Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Op North Sea Jazz moet de bezoeker voortdurend kiezen: groot of klein, oud of nieuw, bekend of talent

Cultuur

Mischa Andriessen

Nile Rogers' Chic tijdens de tweede dag van de 43e editie van het North Sea Jazz festival in Ahoy Rotterdam. © ANP
Recensie

Jazz

Lees verder na de advertentie

Een weekend lang is het North Sea Jazzfestival een wereld in het klein. Een vriendelijke, maar ook hectische en chaotische wereld. Bezoekers van vrijwel elk denkbaar pluimage zoeken soms gespannen, soms gelaten hun weg in het overweldigende aanbod. Er is zoveel te zien dat zelfs de getrainde North-Seaganger gaandeweg merkt dat hij toch weer teveel concerten op zijn wenslijst heeft gezet. Het was dit keer ook nog eens bloedheet, zodat ambitieuze plannen moesten worden bijgesteld.

En dan is er nog het voortdurend omschakelen bij de vaak hemelsbreed van elkaar verschillende muziekstijlen. Soms is er geen twijfel mogelijk: dit wordt een feest der herkenning. Zo liet Nile Rogers’ Chic in een introductiefilm meteen weten welke hits er zouden worden gespeeld. Maar zeker veel hedendaagse jazz is beduidend abstracter.

Bonenstaken

Dan helpt een verhelderende inleiding zoals componiste Maria Schneider die gaf: ‘Denk bij de blazers aan de wind die met bonenstaken speelt. En de piano verbeeldt de gesprekken, de herinneringen aan wie er niet meer is.’ Schneiders openingsconcert met het eigenzinnige Noorse ensemble Denada blonk uit in fijnzinnigheid. Vooral de manier waarop elk instrument subtiel een plaats kreeg in het groepsgeluid en ook tijdens de solo’s ieder orkestlid onmisbaar bleek in het geheel. Die aanpak past bij wat Schneider vertelde over haar laatste plaat ‘The Thompson Fields’ , een ode aan het Amerikaanse platteland ‘waar volop wordt samengewerkt en gedeeld.’

Jazz is zowel individualistische- als groepsmuziek. Dat kan leiden tot een ongemakkelijke spagaat. Bijvoorbeeld bij het nieuwe collectief R+R = Now waarin sterren als toetsenist Robert Glasper en trompettist Christian Scott aTunde Adjuah vooral hun eigen moment in de schijnwerpers leken te waarderen en de toeschouwer daardoor zelden het idee gaven dat een groep aan het werk was. 

Het kan ook anders, toonde de artist-in-residence van North Sea, bassist Michael League die zichtbaar genoot als een van zijn Snarky Puppy-collega’s een opvallende inbreng had. Naar drummer Antonio Sanchez keek League tijdens diens solo haast verliefd.

Opgetrommeld

Een hoogtepunt was het gelegenheidstreffen tussen gitarist Bill Frisell en rietblazer John Surman. Op het laatste moment ter vervanging opgetrommeld, moest het duo het doen met een half uur repetitietijd op een hotelkamer. Het resulteerde in een indrukwekkend optreden dat tegelijkertijd een instructie in samenspelen werd: als je het beste uit de ander haalt, haal je het beste uit jezelf. Frisell speelde eerder op de vrijdag ook met saxofonist Charles Lloyd. Hij is dit jaar tachtig geworden, Lloyd, maar zijn spel heeft niets aan glans ingeboet. Wel is de mix van jazz met americana die hij nu brengt wat mat.

Gitarist Bill Frisell en rietblazer John Surman lieten zien: als je het beste uit de ander haalt, haal je het beste uit jezelf

Zoals elk jaar, en dit keer mogelijk nog meer dan anders, was North Sea een festival van contrasten. De kabbelende, goedmoedige jazz van Charles Lloyd verschilde immens van de ruige en opzwepende jungle-jazz van bands als Sons of Kemet en Moses Boyd Exodus. Tegenover de intense maar mooi klein gehouden zang van Simin Tander stond de uitbundige vocale acrobatiek van Jazzmeia Horn. 

Soms bevatte een optreden op zich al zulke uitersten. Zo beweegt Starebaby van drummer Dan Weiss tussen Morton Feldman-achtige verstilling en op heavy metal gebaseerde bruutheid. De groep Stug fluisterde soms letterlijk met het instrumentarium om plotseling te schakelen naar snoeiharde Elektro-jazz met spannende klankkleuren.

Volle zalen

Ook zoals in andere jaren moest de bezoeker op North Sea voortdurend kiezen, tussen groot of klein, oud of nieuw, bekend of talent. Soms werden die keuzes helaas voor hem gemaakt omdat zalen meteen vol zaten. Vooral de capaciteit van de kleinste zalen bleek opnieuw te beperkt.

Een blikvanger dit jaar was de jonge Britse jazz. Zorgen dat deze vaak nog maar net begonnen bands zouden verzuipen in de grote zaal die hen was toebedeeld, bleken onterecht. Gretig en zelfverzekerd maakten acts als Ezra Collective en Nubya Garcia hun vooruitgesnelde faam waar. Dansbare, gloedvolle jazz van groepen waarin niemand de hoofdrol opeist. 

Een groot verschil met het ouderwetse ‘rondje’ waarin elke musicus braaf een paar maten soleert. Dat rondje was er nog bij de oude tenorhelden Chico Freeman en Pharoah Sanders. Soms was het lang wachten, maar dan was daar de grom van Freeman weer of dat vurige, liefdevolle geluid van Sanders. De jonge jazz komt er onstuitbaar aan, maar North Sea is ook een weerzien met legenden, de gesprekken, de herinneringen, het vlakbij hebben van wie straks wordt gemist.    

Deel dit artikel

Gitarist Bill Frisell en rietblazer John Surman lieten zien: als je het beste uit de ander haalt, haal je het beste uit jezelf