Open einde, daar kan ik niet tegen

cultuur

GERTJAN VINCENT

Review

Een kwartier later zit hij tegenover me: John Irving, 56 jaar inmiddels en auteur van wereldwijde bestsellers als 'De wereld volgens Garp', 'Hotel New Hampshire' en 'Bidden wij voor Owen Meany'. De voormalige worstelaar die tot zijn 47ste nog als coach en scheidsrechter in die sport actief was, kan zijn dagelijks trainingsuurtje in de sportschool niet missen. Zongebruind en met zijn grijze kuif onberispelijk in de plooi straalt Irving succes uit. De negen romans die hij tot nu toe publiceerde, hebben hem internationaal een schare hondstrouwe fans opgeleverd, die iedere pagina verslinden die uit zijn tekstverwerker rolt.

Het is geen toeval dat hij samen met zijn vrouw, jongste zoon en kindermeisje, op deze locatie is neergestreken. Hier bevindt hij zich immers aan de rand van de rosse buurt met haar kleurrijke en multiculturele populatie, waar het leven zich afspeelt in piepkleine peeskamertjes en obscure cafétjes. Een inspirerende omgeving voor een schrijver die zich - gezien zijn vorige romans - altijd al aangetrokken heeft gevoeld tot buitenissige en bizarre randfiguren in de schemer van de samenleving.

De afgelopen jaren heeft Irving er heel wat uren doorgebracht. Hij liet zich wegwijs maken door brigadier Joep de Groot van bureau Warmoesstraat en Margot Alvarez, voormalig medewerkster van stichting 'De Rode Draad', een belangenorganisatie van prostituees in Amsterdam. Die minutieuze research vormde de basis voor de kernhoofdstukken van zijn nieuwste roman 'A Widow for One Year'. Afgelopen maandag werd het eerste exemplaar van de Nederlandse editie, 'Weduwe voor Een Jaar', ten doop gehouden. Een wereldprimeur, want dankzij de hartelijke relatie tussen Irving en zijn Nederlandse uitgever Robbert Ammerlaan, die onder een andere naam ook in Irvings roman figureert, is zowel de Engelse als de Nederlandse uitgave als eerste bij Anthos verschenen.

'Weduwe voor Een Jaar' beschrijft drie episoden uit het leven van de hoofdpersoon Ruth Cole. Het eerste deel speelt zich af in 1958, als Ruth vier jaar is. Ze is er getuige van dat haar moeder Marion, overmand door verdriet om het verlies van haar twee zoons, die bij een auto-ongeluk zijn omgekomen, een relatie aanknoopt met de 16-jarige student Eddie en na een korte maar heftige affaire zowel Eddie als haar dochter en haar echtgenoot in de steek laat om - naar het lijkt - voorgoed uit hun leven te verdwijnen. In het tweede deel - het is inmiddels 1990 - is Ruth een succesvol schrijfster maar in de liefde wil het nog niet lukken. Haar research voor een nieuwe roman loopt wat uit de hand: vanuit een kast in een peeskamertje op de Wallen is ze er getuige van dat een prostituee wordt gewurgd. Aan het slot van de roman, vijf jaar later, is Ruth niet alleen moeder van een vierjarig zoontje, maar ook al weduwe. Daar is natuurlijk lang niet alles mee gezegd, want de complicaties en onverwachte ontwikkelingen zijn, zoals gewoonlijk bij Irving, niet op de vingers van een hand te tellen. Ook het formaat van het boek doet vertrouwd aan: 585 bladzijden, en dat terwijl hij bij een vorige gelegenheid had bezworen dat zijn volgende roman korter zou zijn omdat het anders zo'n belasting werd voor zijn geheugen.

“Ik heb me aan mijn woord gehouden”, zegt hij met een grijns, “het is nog wel een stevig boek, maar toch 150 bladzijden korter dan zijn voorganger. Ik vond dat ik mijn geheugen niet al te veel meer op de proef moest stellen. Daarom heb ik gekozen voor een lineaire roman, zonder uitgebreide flashbacks. Er zitten wel veel vooruitwijzingen in waardoor het voor de lezer misschien niet makkelijker is, maar voor mij als schrijver was het dat wel. De structuur van het boek is zo opzettelijk als een toneelstuk maar kan zijn. Afgelopen zomer was het manuscript eigenlijk al klaar, maar ik wilde het nog een jaar laten rijpen. In die tijd heb ik nog heel wat herschreven, dat is voor mij een heel wezenlijk onderdeel van het proces, waardoor het eindresultaat toch nog 131 pagina's korter uitviel.”

Irving ziet zichzelf als entertainer en moralist. “Ik zou in mezelf teleurgesteld zijn als een van die twee elementen in mijn boek ontbrak”, zei hij ooit. In zijn werk snijdt hij dan ook controversiële thema's aan als de seksuele revolutie, het radicale feminisme, het recht op abortus en het Vietnam-trauma van zijn generatie. In zijn jongste roman ontbreekt die politieke lading en beperkt hij zich tot meer algemene thema's zoals het verstrijken van de tijd en de gevolgen van een onoverkomelijk verdriet: “Ik heb er in de eerste plaats een liefdesverhaal van willen maken, geconcentreerd op de relatie tussen moeder en dochter. Het weerbarstige karakter van Ruth en haar wantrouwen op seksueel gebied zijn terug te voeren op haar moeder en vooral op haar afwezigheid. Juist daardoor is Marion tegelijkertijd emotioneel erg aanwezig en het kost Ruth heel veel jaren om daarmee in het reine te komen zodat ze uiteindelijk ook in staat is om lief te hebben. Ik wil daarmee aangeven dat liefdesgeschiedenissen vaak niet zo gladjes verlopen als vaak wordt voorgesteld. Het gaat niet alleen om de juiste partner, maar het is ook belangrijk dat de tijd er rijp voor is.”

Trouwe lezers van Irving weten dat zijn personages nogal eens verstrikt raken in buitenissige seksuele avonturen. De relatie van de 39-jarige Marion met de 16-jarige Eddie valt ook in die categorie, temeer omdat zij in de jongen haar gestorven zoons weer tot leven ziet komen, waardoor de relatie een incestueus tintje krijgt: “Psychologisch is het wel te verdedigen”, legt Irving uit, “Marion kan zich nauwelijks staande houden, ze wordt verteerd door verdriet. Verdriet is een soort gekte, die je aantast en je dingen kan laten doen die voor de buitenwereld onverdraaglijk of onaanvaardbaar zijn. Er is een bepaalde periode waarin het geaccepteerd wordt dat je in de rouw bent, maar daarna moet het over zijn. Het probleem met Marion is dat ze er niet van loskomt, zodat ze er wel vandoor moet gaan om te voorkomen dat ze met haar verdriet ook het leven van haar dochter en van Eddie onmogelijk maakt.”

Artistieke symmetrie staat bij Irving hoog in het vaandel: als er iets belangrijks gebeurt, kun je er gif op innemen dat dat later in het verhaal gespiegeld wordt in een ander voorval. Wanneer dat al te nadrukkelijk gebeurt, krijgt het verhaal iets kunstmatigs: als Ruth ongeveer de leeftijd van haar moeder heeft, begint ze tijdens een boektournee in Amsterdam een affaire met een jonge bewonderaar met de oer-Hollandse naam Wim Jongbloed.

“Ik maak me niet zo druk over de vraag of iets onwaarschijnlijk is of niet”, reageert Irving. “De geschiedenis leert ons dat alles mogelijk is. Van mijn vrouwelijke collega's hoor ik vaak genoeg dat zoiets gebeurt. Er zijn altijd wel jonge mannen die zich aangetrokken voelen tot oudere vrouwen. Ik had dat zelf vroeger net zo goed. Dat had natuurlijk ook met die tijd te maken: meisjes van mijn leeftijd waren nog niet zo beschikbaar. De seksuele aantrekkingskracht is trouwens maar één aspect, ik dronk ook liever een biertje met mijn professor dan met mijn medestudenten: hij had gewoon meer te melden, je kon van hem iets leren. Daar komt bij dat als je artistieke of literaire ambities hebt, je weinig geduld met je leeftijdgenoten hebt omdat je je toch wat superieur voelt. Dat geldt in een bepaalde mate ook voor deze romanpersonages.”

Irving houdt niet van losse eindjes, verhaallijnen worden tot in hun uiterste consequentie afgewikkeld. Dat de verdwenen moeder in het laatste hoofdstuk weer opduikt, komt dan ook niet echt als een donderslag bij heldere hemel.

Toch heeft Irving geen moment een andere oplossing overwogen: “Mijn romans vinden altijd hun oorsprong in een zin die in me opkomt. Ik begin altijd met het eind en werk dan terug naar voren. De slotzin van Marion aan het verhaal was mijn uitgangspunt, dus het was ondenkbaar dat zij niet weer boven water zou komen. Psychologisch vond ik het ook acceptabel: Ruth moest eerst in haar eigen leven het verdriet over een verlies ervaren om haar moeder te kunnen vergeven. Meer dan in mijn andere romans heb ik me toegespitst op de psychologische conflicten, de tegenstrijdigheden die kenmerkend zijn voor een individu, Ruth's vader Ted is een afschuwelijke echtgenoot, maar als vader doet hij het niet slecht.

Eddie is een beklagenswaardige stumper, en tegelijkertijd heel moedig in zijn trouw aan Marion, wat hem toch weer sympathiek maakt. Dat manipuleren met de personages vind ik een van de aantrekkelijkste kanten van het vak. Ik wil met niets minder genoegen nemen dan een compleet beeld van hun ontwikkeling. Open eindes, daar kan ik ook niet tegen: in het echte leven komt dat natuurlijk wel voor, maar dat is nu net het grote voordeel van romans: je kunt ze op een ordelijke manier afronden! Dickens is niet voor niets mijn grote voorbeeld: als David Copperfield afscheid neemt van zijn jeugd en de grote wereld in moet, zegt hij: 'Ik ontdekte dat het echte leven veel onordelijker was dan ik verwachtte'. Dat is me uit het hart gegrepen.'

Voor een liefhebber van de traditionele 19de-eeuwse roman veroorlooft Irving zich in 'Weduwe voor Een Jaar' een aantal opmerkelijke vrijheden. Ted Cole maakt furore als kinderboekenschrijver, Marion publiceert onder pseudoniem psychologische detectives, Eddie schrijft een aantal sterk autobiografische romans en Ruth is in het literaire wereldje het meest succesvol. Hun boeken zijn stuk voor stuk min of meer verkapte autobiografieën en regelmatig laat Irving zich verleiden tot bespiegelingen over de verhouding tussen fictie en werkelijkheid, over schrijvers die hun verhaal nauwelijks meer onder controle hebben, maar zelf een personage worden tegen wil en dank.

Begeeft Irving zich nu ook al op het glibberige pad van het postmodernisme? “Je moet het als een spelletje zien. Veel van mijn vrienden zijn schrijvers en de meesten van hen hebben ook weer voornamelijk schrijvers als vrienden. Dat is hun wereld en ze kunnen zich dan ook niet altijd goed verplaatsen in de manier waarop andere mensen denken. Ik heb daar minder moeite mee omdat ik er een tweede leven naast gehad heb: het worstelen is een heel belangrijk deel van mijn leven geweest en heeft me in contact gebracht met mensen die schrijvers maar vreemde figuren vinden. Ik kon ze vaak geen ongelijk geven. Schrijvers kunnen ontzettend in zichzelf opgaan en daar heb ik op mijn manier de draak mee proberen te steken.”

Inmiddels is Irving al weer plannen aan het maken voor zijn volgende boek, dat zich opnieuw in Amsterdam zal afspelen. “Het zal wel weer dunner worden”, voorspelt hij, “al was het maar om rekening te houden met mijn wat oudere fans: in het vliegtuig kwam ik in gesprek met een oude dame die al mijn boeken gelezen had. Ze deed dat altijd voor het slapen gaan. Mijn laatste boek had ze niet meer gelezen: haar polsen konden het gewicht niet meer torsen.”

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie