Japan. Zelf raakte de cabaretier op vijfjarige leeftijd gefascineerd door het land. Om te laten zien dat Japanners soms ook heel gewoon doen, maakte ze de reisserie ‘Tokidoki’, die vanaf zondag op tv te zien is.

'Tokidoki’ is een lievelingswoord van Paulien Cornelisse. Het komt uit de Japanse taal en betekent ‘soms’. Tokidoki klinkt zo leuk, vindt de cabaretier en schrijver van boeken als ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’. Ze wordt vrolijk als ze het hoort of zegt.

Lees verder na de advertentie

Ook de betekenis bekoort Cornelisse. In het Westen wordt Japan weggezet als een rariteitenkabinet, ziet ze, een plek waar eigenaardige mensen wonen. Het is het land waar luid slurpen onder goede tafelmanieren wordt geschaard, waar kamikaze vandaan komt en waar vrouwen zich graag verkleden als porseleinen poppen.

“Als het over Japan gaat, wordt er meestal gesproken in termen als ‘altijd’ of ‘nooit’”, legt ze uit. “Maar het land is meer dan die clichés.” Om te laten zien dat Japanners soms extreem doen, maar soms ook heel gewoon, maakte de schrijver de VPRO-reisserie ‘Tokidoki’.

In vier afleveringen trekt Cornelisse door Japan, waarbij ze telkens een uniek Japans woord uitpluist. Zo neemt ze vrouwenemancipatie onder de loep aan de hand van de term otenba, wat zoiets betekent als ‘opstandig’. Zijn Japanse vrouwen ‘otenba’? Of juist helemaal niet? Gewapend met het woord bezoekt Cornelisse onder meer een vlijtige huisvrouw, een clubje feministen en een workshop ‘bewegen in kimono’.

Hier hoor je mensen niet zo veel over mos, maar in Japan heb je in elke stad wel een vereniging van mosfans

Paulien Cornelisse

In ‘de ander’ laat de schrijver zien hoe Japanners omgaan met mensen die niet passen binnen het Japanse ideaalbeeld, zoals homo’s en buitenlanders. “En verder bestudeer ik in Tokidoki de positie van ouderen en de rol van de ­natuur. Ik hoop een realistisch beeld van Japan te laten zien, met vrolijke en tragische elementen.”

Wat heeft u eigenlijk met Japan?

“Toen ik vijf was, raakte ik gefascineerd door Japan. Dat levensjaar is niet uit de lucht gegrepen. Ik kan dat zo precies zeggen omdat ik me de periode waarin ik Japanse prenten ontdekte levendig kan herinneren. Ik hield van die oude houtsnedes.

“Thuis hadden mijn ouders een poster opgehangen waarop zo’n kunstwerk stond afgebeeld, een van Utamaro. Daar kon ik naar blijven kijken. Mijn ouders hadden ook een boek met dat soort prenten van mysterieuze Japanse dames en die probeerde ik na te tekenen. Dat mislukte altijd.

“En in groep drie had ik op school een Japanproject. Dat hakte er ook in. Iedereen kreeg een Japanse naam. Ik was Emiko. Ik ontdekte dat heel ergens anders een land lag waar alles zó anders was. Waar mensen heel gewone dingen op een heel andere manier deden. En dat land, dat bestond zo maar. Ik vond álles interessant aan Japan.

“Ik ging op judo. Later raakte ik geïnteresseerd in de Japanse literatuur. En in de keuken. Ik vind Japans eten erg lekker. En later kreeg ik een hechte vriendschap met een Japanse.”

Op uw 22ste toog u naar Japan om ­zeven maanden Japans te studeren in Hiroshima. Kon het land aan uw torenhoge verwachtingen voldoen?

“Meer dan dat zelfs. Het was niet zo hightech als ik van tevoren dacht. Japan is op een leuke manier een rommeltje. Ik zag heus hypermoderne treinen en flatgebouwen, maar ook huizen met van die Aziatische daken die eindigen in een skischansje, net als in de prentenboeken uit mijn jeugd. Wow, dat was gaaf.

“Japan is nog veel gelaagder dan ik als tiener dacht. Het is oud en nieuw, dat viel me ook weer op tijdens het ­maken van Tokidoki. Een strakke flat en dan drie gekke bloempotjes bij de ­ingang die niet bij elkaar passen.”

© vpro

U bent verzot op taal. Was het leren van Japans een makkie?

“De basis heb ik als twintiger onder de knie gekregen, precies twintig jaar geleden. Voor Tokidoki ben ik intensief gaan bijleren. Woorden stampen, grammaticale constructies bestuderen. Dat moest wel, want Japanners vinden het heel eng om Engels te spreken, als ze dat al kunnen.

“Het is een moeilijke taal om te leren, vind ik. In de serie zie je me vaak met een schetsboek op schoot zitten. Om woorden beter te onthouden, maak ik vaak tekeningen. Neem bijvoorbeeld het Japanse woord voor ‘best wel’: ­kanari. Dat lijkt op ons vogeltje, toch? Dus dan teken ik naast het karakter een kanarie, die ‘best wel’ tjirpt in een tekstwolk. Dat helpt me.”

Tokidoki is geregisseerd door Jelle Brandt Corstius, die eerder reisseries over Rusland presenteerde. Wat heeft u van hem geleerd?

“Praten voor een camera vind ik niet moeilijk of eng. Maar in de serie zie je me ook veel praten met mensen op straat. Dat vind ik best spannend want ik ben een beetje verlegen, maar dan zei Jelle: ‘Doe het nou maar’. En dan vond ik het ook leuk om te doen. En dat soort kleine gesprekjes maken de serie dus ook veel beter.

“Bovendien komt het idee voor Tokidoki van hem. In 2010 presenteerde Jelle ‘Zomergasten’ en was ik een van zijn gasten. Ik liet een fascinerend, grappig en lief fragment zien van ­Japanse apen in een warmwaterbron, waarbij ik onder meer vertelde over mijn liefde voor Japan. Een tijdje daarna stelde hij voor een serie over ­Japan te maken. En nu, acht jaar later, is-ie er eindelijk.”

Wat wilt u dat de kijker vanaf zondagavond ziet?

“Ik hoop dat kijkers denken: goh, wat een prachtig en anders land, dat Japan. Maar eigenlijk wil ik ook dat kijkers iets begrijpen van hoe Japanners zich voelen.

“Misschien kan ik uitleggen wat ik bedoel aan de hand van mos. Ik houd zelf enorm van mos. Momenteel rijd ik met een busje vol mos langs de Nederlandse theaters voor mijn voorstelling ‘Om mij moverende redenen’. En die gaat gedeeltelijk over mijn liefde voor mos.

“Mos straalt een bepaalde rust uit. Hier hoor je mensen niet zoveel over mos, maar in Japan heb je in elke stad wel een vereniging van mosfans die ­samenkomen om mos te appreciëren. Zij vinden het raar en zielig dat ik in mijn eentje van mos houd. Voor mij is het juist heel normaal iets in mijn ­eentje leuk te vinden.

“Mos bestaat veel langer dan de mens, al miljoenen jaren en is van ­generatie op generatie een constante. Mos heeft iets troostrijks in de chaos en vergankelijkheid van het bestaan, vinden Japanners. Ik begrijp hoe zij zich voelen. En ik hoop de kijkers met mij.”

‘Tokidoki’ is vanaf zondag 16 september om 20.15 uur te zien op NPO 2. 

Lees ook

Gadverdamme met o'tjes, mag dat ook niet van God?

In 2016 werd Paulien Cornelisse geïnterviewd voor de serie De 10 Geboden. "Op een dag vroeg ik aan mijn ouders wie God was. 'Daar geloven sommige mensen in', zeiden ze, 'maar die bestaat niet'. 'O, dus God is een soort spook?' vroeg ik. 'Ja, zoiets', antwoordden mijn ouders.

Deel dit artikel

Hier hoor je mensen niet zo veel over mos, maar in Japan heb je in elke stad wel een vereniging van mosfans

Paulien Cornelisse