Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Op verkenningstocht langs de ingekaderde natuur

Home

Janita Monna

Maartje Smits - Hoe ik een bos begon in mijn badkamer © RV
Poëzie

Maartje Smits
Hoe ik een bos begon in mijn badkamer
De Harmonie; 72 blz. € 17,50

Schrijver Jaap Robben vroeg een paar jaar terug in een gedicht al eens: “Zullen we een bos beginnen?” Dichter Maartje Smits heeft het, getuige de titel van haar nieuwe dichtbundel, in praktijk gebracht: ‘Hoe ik een bos begon in mijn badkamer’. Het is haar tweede, nadat ze in 2015 debuteerde met ‘Als je een meisje bent’, introspectieve, geestige gedichten over een meisje op weg naar volwassenheid.

Lees verder na de advertentie

Nu wordt ze tot een bos verleid. In een warenhuis voelt ze verwantschap met planten die ze voor varens aanziet: ‘tuinloze wezens zoals ik’. Ze koopt meteen een heel stel: ‘één boom bestaat amper / één varen mag geen varen heten / ik kocht een tweede / een derde ik kocht het hele laatste treetje / mix’

Het is een tragikomisch gedicht, vol goede bedoelingen die onvermijdelijk stranden. Het raakt aan actuele thema’s en toont en passant de verwrongen westerse kijk op ‘natuur’ als een vulploegmedewerker waarschuwt: ‘in Suriname moet je vechten tegen de natuur / anders neemt ze alles over’.

Lezend in Smits’ losjes ogende bundel, dringen zich de overbekende regels van J.C. Bloem op: ‘En dan: wat is natuur nog in dit land? / Een stukje bos, ter grootte van een krant’. Want precies die vraag stelt ze ter discussie. In tekst en beeld - scherpe kleurenfoto’s van natuurgebieden vol hekken en paaltjes zijn integraal deel van de bundel. Een foto van een tafel met vetplanten (de plantjes links nep, die rechts echt) staat pontificaal aan het begin.

En met die waarschuwing neemt Smits de lezer mee op verkenningstocht. De ingekaderde natuur in, langs de ‘webcamvos’, gestrande walvissen en een ‘zalmkanon’, over de ‘natuurbrug zandpoort’, waar bos en golfbaan, duinen en woonwijk in elkaar overlopen.

Het is nauwelijks poëtisch wat Smits hier doet, het gedicht telt ‘notities’ in plaats van strofen, en die zijn weer onderverdeeld in ‘paragrafen’: ‘2.1 volg plagende damherten door een waterleiding / duin dat beschermd wordt / duin dat allang niet meer beschermt’.

Maar deze paar kleine zinnetjes (met overigens sterk gebruik van enjambement, zoals vaker) ballen veel nauwelijks uitlegbaar natuurbeleid en ingewikkelde klimaatproblematiek samen: het afschieten van herten in een gebied dat beschermd is, de stijgende zeespiegel.

Met opgewekte, geladen gedichten, met hier en daar wat smakelijk Duits en swingend Engels, weet Smits de lezer aan het twijfelen te brengen. Hem te laten nadenken over de vraag ‘hoe had ik me ooit van planten / durven onderscheiden’. Want hoe graag die zich ook boven de natuur ziet staan, hij is daar net zo goed onderdeel van.

De twee meest kwetsbare gedichten uit de bundel - over het verlies van een kind, en het ouder worden van ouders - laten het onontkoombaar zien. ‘achter de moestuin klinkt / de composthoop / in hetzelfde tempo als mijn vertraagde / ouders die elke keer dat ik hen zie / iets zijn gekrompen’.

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw

Het inklinken van mijn ouders door Maartje Smits © Brechtje Roos



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie