Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Opgewekt en onverdroten koeterwaalt de mens voort

Cultuur

Arend Evenhuis

De kunst om tijd zichtbaar en hoorbaar tot stolling te brengen. Dat heeft toneelschrijver Wim Theodorus Schippers met zijn voorganger Anton Tsjechov gemeen. En zo ook, als ware het terloops, het vermogen om de nutteloosheid van het bestaan trefzeker op de staart te trappen.

Net als Tsjechov schrijft Schippers steeds dezelfde toneelstukken waarin ogenschijnlijk niets gebeurt. Horizonloos meanderende dialogen of oeverloos geouwehoer vormen de ruggegraat van beider oeuvre.

Al dat tijd- en grenzeloze geklep, gemekker, geteem, gezwets, getreiter, gezaag, gejengel, gesmacht en gezever brengt mensen immers niet dichter bij elkaar. Integendeel: het individu blijft net zo eenzaam achter als het, dorstig snakkend naar een vrouwenborst, ooit begon.

Weliswaar is ’Wat nu weer’ niet de sterkste titel uit Schippers’ werk – ’In de lachende scheerkwast’ of ’Ronflonflon met Jacques Plafond’ stijgen aantoonbaar tot wezenlijker hoogte – maar geeft toch diezelfde, aanhoudende geprangdheid omtrent het bestaan weer.

Centrale thematiek in Schippers’ idioom is het onderuithalen van ingewikkelde zinsconstructies, van gewichtige leuterkoek of van gekantelde letterlijkheid zoals brugklassers dat zo eindeloos kunnen blijven voortdoen.

De Hollandse vergadercultuur parodiërend bijvoorbeeld:

’Heb ik wat gemist?’

’Ja, de afslag Hoevelaken, nou goed?’

Of als een ober uitlegt dat naast het dagmenu ook ’van de kaart’ kan worden gegeten, de wijsneuzige klant toch nog even wil weten of dat ’gewoon van een bordje ook kan?’

Secuur laverend tussen grimmigheid en geestigheid (want oorverdovend afwezig) ontleedt Schippers overtollig en ontluisterend taalgebruik: ’Ik heb nog een heleboel te doen, al zou ik niet weten wat.’ Of signaleert hij spraakklankverwarring inzake ’reserve ring’ en reservering’.

Nergens wordt het een ’Wachten op Godot’, maar dankzij de uitgekiende tijdsbehandeling en vooral het volgehouden ijskonijnige samenspel tussen Kees Hulst en Titus Muizelaar weet regisseur Titus Tiel Groenestege ’Wat nu weer’ een sprankje Pinter te geven. Hulst en Muizelaar spelen al die terstond verwapperende woorden alsof de dood op hun achilleshiel loert.

Het vrouwelijke hoofdpersonage, de behendig doelloos opererende Mareille Labohm, is qua drieste opgewektheid doeltreffend weggelopen uit Tsjechovs ’Drie zusters’.

Zodra de toeschouwer ook maar even denkt te weten waar ’Wat nu weer’ over gaat, waar ’de achterliggende gedachte’ zich precies bevindt, zet Schippers hem prompt op diens in slaap gevallen been.

Want is het zo vanzelfsprekend dat altijd de patiënt bij de huisarts iets onheilsachtig met zich meezeult? Waarom zou die geneesheer zelf, tijdens zijn spreekuur, niet eens wat definitiefs mankeren en dientengevolge ter plekke ter aarde storten? Om de gebeitelde openingszin van ’Wat nu weer’ te citeren: ’Juist ja.’

’Wat nu weer’ van Wim T.Schippers, 10/4 Arnhem, 14/4 Tilburg, 15/4 Rotterdam, 17/4 Leiden, 21 t/m 24/4 Amsterdam, tournee t/m 27/5, www.watnuweer.com.

Lees verder na de advertentie
Titus Muizelaar, Mareille Labohm en Kees Hulst: ijskonijnig samenspel. (Trouw)

Deel dit artikel