Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Opera 'The Rake's Progress werd met gejoel ontvangen

Cultuur

Peter van der Lint

De vrouw met de baard is hier een man (countertenor Andrew Watts), mét diva-hondje. © x
Recensie

De Nationale Opera
The Rake's Progress


Bij De Nationale Opera is voor de vierde keer in een halve eeuw een nieuwe productie van Stravinsky's 'The Rake's Progress' te zien. Die is wervelend en snel.

Lees verder na de advertentie

Wederom kunnen we ons in Nederland vergapen aan de teloorgang van de liever moe dan luie losbol Tom Rakewell. Stravinsky's opera 'The Rake's Progress' uit 1951 werd donderdag door De Nationale Opera (DNO) voor de vierde keer geëerd met een nieuwe enscenering. Dat is best een respectabel aantal voor een werk dat net als DNO pas een halve eeuw oud is.

In de loop van de avond worden de scheuren en gaten in dat decor steeds talrijker

Het gezelschap had op dit gebied trouwens wel wat goed te maken, want de meest recente productie uit 1998 - van Reinbert de Leeuw en Peter Sellars - kreeg van bijna de voltallige Nederlandse pers destijds het label 'Amerikaanse shit' opgeplakt.

Daarvóór ging het beter, met producties van David Pountney (1972) en David Alden (1982), beiden gedirigeerd door Edo de Waart. En tussendoor zagen we hier bij de Reisopera in 2005 nog de befaamde David Hockney-enscenering uit Glyndebourne, daar ooit gedirigeerd door Bernard Haitink, en een spetterende productie van Onafhankelijk Toneel van Gerrit Timmers en Mirjam Koen (1997).

Opera-parodie

Beweren dat Stravinsky's ironische en onderkoelde opera-parodie in Nederland populair is, lijkt me dus een understatement. De nieuwe enscenering van de Britse regisseur Simon McBurney, die vorige zomer op het festival in Aix-en-Provence in première ging, zal aan die populariteit zeker geen afbreuk doen. Flitsend snel, met veel wervelende videobeelden, en boordevol objecten die verrassend door de wanden, vloeren en plafonds van het decor breken, voltrekt zich deze nieuwste rake's progress - de loopbaan van een losbol.

Het zijn precies die elementen die McBurney's vorige ensceneringen voor DNO - Mozarts 'Die Zauberflöte' en Raskatovs 'A dog's heart' - zo succesvol maakten. Het faustiaanse verhaal, met de archetypen Faust (Tom Rakewell), Mephisto (Nick Shadow) en Gretchen (Anne Trulove), heeft ook veel weg van 'Peter Schlemihls wundersame Geschichte' van Adelbert von Chamisso. Daarin verkoopt Peter zijn schaduw aan de duivel. In het operalibretto van Wystan Auden en Chester Kallman heet die duivel Shadow.

Schaduw

Heel beeldend hoe deze Shadow eerst echt als een schaduw achter het dunne decor te zien is, alvorens hij door het papier heen scheurend het beschermde leven van Tom en Anne binnendringt. In de loop van de avond worden de scheuren en gaten in dat decor steeds talrijker en lijkt het wel alsof Shadow zich steeds verder vermenigvuldigt. Listig duikt hij overal op. 

McBurney zet hier slim dubbelgangers in alsmede een 'dubbelzanger'. Bas-bariton Kyle Ketelsen is als sinistere Shadow een top-bezetting, met afstand de beste zanger van de avond. En schitterend hoe hij van zalvend naar grimmig omschakelt als hij in zijn blote, volgetatoeëerde bast het loon - Toms ziel - komt opeisen. Angstaanjagend.

Straatmuzikant

Wat McBurneys enscenering, met beelden van de hedendaagse skyline van Londen duidelijk maakt, is dat de moraliteit over losbol Tom zich zo goed naar vandaag laat vertalen. Alle verleidingen en valkuilen van nu zaten al verstopt in de 18de-eeuwse gravures van Hogarth, waarop Stravinsky zijn opera baseerde. Als Anne (puur, maar met iets te kleine stem vertolkt door Julia Bullock) haar geliefde in dat helse Londen gaat zoeken, bevindt zij zich dankzij de videobeelden ineens in een lange lege metrotunnel samen met wat daklozen. 

De prelude tot deze scène wordt door McBurney heel mooi getransformeerd tot een scène voor een straatmuzikant (melancholische trompetsolo van Ad Welleman op de bühne).

En zo kan het decor heel ingenieus van alles uitbeelden. Van een Giotto-achtige fresco (tijdens Anne's aria met knallende hoge C), via een rariteitenkabinet vol antieke zooi tot een immens onheilspellend kerkhof. Aan een tegendraadse personenregie à la Sellars doet McBurney niet. Hij vertelt het verhaal, met al die kleurrijke figuren recht voor zijn raap.

Zo droog en direct laat Ivor Bolton ook het Nederlands Kamerorkest spelen. Alle muzikale hints naar Händel, Mozart en Gluck die Stravinsky in zijn partituur verstopte, haalt Bolton er met smaak uit. Het blijft misschien net iets te onderkoeld, maar dat is wel wat Stravinsky wilde. De grote, hilarische scènes vol rennende en drukdoende lui, wist Bolton strak in de hand te houden. Geen syncoop of struikelritme ontging hem.

Vrouw met de baard

Paul Appleby zong en speelde de rol van Tom aanstekelijk, maar net als Bullock had hij soms moeite zich hoorbaar te maken. Hij greep je pas echt op het eind helemaal bij de lurven met een krachtig gezongen zwanenzang. De scènes met Baba de Turk, de vrouw met de baard (die hier heel campy stem en lijf kreeg van countertenor Andrew Watts) kwamen lekker binnen. Vooral ook vanwege het snoezige diva-hondje dat ondanks alle kouwe drukte om hem heen pardoes begon te gapen.

De premièregangers, onder wie zich opvallend veel jongeren hadden gemengd, vonden het donderdag allemaal prachtig. Gejuich en gejoel waren na de (v)luchtige en vrolijke epiloog à la Don Giovanni niet van de lucht. Of de slotmoraal van deze opera - 'voor ledige handen en harten en hoofden vindt de duivel een bezigheid' - in dat gejoel verdisconteerd zat, valt enigszins te betwijfelen.

Lees hier meer theaterrecensies uit Trouw.

Deel dit artikel

In de loop van de avond worden de scheuren en gaten in dat decor steeds talrijker