Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Paarden van Oranje-Nassau Vorstenhuis zit graag in het zadel

Cultuur

FRED LAMMERS

Review

Wouter Slob en Ans Herenius: Paarden en Oranje-Nassau. De Fontein, Baarn; 196 blz. - f 55.

De meeste Oranjes klommen ook zelf te paard, een liefhebberij die doorgaat tot op de dag van vandaag. Koningin Beatrix is een enthousiast amazone, de prinsen Claus en Alexander hebben hun eigen rijpaarden en prinses Margriet mag graag in de bossen van Het Loo zelf mennen, een vermaak dat zij heeft overgenomen van haar grootmoeder Wilhelmina. Prins Bernhard moest wegens rugklachten met paardrijden stoppen.

Aan die band van Oranjes met paarden herinneren in ons land diverse ruiterstandbeelden, met als jongste aanwinst de jeugdige Wilhelmina op het Amsterdamse Rokin.

Veel talrijker zijn de schilderijen, tekeningen en gravures waarop Oranjes te paard zijn afgebeeeld. In het boek 'Paarden en Oranje-Nassau' zijn veel gegevens daarover gebundeld. Wouter Slob nam daarvan het leeuwendeel voor zijn rekening. Als cavalerist en KMA'er schrijft hij al jaren in nationale en internationale paardebladen.

Het is een originele invalshoek de Oranjes via hun paarden te belichten. Zo komen we over Willem van Oranje aan de weet dat hij kort voor zijn dood drie-en-veertig paarden op stal had staan. Zijn zoon Maurits ging intensief paarden fokken. Hij stichtte met dat doel een hengstenstation in het Duitse Westerwald. In Rijswijk had Maurits een stoeterij met tachtig paarden.

Koning-stadhouder Willem de Derde had in Hampton Court een stoeterij waar jacht- en renpaarden werden gefokt. Dat hij zich gaarne per paard voortbewoog, werd indirect zijn dood. Hij overleed aan de gevolgen van een val die hij tijdens het paardrijden op Hampton Court maakte.

Deze monarch troffen meer rampen waarbij paarden waren betrokken. Toen hij in 1688 met een imposante vloot de overtocht naar Engeland maakte om zijn schoonvader, Jacobus de Tweede, van de troon te stoten, stikten kort kort na de inscheping driehonderd paarden. Tijdens het stormweer dat de overtocht teisterde, kwamen nog eens duizend paarden om het leven.

Willem de Derde nam meteen tegenmaatregelen. Bij boeren in Nederland liet hij overal paarden opkopen, bij elkaar 1 064 stuks.

In dezelfde eeuw gingen de Oranjes op het door hen aangekochte eiland Ameland paarden fokken. Stadhouder Willem de Vijfde haalde er fokpaarden voor uit zijn stoeterij in Dillenburg. De Amelander paarden werden zo befaamd dat veulens vaak al voor hun geboorte werden verkocht.

Ook in Borculo waren de Oranjes actief als paardefokkers. Koning Willem de Derde concentreerde de fokkerij op Het Loo. Bij hem ging het niet om zadelpaarden maar om landbouw- en zeer zware koetspaarden.

Koning Willem de Tweede was een van de meest enthousiaste Oranjeruiters. Hij draaide er hand niet voor om, in een ruk te paard van Den Haag naar Brussel en zelfs van Brussel naar Soestdijk te rijden. Onderweg liet hij zijn paard over alle tolbomen springen. Een van de lijfpaarden van onze tweede koning was Wexy. Na zijn dood werd het dier opgezet en kreeg het een prominente plaats in het paleis aan het Noordeinde. Koningin Emma liet het naar de koninklijke stallen verhuizen, waar het nog steeds deel uitmaakt van de collectie.

Ook koningin Wilhelmina was een paardevrouw. De belangstelling voor deze sector van de fauna werd haar met de paplepel ingegoten door haar moeder, die Arabische schimmels, roodschimmels, vossen, Tarbes en zwarte Zevenbergers met witte blessen ter beschikking had voor haar rijtoeren.

Op het dierenkerkhof in het park van Het Loo hebben de paarden van Wilhelmina hun laatste rustplaats gevonden. Zij rusten er onder grafzerken waarop de bijzonderheden over hun levens staan vermeld. Prins Hendrik, de man van koningin Wilhelmina, deelde de liefhebberij van zijn gemalin. Op zijn initiatief werden in het begin van deze eeuw bij Het Loo koninklijke stallen gebouwd waar 64 rijpaarden en 88 tuigpaarden werden ondergebracht. De regering subsidieerde de bouw ervan met F 346 855.

Wilhelmina had veel verstand van paarden. Zij was ook op dit gebied zo zeker van haar zaak dat ze op een dag toen op het voorplein van Het Loo werd proefgereden met een zesspan, haar hofdame, die twijfelde aan de menvaardigheid van de koetsier, geruststelde met de woorden: 'Maakt u zich geen zorgen, mevrouw, als er wat gebeurt grijp ik zelf in'. Tegen de koetsier zei ze even later: 'Als het je te zwaar wordt, neem ik het wel van je over'.

Prinses Juliana trad niet in de voetsporen van haar ouders. 'Knollen,' zoals zij paarden omschreef, konden haar maar matig interesseren.

Deel dit artikel