Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ook al fiets je van Porto naar Lissabon, een vakantiebuikje ligt op de loer

Cultuur

Jessica de Korte

Porto. © Jessica de Korte
Reizen

Vissers, visnetmakers en flamingo’s sieren de Atlantische kust van Portugal. Op de fiets trap je eenvoudig van Porto naar Lissabon, met paden die zelfs naar Nederlandse begrippen vlak zijn. Pedalando!

Tientallen garnalen, percebes (eendenmosselen) en gefrituurde sardientjes. Dat is alleen nog maar het voorgerecht, blijkt al snel. Vanaf zee komt een visser met het verste van het verse aangesneld, waarna twee obers met enorme schalen aan tafel verschijnen. Een vinger wijst naar een van de glimmende vissen, dan naar een Portugese naam op de menukaart, en gaat het hele rijtje af, twintig in totaal.

Lees verder na de advertentie

Met een woordenboek ben je hier echt even bezig. Die langwerpige, zilveren is robalo (zeebaars), de platte met gekke ogen linguado (bot), ernaast ligt pargo (rode snapper). De Atlantische Oceaan zit er vol mee. Chef Rui Teixeira van A Peixaria laat zien hoe hij ze grilt, zo’n vis geplet in een soort tostiwafel, om en om boven het hete vuur. Zijn visrestaurant ligt wat afgelegen in São Jacinto, maar Portugezen rijden graag om voor een goede maaltijd. Het zit stampvol.

De beste manier om na twee weken niet als een barbapapa te eindigen, is inderdaad, verder fietsen

Rui heeft vijf vissers voor hem varen. Die percebes - rubberachtige lijfjes met een soort nagels - zijn nog moeilijk te vangen, legt hij uit. “Ze zijn verwant aan de zeepokken, groeien op rotsen en bij kliffen, midden in de golven. Vissers klimmen met behulp van een touw naar beneden en beitelen ze los. Kijk, zo zuig je ze uit.” De prijzige delicatesse heeft een typische smaak, die zeker wordt gewaardeerd.

In São Pedro da Afurada worden visnetten gerepareerd. © Jessica de Korte

Nog even de lokale cake proberen, Pão-de-Ló de Ovar, een eier- en suikerbom (18 eieren op 60 gram bloem), en dan snel door naar de boot richting Forte da Barra. “Hij gaat over tien minuten, anders moeten jullie twee uur wachten”, roept Rui, die twee espresso’s komt brengen. “Voor koffie is nog wel even tijd.”

Sardientjes met maisbrood

São Jacinto is bijna 70 kilometer trappen van Porto. Dan ligt er nog 170 kilometer voor je naar Lissabon, vooral over fietspaden. De enkele duinen onderweg zijn minder steil dan die in Zeeland, slechts op een enkele plek word je met klimmetjes verrast, en voor de typische Portugese sfeer hoef je alleen maar goed om je heen te kijken.

Al vrij snel na Porto ontdek je in het dorpje São Pedro da Afurada breien de mannen van in de zestig en zeventig. Tussen bergen rood draad zitten ze op krukjes aan de kade van rivier Douro, waar ze met een plastic boetnaaldje hun visnetten maken. Druk kletsend, de klok tikt hier niet zo snel. Als in het dorp eind juni feest wordt gevierd voor Sint-Pieter eet iedereen de hele week sardientjes met maisbrood.

Bewoners ruiken hier altijd de zee, misschien dat ze daarom vriendelijk knikken als je voorbij fietst

Een oud dametje met lange rok hangt haar was te drogen aan een paar scheerlijnen op de boulevard. Ze is niet de enige. Tegenover het postkantoor aan Rue da Praia wapperen tientallen witte lakens, effen en met bloemen, in de lichte, zilte bries. Bewoners ruiken hier altijd de zee, ook als ze in bed liggen. Misschien dat ze daarom vriendelijk knikken als je voorbij komt fietsen. En dat automobilisten bijna altijd voor je stoppen bij het oversteken.

Knipoog naar het verleden

Zelfs in de stad Porto (ruim 230.000 inwoners) voel je de rustieke sfeer. Op terrassen serveren obers bij glazen wijn en zoete port allerlei tapas: garnalen, bloedworst met appel en olijven in een dikke laag olijfolie. De boten die de port vroeger in enorme houten vaten naar onder meer Nederland en Amerika brachten, liggen nog steeds in het water. Staat zo sierlijk bij die pastelhuisjes.

De katholieke kerk is prominent vertegenwoordigd in Portugal. © Jessica de Korte

In de dertiende eeuw eiste de bisschop een handelsmonopolie voor de beroemde drank op. Handelaren wisten niet hoe snel ze weg moesten komen, ze vonden een stek aan de overkant van de rivier en stichtten Vila Nova de Gaia. Namen als Sandeman en Taylor’s trekken drommen toeristen, maar een paar kilometer verder peddelen en je ziet geen enkele Aziaat of Amerikaan meer. Wel: lachende kinderen die een straat in rennen, een ouder echtpaar op een bankje, wat dronken Portugezen.

We hebben hier tot in de jaren zeventig een dictatuur gehad, dus we nemen het er graag van

Door de Portugese taferelen maakt het niet uit dat sommige dorpjes naast de schoonheidsprijs grijpen. Er staan schattige huizen met mozaïektegels, maar ook appartementen uit de jaren zeventig en negentig, toen veel Portugezen zich met hoge hypotheken een tweede huis konden veroorloven. Na jaren leegstand worden ze langzaamaan weer bewoond, met Vendido-borden als bewijs. 

De kerkjes zijn eleganter. De zeshoekige, witte Capelo do Senhor da Pedra - de kapel van de heer van de steen - trotseert de golven op een stel rotsen bij het zandstrand van Miramar. Het was de bedoeling om met dit katholieke bouwwerk de paganisten te verbannen, maar nog steeds wordt gesproken over mysterieuze bezoeken bij volle maan. Heksen en zwarte magie. Rond Pinksteren leiden volledig gehulde vrouwen er een processie, als knipoog naar het verleden.

Niet alle gebouwen langs de route verdienen de schoonheidsprijs, maar de authentiek Portugese panden maken dat meer dan goed. © Jessica de Korte

60 kilo vis

“Tachtig procent van de Portugezen is katholiek”, merkt Manuel Franco op, een veertiger die in de bergen woont. “Dus we hebben nog een hoop religieuze festivals. Wie niet als baby is gedoopt, laat zich op latere leeftijd vaak alsnog dopen.” Voor veel bewoners is een kerkbezoek op zondag een traditie. Net als die flinke maaltijden. “We hebben hier lang, tot in de jaren zeventig, een dictatuur gehad, dus nemen het er graag van.”

Met een beetje geluk zie je bij de Aveiro-lagune flamingo’s tussen het riet staan. De hoogste vuurtoren van Portugal en palheiros (de houten, kleurrijk gestreepte huizen) kun je in elk geval niet mislopen. Later kronkelt het fietspad langs zandstranden met houten vlonders en door duinen met dennebomen. In zee ligt hier en daar een vissersboot, omdat er nu eenmaal genoeg gevangen moet worden. Een Portugees eet per jaar gemiddeld bijna 60 kilo vis.

’s Avonds verschijnen bij restaurant Salgáboca in Praia de Mira borden vol vissoep, kokkels en gegrilde zeebaars op tafel. Met heerlijke witte, bruisende wijn van wijngaard Silva Salgado, iets verderop. Er is hier maar één manier om na een of twee weken niet als een barbapapa te eindigen. Inderdaad, door verder te trappen. Op naar Nazaré, Óbidos en Lissabon.

Steile klimmetjes kom je hier niet snel tegen, hooguit fiets je een paar keer een duin over. © Jessica de Korte

Meer infomatie

Portugal krijgt steeds meer ‘bikotels’, waar de fietser een beetje extra wordt verwend. Bijvoorbeeld met een overdekte stalling voor de fiets, een reparatieset en soms een speciaal menu of een masseur. 

Furadouro Boutique Hotel Beach & Spa, Furadouro 
Maçarico Beach Hotel, Praia de Mira 

portugal-a2z.com organiseert fietsreizen met bagagetransport van Porto naar Lissabon 

Nuttige informatie is ook te vinden op visitportugal.com en centerofportugal.com

Meer reisverhalen?

Reisreportages vanuit bijzondere bestemmingen, boeiende steden en verre streken, met reistips. U vindt ze hier.

Deel dit artikel

De beste manier om na twee weken niet als een barbapapa te eindigen, is inderdaad, verder fietsen

Bewoners ruiken hier altijd de zee, misschien dat ze daarom vriendelijk knikken als je voorbij fietst

We hebben hier tot in de jaren zeventig een dictatuur gehad, dus we nemen het er graag van